Wmo

Multiproblematiek
multiproblematiek

Bij multiproblematiek zijn dossiers vaak van niemand, hoe maak je ze van iedereen?

Bij zo’n 5 procent van de gezinnen die met multiproblematiek te maken heeft, loopt de hulpverlening volledig vast. Met het Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens wil het Rijk die hulpverlening weer in gang trekken. 'We willen bijdragen aan een doorbraak voor de professional en de cliënt.'
Langer thuis wonen

Steunsysteem in de wijk: professionals en vrijwilligers aan het werk voor welzijn bewoners

Hoe help je mensen langer zelfstandig en met plezier thuis te blijven wonen in hun eigen wijk, buurt of dorp? Door een goed vangnet op te bouwen dat hulpvragen van ouderen oppakt en hierop antwoorden vindt. Organisaties in verzorging en thuiszorg kunnen dat heel effectief organiseren, blijkt uit het project Steunsystemen. Wat leren we ervan?
Zelfredzaamheid

‘De mantelzorger wordt noodgedwongen een specialist die ze niet kan zijn’ 

Mantelzorgers moeten hyperalert zijn om zich een weg te banen in de jungle van het zorgsysteem, zagen de makers van de documentaire Kanaal Sociaal. Zij volgden een jaar lang zes mantelzorgers en diverse sociaal werkers. 'Mantelzorgers staan op omvallen, wie zorgt er voor hen?'
Wmo

Staatssecretaris Van Ooijen: ‘Preventie staat in de grondverf terwijl het al regent’

Toen hij in januari van dit jaar zijn ambt als staatssecretaris voor onder andere Wmo en beschermd wonen op zich nam zei hij: ‘Ik wil mensen hoop bieden’. Maarten van Ooijen (ChristenUnie) richt zich op de preventie. Van dakloosheid, van gezondheid- en sociale problemen. ‘Professionals hebben ruimte nodig om mensen te verbinden.’
Wmo

In Twente wordt Wmo-hulp anders ingericht: wijkverpleegkundigen in de lead

In Twente is een vernieuwende pilot ingezet: bij aanvragen van Wmo-hulp is niet de Wmo-consulent van de gemeente aan zet, maar neemt de wijkverpleegkundige de leiding. Dat is effectiever én draagt bij aan erkenning van de expertise van wijkverpleegkundigen.
Wmo

Zomerreportage: ‘Wij kennen elkaar van de nabestaandenclub, we doen met alles mee’

Deze zomer gaan de redacteuren van Zorg+Welzijn op reportage in het sociaal domein. Dit keer: varen we mee op het schip “Columbus” op de Zandmeren. Welzijnsorganisatie West Betuwe organiseert elke zomer activiteiten onder de noemer 'de Zomertoer'. Voor mensen die niet op vakantie kunnen. ‘We willen de wijde wereld in en af en toe het huis schoonmaken.’
Wmo

Het mes in wijkverpleegkunde? ‘Raar om geld weg te halen terwijl het nog steeds knelt’

Wijkverpleegkundigen kunnen zich schrap zetten voor bezuinigingen. Uit het uitgelekte concept Integraal Zorgakkoord (IZA) blijkt dat de wijkverpleging de komende vier jaar het met 600 miljoen euro minder moet doen. ‘Het is raar om geld weg te halen, terwijl het in de wijkzorg nog steeds knelt.’
Wmo

COLUMN Wat werkt er precies?

In een interview over ouderenzorg bekritiseert de Rotterdamse hoogleraar Robbert Huijsman de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Die schrijft niks voor en laat alleen maar inspirerende voorbeelden zien, zodat gemeenten van elkaar kunnen leren.
Wmo
Ouderen lopen hand in hand

‘Stimuleer gepensioneerden in de zorg te werken in plaats van te gaan golfen’

Er zijn zo’n 1,5 miljoen fitte 65-plussers die met pensioen zijn, geen zorg nodig hebben en geen mantelzorger zijn. Deze actieve senioren moet je verleiden om zorgtaken op zich te nemen. ‘Dat is de toekomst’, vindt Marcel Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie. ‘Dit moet je van onderop, samen met burgers, opzetten. Maar het huidige zorgsysteem laat dat niet toe.’
Wmo

‘Stoppen met de Wmo is moeilijk, want dan moet alles weer op de schop’

Maatschappelijke organisaties kunnen meer bereiken voor hun cliënten als ze samenwerken. Is het aanbod van zorg en ondersteuning sinds de invoering van de Wmo verbeterd? Dat onderzocht bestuurskundige René van Kuijk. Zijn conclusie leidt tot een vergaande vraag: ‘Moeten we hiermee doorgaan?’

