Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Mythes over onbegrepen gedrag doorprikken met Diana Roeg: ‘Meldingen zijn géén feiten’

De media-aandacht is groot, maar volgens gezondheidswetenschapper Diana Roeg volkomen onterecht. ‘Onbegrepen gedrag is géén diagnose, géén delict’, benadrukt ze. ‘Het is een oordeel. Van iemand over iemand. Als we op deze manier blijven omgaan met mensen, doen we ze echt tekort.’
Fotocredit: © master1305 / Stock.adobe.com Onbegrepen gedrag.
Fotocredit: © master1305 / Stock.adobe.com

Dr. Diana Roeg verzorgt op woensdag 13 mei tijdens het Congres Onbegrepen Gedrag de afsluitende presentatie. Aan de hand van praktijkvoorbeelden en actuele wetenschappelijke inzichten nodigt ze professionals uit om met een vernieuwende blik naar hun eigen werk en werkveld te kijken. ‘Ik zou heel graag wegbewegen van de term onbegrepen gedrag en een paar mythes willen doorprikken. In de maatschappij worden nu conclusies getrokken uit een probleem dat niet bestaat’, vertelt ze. Zorg+Welzijn vroeg haar om alvast uit te leggen wat zij precies bedoelt.

Kun je eerst eens wat vertellen over je achtergrond?

Diana Roeg: ‘Ik ben van huis uit organisatiekundige annex gezondheidswetenschapper. Ik heb 25 jaar lang in onderzoek en wetenschap in de zorg en de ggz gewerkt. Maar al een tijdje merkte ik dat “we” in de ggz achterblijven met het toepassen van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Ondanks dat herstelgericht denken steeds centraler komt te staan, blijven oude structuren en culturen overeind. Een voorbeeld is dat in de ggz toch nog veel aan symptoombestrijding wordt gedaan en veel wordt doorverwezen. Daarmee demp je de problematiek van mensen, maar wordt het onderliggende en bredere context gerelateerde probleem nooit opgelost. Dit terwijl we dankzij de wetenschap al lang weten dat, als je toe wil werken naar herstel bij een cliënt, je ook het lef moet hebben om medicatie af te bouwen en de sociale context en geschiedenis mee te nemen in de aanpak.’

‘Maar collega’s en ik zagen dat het implementeren van zulke kennis in de ggz steeds maar achterwege blijft. Dat heeft deels te maken met de medische oriëntatie, de van oudsher hiërarchische structuren waarbij de medische visie van geneesheer-directeuren en psychiaters heel erg leidend is en blijft. Ik merkte dat je, ondanks nieuwe wetenschappelijke inzichten, nieuwe standaarden en veel kennisdeling heel moeilijk een veranderingop gang krijgt.. En dat geldt ook voor de financiering. Om die reden heb ik een jaar geleden de stap gemaakt naar het ondernemerschap.’

Wat doe je allemaal?

‘Onder de naam “Studio Roeg” probeer ik nu als zelfstandig denker wat te doen aan die implementatiekloof. Zo heb ik een mental health innovators programme opgezet om beleidsmakers, bestuurders en andere koplopers te ondersteunen in het doorbreken van dat oude denken. Daarnaast begeleid ik ook transformatietrajecten en probeer ik op andere manieren probleemdenken te doorbreken. Ik denk ook dat dat nodig is, omdat de ggz in de maatschappelijke zorg een grote vastloper is. Zolang we in dezelfde cirkels blijven draaien, blijft dit een onhoudbare situatie.’

Waarom begin je bij de problematiek in de ggz als we het over onbegrepen gedrag gaan hebben?

Nou, vaak wordt gedacht dat de ggz een heel specifieke doelgroep betreft, maar de feiten zijn dat bijna de helft van de Nederlanders in zijn of haar leven kampt of kampte met een stoornis. Denk in dit verband aan depressies of angstgerelateerde klachten. Alleen willen velen dat niet weten of noemen we dat liever niet zo. Neem een burn-out: is het overbelasting of kan het ook depressie-gerelateerd zijn? Overkomt het je, dan kiezen we ervoor om het sneller overbelasting te noemen. Maar wanneer anderen psychische klachten hebben, zijn we geneigd het wel sneller een stoornis te noemen, afhankelijk van wie het betreft. Dat is een soort psychologisch mechanisme, zodat het op die manier ver van ons bed blijft. Dat werkt stigma in de hand, zoals je nu ziet bij de publieke opinie over onbegrepen gedrag.’

‘Vanuit de wetenschap weten we ook al decennialang dat een groot deel van de mentale problematiek voortkomt uit sociale uitsluiting, uit armoede en uit een slechte start. Uit onderzoek blijkt dat een slechte start, denk aan een opvoeding met geweld of verslaving, een grote voorspeller is van angsten, depressies, agressie en gevaarlijk gedrag op latere leeftijd. Wat ik ermee wil aangeven is dat de link tussen het sociaal werk en het werk van psychologen en psychiaters in de ggz veel groter is dan wij vaak denken. En dat de meeste mensen met psychische problemen helemaal niet gevaarlijk zijn, zelfs andersom, vaker slachtoffer dan dader zijn.’

