SCP ziet geen achteruitgang na transities

De kwaliteit van leven van mensen met een maatwerkvoorziening in het sociaal domein is tussen 2015 en 2016 gelijk gebleven. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Wel is de eenzaamheid onder mensen in de Wmo toegenomen, is er nog geen sluitende aanpak voor de overgang van achttien min naar achttien plus en is de toegang tot de jeugdhulp verdubbeld.
Afbeelding: SCP

Het SCP bracht op maandag 4 december de publicatie Overall rapportage sociaal domein 2016, burgers (de)centraal uit. Doel van deze rapportage is om in beeld te brengen hoe het sociaal domein zich na de decentralisaties heeft ontwikkeld. Ook brengt het rapport volgens het SCP ‘de maatschappelijke uitkomsten in kaart aan de hand van een beschrijving van de kwaliteit van leven van mensen, geeft het inzicht in wie de gebruikers van individuele voorzieningen zijn en hoe hun gebruik zich door de tijd ontwikkelt’.

Stapeling

In 2015 maakten 1,6 miljoen mensen uit 1,4 miljoen huishoudens gebruik van een individuele voorziening. Van die huishoudens gebruikt ongeveer de helft een participatievoorziening, veertig procent maatschappelijke ondersteuning en 21 procent jeugdzorg. Daarnaast zijn er nog zo’n 450.000 mensen die alleen gebruikmaken van vervoersdiensten. De grootste groep gebruikers van voorzieningen gebruikt een individuele voorziening uit één sector. Elf procent van de huishoudens stapelt voorzieningen uit verschillende sectoren. Meestal gaat dit om een combinatie van participatievoorzieningen en maatschappelijke ondersteuning (6,5 procent).

Kwaliteit van leven

Uit de rapportage komt naar voren dat de kwaliteit van leven van mensen die een maatwerkvoorziening gebruiken, tussen 2015 en 2016 gelijk is gebleven. Het SCP stelt: ‘De kwaliteit van leven van mensen hangt vooral samen met de mate van kwetsbaarheid (opeenstapeling van een laag inkomen, lage opleiding, geen werk en gezondheidsbeperkingen), de mate waarin problemen tegelijk voorkomen en de mate van redzaamheid, en minder met de voorzieningen die ze gebruiken.’ Ook kijkend naar aspecten als kwetsbaarheid en redzaamheid blijft het beeld tussen 2015 en 2016 stabiel. Wel is de emotionele eenzaamheid onder gebruikers van de Wmo licht gestegen.

Professional of eigen netwerk?

Het aantal mensen dat gebruik maakt van de Wmo en daarbij hulp krijgt van een beroepskracht, neemt af. Volgens het SCP wordt deze hulp ook niet gegeven door iemand uit het eigen netwerk. ‘Onduidelijk is of en hoe mensen dit opgelost hebben. Er zijn ook grenzen aan de inzet van het eigen netwerk. Soms is het eigen netwerk te beperkt, op afstand of al overbelast of zijn burgers niet in staat het netwerk in te schakelen vanwege ziekte of stress.’ In het rapport is te lezen dat gemeenten ernaar streven dergelijke hulptaken meer uit te laten voeren door vrijwilligers. De inzet van deze vrijwilligers vergt echter wel zorgvuldige werving, training en begeleiding door professionals.

Jeugd

Kijkend naar de jeugd, ziet het SCP dat gemeenten een ‘beperkte maar groeiende’ invloed hebben op de toegang tot de jeugdhulp. ‘In 2016 kwam ongeveer een kwart van de jeugdhulp via de gemeentelijke toegang tot stand, ongeveer de helft via de (huis)arts en het overige kwart op andere wijze, waaronder via de kinderrechter. De betrokkenheid van de gemeente bij de instroom in de jeugdhulp is verdubbeld van veertien procent in de eerste helft van 2015 naar ruim 28 procent in de tweede helft van 2016.’ Het garanderen van continuïteit in de zorg voor jongeren die achttien jaar worden, en daarmee van regelingen voor jeugd over moeten stappen naar regelingen voor volwassenen, blijkt nog wel een probleem te zijn. ‘Dat geldt vooral voor de doelgroepen dak- en thuislozen; onder toezicht gestelde jongeren en jongeren met lichte verstandelijke beperkingen. Er zijn in de onderzochte gemeenten ook te weinig adequate woonvoorzieningen, vooral met begeleiding.’

Kennis van zaken

Kijkend naar de uitvoering van taken binnen gemeenten, ziet het SCP dat het voor gemeenteraadsleden, die een controlerende functie hebben, vaak lastig om hun taak goed uit te voeren omdat ze niet over voldoende kennis van het sociaal domein beschikken. Ook zijn er gemeenteraadsleden die aangeven te weinig tijd te hebben om hun taken goed te volbrengen. Daarnaast wil ook de samenwerking tussen gemeenten nog niet altijd op gang komen. ‘Oorzaken voor een stroef lopende samenwerking zijn verschillen tussen gemeenten in de visie op de inrichting en uitvoering van het sociaal domein en het transformatietempo.’

1 REACTIE

  1. SCP ziet dus geen achteruitgang na transities.
    Maar wel:
    1. Wel is de eenzaamheid onder mensen in de Wmo toegenomen
    2. Wel is de emotionele eenzaamheid onder gebruikers van de Wmo licht gestegen.
    3. Het garanderen van continuïteit in de zorg voor jongeren die achttien jaar worden, en daarmee van regelingen voor jeugd over moeten stappen naar regelingen voor volwassenen, blijkt nog wel een probleem te zijn. Er zijn in de onderzochte gemeenten ook te weinig adequate woonvoorzieningen, vooral met begeleiding.’
    4. Kijkend naar de uitvoering van taken binnen gemeenten, ziet het SCP dat het voor gemeenteraadsleden, die een controlerende functie hebben, vaak lastig om hun taak goed uit te voeren omdat ze niet over voldoende kennis van het sociaal domein beschikken. Ook zijn er gemeenteraadsleden die aangeven te weinig tijd te hebben om hun taken goed te volbrengen.

    Dat liegt er niet om. Hoe kan het hiermee op hetzelfde niveau kan blijven is mij een raadsel.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.