Samenwerking koepelorganisaties moet verder onheil thuiszorg voorkomen: De slag om de patiënt

27 Juli 2005 Faillissementen en ontslagen bedreigen de thuiszorg. Nauwere samenwerking tussen de koepelorganisaties van de particuliere en reguliere thuiszorgorganisaties moet het tij keren. ‘Met de invoering van marktwerking is het onderscheid tussen particulier en regulier verdwenen. We moeten ons samen hard maken voor de belangen van de gehele sector.’

Door Maria van Rooijen – De thuiszorg staat onder druk. Door de strengere

indicatiestelling voor huishoudelijke zorg en premieverhogingen hebben

instellingen dertig procent minder zorg kunnen leveren. Instellingen verliezen

omzet en kampen met faillissementen. Er zijn al honderden banen verloren gegaan

en begin dit jaar voorspelde de toenmalige directeur van de koepelorganisatie

voor particuliere thuiszorgorganisaties Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN),

dat de komende vijf jaar twintigduizend tot dertigduizend medewerkers hun baan

zullen verliezen. Of het werkelijk om zulke grote aantallen gaat betwijfelt de

koepelorganisatie van reguliere thuiszorgorganisaties Z-org (voorheen Landelijke

Vereniging van Thuiszorg – LVT) . Door de vergrijzing zal de behoefte aan

thuiszorg immers toenemen. Maar dat er vele banen in de thuiszorg gaan

verdwijnen, vreest hij ook.

Kaalslag

Uit een enquête van het blad ZorgVisie eind 2004 bleek dat ruim de helft

van de thuiszorgorganisaties het jaar met rode cijfers afsloot. Daarnaast brengt

de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), waarmee de huishoudelijke zorg uit

de AWBZ naar de gemeenten gaat, veel onzekerheid met zich mee. En onlangs heeft

het nieuwe fenomeen van de kraamzorgveiling op internet zijn intrede gedaan,

waartegen vele kraamzorgaanbieders te hoop lopen.

Het zijn ontwikkelingen die alle thuiszorgorganisaties, of ze nu als

regulier of particulier te boek staan, aangaan. Vandaar dat de beide

koepelorganisatie eind juni besloten tot nauwere samenwerking. Volgens hen een

logische stap nu het onderscheid tussen particuliere en reguliere

thuiszorgorganisaties is verdwenen.

‘Sinds 1996 kunnen particuliere organisaties ook een AWBZ-erkenning

krijgen,’ zegt de kersverse directeur van Z-org Aad Koster: ‘Ze vallen onder

hetzelfde financieringssysteem en moeten aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen

als onze leden. Alle thuiszorgorganisaties zijn in feite ondernemers geworden

die concurreren met elkaar en onderhevig zijn aan marktwerking. Daarom hebben we

ook onlangs onze naam gewijzigd in Z-org, Organisatie van

zorgondernemers.’

De term ‘thuiszorg’ dekt volgens Koster de lading niet meer. ‘Onze leden

zijn op veel meer terreinen actief dan voorheen. Naast thuiszorg, kraamzorg,

jeugdgezondheidszorg en uitleen van hulpmiddelen bieden velen onder meer ook de

combinatie van wonen en zorg, preventie en welzijnsactiviteiten. Velen werken

nauw samen binnen de zorgketens. Als ondernemers zoeken ze naar nieuwe kansen in

de markt. Dat geldt voor alle instellingen. Met de nauwere samenwerking willen

we onze leden beter ondersteunen in hun ondernemerschap. Fuseren doen we nog

niet, eerst eens kijken hoe dit verloopt.’

Krachtig gezamenlijk optreden is momenteel vooral belangrijk vanwege de

WMO. Gemeenten zullen de huishoudelijke zorg gaan inkopen, maar bij wie?

Proberen ze het zo goedkoop mogelijk te doen bij schoonmaakbedrijven, of gaan ze

ook kwaliteitseisen stellen? Koster: ‘Op zich kunnen wij ons wel scharen achter

de gedachte van de WMO om de zelfredzaamheid van burgers te bevorderen. In wezen

is dat de kern van thuiszorg. Maar het gaat er om hoe de WMO straks uitgevoerd

wordt. Wij vinden dat huishoudelijke zorg meer is dan het schoonmaken van een

kantoor. Het gaat vaak om cliënten in kwetsbare posities. Thuiszorgmedewerkers

merken op dat mevrouw steeds het gas laat aan staan. Zij zorgen ervoor dat hun

instelling een collega stuurt om te kijken of er sprake is van beginnende

dementie. Onze huishoudelijke zorg is voorwaardenscheppend voor verzorging en

verpleging. Als dat niet goed gebeurt kunnen mensen minder lang thuis wonen. Als

onze leden echter goede aanbiedingen doen, kan de WMO ook kansen bieden. Ik denk

dan aan een geïntegreerd aanbod van huishoudelijke zorg met bijvoorbeeld

ondersteunende begeleiding en allerlei welzijnsachtige activiteiten.’