‘Dat vind ik belangrijk om te noemen, want zoals gezegd zijn daar, zeker in de klinische ggz, die hiërarchische structuren. De medische visie is belangrijker dan de feiten en de evidentie van wat werkt. Dát laatste zie ik ook in het sociaal werk en de maatschappelijke discussie over onbegrepen gedrag doorsijpelen. Het oude denken over gestoord en gevaarlijk blijft maar oppoppen in het debat. Bij het huidige onbegrepen gedrag gaat het echter om een heel diverse groep, waar lang niet altijd ingrijpen of zorg vereist is. Ook de melder bepaalt in deze over het oordeel. Want wat als de melder te snel onveiligheidsgevoelens ervaart en ten onrechte belt met het meldpunt?’

Kun je een voorbeeld geven van die sociale uitsluiting die je noemde?

‘Nou, het bekendste voorbeeld is het toeslagenschandaal. Die ouders zijn zo onterecht in een fuik terechtgekomen, maar het betekent wel dat kinderen uit huis geplaatst zijn vanwege armoede en discriminatie. Dat is dus precies het omgekeerde van wat je moet doen, want al die kinderen lopen nu een verhoogd risico op mentale klachten en probleemgedrag in de toekomst. Die kinderen en ouders verdienen herstel en onze steun.’

Het aantal incidenten van personen met verward gedrag steeg in 2025 naar 168.960, een stijging van 12 procent ten opzichte van 2024. Hoe interpreteer jij die cijfers?

‘Onbegrepen gedrag is volgens de media een verklaring voor alles: voor de tbs-ontsnappingen die we nauwelijks hebben, voor criminaliteit op straat, voor de angst die mensen in wijken hebben voor gewelddadigheden. De harde feiten zijn echter dat de criminaliteit in ons land statistisch aantoonbaar lager is dan ooit, zeker als we het hebben over de ernstige geweldsdelicten. Misschien levert 1 procent van alle meldingen over onbegrepen gedrag daadwerkelijk gevaar op, dat moet uitgezocht worden. Maar meldingen zijn geen wetenschappelijke feiten. Bovendien zie je dat geweldsincidenten in de media vermengd raken met de onbegrepen gedrag meldingen. Maar die staan los van elkaar en hebben ook een andere politiecode. Ik vind het zonde dat de wetenschap, net als in discussies over de ggz, niet tot deze discussie doordringt.’

Tien meldingen kunnen door dezelfde persoon gedaan worden. Een melding van verward gedrag is dus ook een oordeel van de melder?

Precies, en de melder kan zomaar iemand zijn die zelf in een depressie zit. De politie geeft inmiddels steeds vaker zelf ook toe dat zij niet precies weet waar we naar kijken, hoe zij meldingen moet beoordelen. Moet je je voorstellen dat drie agenten in vol ornaat en gealarmeerd met wapen op zak op een flatportiek afkomen naar aanleiding van een melding terwijl daar iemand met een verstandelijke beperking gewoon rondhangt? Of iemand die in een burn-out zit en af en toe wat harde muziek draait om te ontspannen?’

‘Wat ik ermee wil zeggen is, is dat het ook vaak de melder is die verzadigd is, en ongemak en onveiligheid ervaart vanwege een kennistekort of handelingsverlegenheid met het onbekende. Maar het kan ook dat de melding komt van een uitgeputte ggz-hulpverlener die er helemaal klaar mee is en denkt: ik bel de politie, omdat die man al zoveel problemen voor ons heeft veroorzaakt. Cijfers van de GHOR tonen ook aan dat de politie vaak het landelijk meldpunt belt. Ik wil het probleem afpellen: onbegrepen gedrag is géén diagnose, géén delict, het wordt nergens objectief vastgesteld. Als we op deze manier blijven omgaan met mensen, doen we ze echt tekort.’

Hoe raken we weg uit deze discussie?

‘Ik wil graag wegbewegen van de term onbegrepen gedrag en een paar mythes doorprikken. In de maatschappij worden in mijn ogen veel verkeerde conclusies getrokken uit een probleem dat niet bestaat. Natuurlijk zullen er altijd situaties komen die wel gevaarlijk zullen zijn, waar dan goede zorg onmisbaar is. Dat wil ik benadrukken. Maar ik denk dat het belangrijk is om met elkaar meer inzicht te verwerven in de aard van meldingen. Waar kijken we écht naar? Als je dat doet, durf je met meer vertrouwen te handelen en gaan we bewegen richting de oplossing voor de overbelasting bij politie en in de ggz en luister je oprecht naar je burgers.’

Diana Roeg verzorgt op woensdag 13 mei tijdens het Congres Onbegrepen Gedrag een lezing en gaat dan onder meer in op de vraag hoe netwerkpsychiatrie en samenwerking tussen ggz en sociaal domein kunnen leiden tot meer begrip, betere ondersteuning en duurzame verandering. Kijk hier voor het volledige programma.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.