Over wmo

Elke gemeente zijn eigen zorg en ondersteuning

Bijna 2 miljoen mensen krijgen zorg en ondersteuning, volgens de kerncijfers 2015 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Veelal uit het informele netwerk. Vanaf 2015 wordt zorg en ondersteuning vanuit de Wmo door gemeenten georganiseerd en gefinancierd. Uitgangspunt is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dat heeft geleid tot werken in wijkteams, een woud aan pilots en veel discussie.

Lees meer

Gemeenten worden sinds 1 januari 2015 geacht ervoor te zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn.

Uit onderzoek naar de uitvoering van de Wmo blijkt dat in 2016 de waardering voor wijkteams ietsje is gedaald naar van 6,7 in 2015 naar 6,6. De grootste problemen van de decentralisatie zitten nog steeds in het jeugdhulp. Een op de 5 Nederlanders vindt dat de decentralisaties goed uitpakken. 47 Procent heeft geen vertrouwen in de decentralisatie, vooral niet bij de uitvoering van de ouderenzorg. Dat blijkt uit een onderzoek van I&O Research. Vlak vóór 2015, voordat de Wmo en Jeugdwet overgingen naar de gemeente, gaf 54% aan geen vertrouwen te hebben.

Wijkteam

Onder de Wmo vallen verschillende vormen van hulp en ondersteuning. Het gaat bijvoorbeeld om: begeleiding en dagbesteding; ondersteuning van mantelzorger; beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis; opvang in geval van huiselijk geweld en mensen die dakloos zijn. Maar ook om ondersteuning die past bij persoonlijke situatie van de cliënt die een zorgvraag heeft. Iedere gemeente organiseert de toegang tot ondersteuning op zijn eigen manier. Sommige gemeenten kiezen voor het Wmo-loket. Veel gemeenten kiezen sociale wijkteams waar mensen terecht kunnen met hun hulpvraag. Wat het wijkteam precies doet, verschilt per gemeente. De gemeente kan onder voorwaarden een persoonsgebonden budget (pgb) geven. Met een pgb kan de cliënt de ondersteuning zelf kiezen en inhuren.

Meldt iemand zich bij de gemeente met het verzoek om ondersteuning, dan moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. Vooral over dat onderzoek naar de hulpvraag van de cliënt via het zogenoemde “keukentafelgesprek” is veel discussie geweest vanaf het begin van de decentralisatie in 2015. De keukentafelgesprekken leidden tot veel klachten en tot gefrustreerde cliënten en mantelzorgers. Daar is zeker door gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties en door sociaal werkers van geleerd.

Decentralisatie

De decentralisatie van zorg en ondersteuning in de Wmo heeft een fase van ontwikkeling doorgemaakt. Dat heeft ook geleid tot flinke discussies in de diverse gemeenten over hoe de Wmo vorm te geven. Het heeft ook geleid tot experimenten, pilots die opkomen en net zo snel weer afvallen. Het heeft geleid tot ketenzorg en samenwerking, en zorg dichtbij de cliënt. In dit dossier vind je artikelen die weergeven hoe de discussie is gevoerd en waartoe de transitie heeft geleid. Met alle voors en tegens en ontwikkelingen in de zorg en ondersteuning voor burgers en kwetsbare mensen.

Tot slot nog een paar cijfers uit de publicatie in april 2017 van I&O Research: De professionele hulp en begeleiding worden door zorggebruikers in 2016 met een 7,4 gewaardeerd, dat was een 7,7 in 2014. Een op de tien mensen geeft een onvoldoende aan de geboden hulp. De belangrijkste redenen zijn de lange wachtlijsten (57%), niet goed luisteren naar de hulpvrager (50%) en niet goed samenwerken tussen organisaties (43%).