Informele zorg

Informele zorg
Marcel Kolder is blogger bij Zorg+Welzijn

Column: Met de handen in ons haar

De normaal zo vrolijke meervoudig gehandicapte dochter van Marcel Kolder vertoont de laatste maanden ernstig probleemgedrag. Meestal kunnen hij en zijn vrouw de gedragsproblematiek oplossen, maar het lijkt nu een stuk complexer te zijn. En ze denken te weten hoe dat komt.
Informele zorg

Eén op vier jongeren is mantelzorger

Eén op de vier jongeren onder de achttien is mantelzorger voor een broer, zus of ouder, volgens 'Opgroeien met zorg' van Mezzo. Mantelzorg beleid gaat meestal uit van oudere, partners die de mantelzorg verlenen. 'Mantelzorgen op jonge leeftijd is niet alleen zorg dragen voor, maar ook zorgen maken over bijvoorbeeld je zieke broer of moeder.'
Informele zorg
Opvoedondersteuning

Stel je voor dat je zélf naar China zou moeten vluchten

Ga er maar aan staan. Kinderen opvoeden in een land waar je de taal en cultuur nauwelijks kent. Kinderen wiens jeugd door de oorlog werd afgenomen. Informele opvoedingsondersteuning kan veel voor vluchtelingenfamilies betekenen. Een nieuwe handreiking voor vrijwilligers helpt daarbij.
Dementie
Jongeren, odueren met dementie en mensen met beperking beter af op zorgboerderij

Jong, dement of beperkt: beter af op zorgboerderij

Jongeren met gedrags- en opvoedingsproblemen, mensen met een beperking en ouderen met dementie blijken allemaal baat te hebben bij de zorg die wordt geboden op zorgboerderijen. Dat stelt onderzoeksorganisatie ZonMw.

Over informele zorg

Het belang van informele zorg

Mantelzorgers, vrijwilligers, burenhulp, lotgenotencontact, zelfhulp, actief burgerschap: er zijn vele vormen van informele – en dus onbetaalde – zorg en ondersteuning. Samen met professionals houden deze informele zorgverleners het Nederlandse zorgstelsel draaiende.

Lees meer

Ons land scoort internationaal gezien hoog als het gaat om informele zorg, zegt onderzoeker Marianne Potting, al is het nooit genoeg. ‘Dat zit ‘m niet in de bereidheid onder Nederlanders om zich in te zetten, maar omdat de toenemende vraag om zorg en ondersteuning veel groter is dan het aanbod. Dat heeft onder andere te maken met het bezuinigen op professionals. De indicatie om een professional in te zetten, wordt steeds zwaarder. Bovendien verandert de visie: je hebt niet altijd professionals nodig voor de beste ondersteuning. Soms is het prettiger om te praten met iemand uit je eigen omgeving die je vertrouwt, zoals je buurvrouw.’

Samenwerken

Om zo goed mogelijk zorg en ondersteuning te kunnen geven, moeten informele zorgverleners en professionals samenwerken. Hoe doe je dat het beste? Herken en erken elkaars unieke bijdrage, zegt Potting. Daarmee begint het. ‘Dat is een voorwaarde tot samenwerking. Je hebt elkaar nodig, omdat je allebei een unieke en belangrijke rol inneemt in het leven en welzijn van de cliënt.’ Verder moeten organisaties beseffen dat professionals niet automatisch op de juiste manier met vrijwilligers omgaan, hoe goed ze ook zijn in hun werk. ‘Werken met cliënten is niet hetzelfde als werken met vrijwilligers. Dat laatste verloopt niet vanzelfsprekend probleemloos. Professionals zouden daarin begeleiding moeten krijgen.’

Curriculum aanpassen

Potting ziet hiervoor zeker oplossingen. ‘Hoe je vrijwilligers aanstuurt, kunnen we opnemen in het curriculum. Bestaande professionals kunnen we bijscholen. Daarnaast is het verstandig om te erkennen dat “omgaan met en aansturen van vrijwilligers” een competentie is. Die vaardigheid zie ik bijvoorbeeld bijna nooit genoemd in vacatures.’

Waardering

Ten slotte zouden organisaties het vrijwilligersbeleid kunnen aanpassen. Goed omgaan met vrijwilligers betekent volgens Potting meer dan de vrijwilliger verzekeren en hem een kerstpakket geven. ‘Organisaties moeten bedenken welke kennis over cliënten ze wel of niet met vrijwilligers delen en hoe ze vrijwilligers betrekken bij incidenten. En als een vrijwilliger na jarenlange zorg vertrekt, rondt het traject dan goed af. Waardering is echt superbelangrijk.’