Stichting De Hofstede helpt mensen weer aan het werk. ‘Iedereen heeft recht op een kans.’

Ze hebben het stempel van de moeilijkst plaatsbaren op de arbeidsmarkt. Maar Stichting De Hofstede in Assen bewijst met haar benadering dat ook zij de stap kunnen zetten naar reïntegratie. ‘We behandelen deze mensen als mens, niet als geval.’

Door Mariëlle van Bussel – Hij loopt rustig over het

terras, vraagt of iedereen geholpen wordt. Helaas, er ontbreekt nog een

citroentaart, hij vraagt het even na in de keuken. Er is kennelijk iets

misgegaan. De bezoekers zal het niet deren, een relaxte sfeer overheerst. Met

vogels op de achtergrond, het geblaat van een schaap op de naburige

kinderboerderij en het groene uitzicht. Even later komt hij terug, de taart op

het dienblad en met een vriendelijke stem de excuses. Kort

lontjeMartin werkt sinds een jaar in de Theeschenkerij in het Asserbos.

Martin is 29 jaar en heeft al een heel leven achter zich. Ooit een gesjeesde

vertegenwoordiger, nu bedient hij gasten op een zonnig terras. De tussenliggende

periode is er een van talrijke baantjes, ontslagen, thuiszitten en uiteindelijk

forensische psychiatrie. ‘Ik had een erg kort lontje’, vertelt hij.

‘Daarnaast ben ik diabetespatiënt en heb ik last van epileptische

aanvallen. Weinig werkgevers konden daarmee omgaan of hielden er rekening mee.

Als ik niet op tijd kan eten, gaat het mis. Dat gebeurde regelmatig. Dan zag ik

het ziekenhuis weer van binnen en hoefde ik niet meer terug te komen op het

werk.’ StempelsDe combinatie van zijn ziekte en agressieve

neigingen leidden ertoe dat Martin moeilijk aan werk kon komen en het nóg

moeilijker kon vasthouden. Uiteindelijk ging het helemaal mis en kwam de

forensische psychiatrie in beeld. ‘Dat stempel kon er ook nog wel bij’, lacht

hij cynisch. ‘Nu hoefde ik helemaal nergens meer aan te kloppen. Sterker nog, de

behandelaars vonden dat ik niet kon samenwerken met anderen, te agressief was en

een cursus toch niet zou kunnen volhouden.’ Wie Martin hier ziet

rond lopen kan niet vermoeden dat hij tot voor kort een ‘moeilijk geval’ was.

Een jaar Theeschenkerij heeft hem goed gedaan. Zoals het werk zoveel deelnemers

goed doet. Dat is precies de opzet van Stichting De Hofstede. Mensen die een

moeilijk overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt hebben – ‘die achter in de rij

staan’, zoals voorzitter Jan Kok het verwoordt – de kans geven weer een stap te

zetten in de juiste richting. Geen hulpverlenersStichting De

Hofstede bestaat sinds 1995 toen Kok, destijds werkzaam in de ggz, gevraagd werd

door de gemeente om de recreatieve functie van het Asserbos te combineren met

het creëren van werkgelegenheid voor langdurig werklozen. ‘Een winwin-situatie’,

bestempelt Kok het. ‘Hét kenmerk van sociaal ondernemen.’ De

Theeschenkerij, het eerste werkproject, opende zijn deuren in 1999. Later

volgden de Theekoepel waar kunst- en cultuurevenementen plaatsvinden, het

Natuureducatief centrum Kroezehof, de Gouverneurstuin met haar jaarlijkse

Tuinfestival en het openluchttheater Tivoli. De Hofstede neemt op alle locaties

de horeca, het onderhoud en logistieke werkzaamheden voor zijn rekening en

verzorgt tevens de programmering van het festival. Daarnaast verzorgt het sinds

begin dit jaar ook een deel van de groenvoorziening van de

Gouverneurstuin. Extra steunInmiddels werken op alle locaties

samen zo’n dertig mensen, in de leeftijd van achttien tot 65 jaar, met een

achterliggende problematiek variërend van burn out tot psychosociale

belemmeringen. Maar voorop staat de langdurige werkloosheid. Kok: ‘Wat er verder

speelt interesseert ons niet, natuurlijk wel in menselijke zin, maar niet

inhoudelijk. Hier zijn het gewoon mensen die extra steun nodig hebben om de stap

te maken naar reïntegratie, scholing of werk.’ De link met

bijvoorbeeld de ggz, meestal de verwijzer, hoeft niet benadrukt te worden,

vinden ze bij De Hofstede. Daarom ook geen nauwe samenwerking met de

instellingen, juist in het kader van vermaatschappelijking. ‘We hebben ervoor

gekozen om deze projecten in een aparte stichting onder te brengen, zodat de

deelnemers niet hoeven te werken in een setting die gelieerd is aan de ggz.’

Vanuit hetzelfde idee hebben de drie professionals die de

deelnemers begeleiden geen achtergrond in de hulpverlening. Kok: ‘Hulpverleners

in deze setting zullen met bepaalde ogen naar de deelnemers kijken. Dat is een

handicap. Die fout willen wij niet maken, we benaderen mensen als mens, niet als

geval.’ Het gehele artikel is te lezen in Zorg + Welzijn

Magazine 1 augustus 2007. Drie maanden na publicatie wordt het op de website

geplaatst.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.