Het thema van de Week Tegen Kindermishandeling is dit jaar: ‘Laat me niet los.’ Het thema benadrukt dat eenieder een rol speelt in het creëren van een veilige omgeving voor kinderen, en dat ouders zich ondersteund voelen en om hulp durven vragen. Ook als professional kun je hieraan bijdragen, ondersteund door artikelen met praktische adviezen en handvatten.
1. ‘Wat heeft dit kind?’ is de verkeerde vraag, vinden onderzoekers en jeugdwerkers.
Kinderen die het thuis moeilijk hebben, vertonen gedrag dat binnen het keurslijf van school snel tot vermoedens van autisme of adhd kan leiden. We kijken te individualistisch naar hen, vindt onderzoeker Bert Wienen, en we psychologiseren te veel. Twee jeugdwerkers herkennen dat: ‘We moeten durven vragen hoe het thuis gaat.’
In dit artikel lees je:
- Waarom het belangrijk is om te benadrukken dat je adhd hébt, en geen adhd bént.
- Op welke signalen je als hulpverlener moet letten in de interactie tussen kind(eren) en ouder(s).
2. Veel kinderen voelen zich gebruikt als informant: hoe praat je wel over kindermishandeling?
Recente richtlijnen, handreikingen en onderzoeken over kindermishandeling hebben één grote gemene deler: het kind moet zijn of haar mening kunnen geven. Vaak voelen kinderen zich enkel gebruikt als informant. Daarom zijn er in allerlei documenten praktische adviezen opgenomen om betere gesprekken met kinderen te voeren over kindermishandeling.
In dit artikel lees je:
- 9 gesprekstips bij (vermoedens van) kindermishandeling
- Hoe je kinderen informatie geeft over hun rechten, hoe je vraagt en luistert naar hun mening en hoe je die mening vervolgens meeweegt
- Hoe het komt dat 1 op de 3 kinderen die in gezinnen wonen die ondersteuning krijgen van Veilig Thuis klinische traumaklachten heeft
3. Dankzij een vast contactpersoon krijgen gezinnen eindelijk passende hulp
Sinds 2021 experimenteren sociaal werkers in proeftuinen met een ander model voor hulp aan gezinnen. Vanuit regionale teams krijgt elk gezin een vaste contactpersoon, die écht de tijd neemt om een goed beeld te krijgen van de gezinsdynamiek. Een vast contactpersoon biedt niet slechts acute hulp, maar kijkt ook naar achterliggende problematiek. ‘Vertragen is iets anders dan nietsdoen.’
In dit artikel lees je:
- Waarom vertraging goed kan zijn, ondanks dat hulpverleners dit in sommige onveilige situaties spannend vinden
- Hoe het aanstellen van een vast contactpersoon helpt om recidivecijfers terug te dringen
- Waarom de hulpverlening in de proeftuinen minder gefragmenteerd is en dus beter werkt
4. ‘Papa is slecht’: als kinderen partij moeten kiezen na een scheiding
- Waarom kinderen (ogenschijnlijk) beïnvloedbaar zijn als het gaat om ouderverstoting
- Welke winst er te behalen valt bij de hulpverlening in het geval van ouderverstoting
- Waarom een gebrek aan kennis bij hulpverleners over patronen van dwingende controle risicovol kan zijn
5. Omstanders kunnen bij huiselijk geweld veel meer doen dan dan ze vaak denken
Buurvrouw, oma, sportcoach, leerkracht, een bezoeker van supermarkt of een verzorgingstehuis. Omstanders kunnen een cruciale rol spelen in het signaleren van onveilige relaties. Marleen van Eijndhoven, voormalig bestuurder in de vrouwenopvang en Hadeline Vorselaars, programmamanager bij het Regionaal Expertisecentrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Hart van Brabant geven concrete tips over wat omstanders kunnen doen.
Op de website www.weektegenkindermishandeling.nl vind je meer informatie.