De eveneens nieuwe directeur van BTN, Jan Verschuren, vreest dat hij de

prijsconcurrentie met schoonmaakbedrijven en de groeiende overheadkosten ten

koste gaan van de werkgelegenheid in de thuiszorg. ‘De WMO brengt een enorme

bureaucratische last met zich mee. In plaats van met de huidige 31 zorgkantoren

zullen aanbieders met honderden gemeenten moeten onderhandelen. Uiteraard kunnen

gemeenten in regionaal verband samenwerken, maar veel gemeenten zullen toch weer

op bepaalde terreinen een eigen beleid voeren. Daarnaast verdwijnt met de WMO

het recht op huishoudelijke zorg. Cliënten moeten maar afwachten of ze die

straks nog krijgen. Wij zullen alle zeilen bijzetten om te voorkomen dat er een

knip ontstaat tussen huishoudelijke zorg en verzorging en verpleging.’

Stunten

Wat een groot deel van de sector momenteel het meest ergert is de

zorgveiling. Als verzekerden van zorgverzekeraar Menzis of Achmea kraamzorg

aanvragen wordt hun zorgvraag via internet (
href=”http://www.zorgveiling.nl”>www.zorgveiling.nl
) aangeboden aan

kraamzorgaanbieders. Valt die aanvraag in het werkgebied van de aanbieders

waarmee de zorgverzekeraar een overeenkomst heeft, dan zijn de

kraamzorgaanbieders verplicht een bod uit te brengen. Om de opdracht te

verwerven moet een zorgaanbieder een bonus bieden aan de zorgverzekeraar. Een

andere zorgaanbieder kan een hogere bonus bieden. Uiteindelijk kiest de

zorgverzekeraar met welke zorgaanbieder hij in zee wil. De bonus is voor de

zorgverzekeraar en de aanbieder betaalt daarenboven nog 19,50 euro aan de

beheerder van de zorgveiling op internet.

Veel kraamzorgaanbieders zijn hier mordicus tegen. Ria Jonker van de

Stichting Kraamzorg Het Groene Kruis in Groningen: ‘Het is niet transparant. Je

weet niet welke instelling lager biedt dan jij. Soms zie je in de stad Groningen

acht aanbieders een bod uitbrengen. Waar komen die acht vandaan? Misschien biedt

de zorgverzekeraar zelf nog even om jouw bod naar beneden te krijgen. Cliënten

hebben geen keuzevrijheid. Ze kunnen wel hun voorkeur aangeven, maar de

verzekeraar vraagt ook een tweede voorkeur. Als de aanbieder van de tweede keuze

dan een aantrekkelijker bod biedt krijgt die de opdracht. Dit moet ten koste

gaan van de kwaliteit. Er worden bonussen geboden van 300 euro. Dan kun je geen

CAO meer naleven of bijscholingen financieren. Achmea eist dat aanbieders zich

aan de Basiskwaliteitseisen houden, maar dat wordt, naar men zegt, pas in 2006

getoetst.’

Ook Jan van de Akker van Thuiszorgcentrum VDA in Veghel voorziet grote

problemen voor de sector. ‘Er wordt gestunt op die veiling. Nu veel

kraamzorgaanbieders minder werk hebben zijn ze bereid onder de kostprijs zorg

aan te bieden. Dat houden ze niet lang vol, uiteindelijk leidt dit tot

faillissementen.’ De BTN spreekt zelfs van misleiding en heeft de toezichthouder

in de gezondheidszorg Zorgautoriteit i.o. gevraagd om een oordeel. Verschuren:

‘De aanbieder moet de zorg kopen, terwijl het proces dat daaraan ten grondslag

ligt volstrekt ondoorzichtig is. Als een cliënt gekozen heeft voor een bepaalde

aanbieder, wordt die zorg toch nog geveild. Daarmee wordt de valse suggestie

gewekt dat die zorg ook door andere aanbieders binnen te halen is.’ Ook Koster

betwijfelt of zorgveiling.nl wel voldoende rekening houdt met de privacy en

keuzevrijheid van de cliënt, de noodzakelijke transparantie en kwaliteitseisen.

‘De BTN en wij zitten op het puntje van onze stoel om te kijken of dit wel goed

gaat en we zullen ogenblikkelijk in actie komen als dat niet zo is.’

De zorgverzekeraar wijst alle kritiek van de hand. Woordvoerder Christina

Rompe: ‘Wij hebben beide koepelorganisaties meerdere malen uitgenodigd met ons

te praten. Ze zijn daar nooit op ingegaan. De kwaliteitscriteria die wij

hanteren zijn door de koepelorganisaties zelf opgesteld, naleving wordt getoetst

door de koepels en het ministerie. Bovendien vragen wij het oordeel van alle

cliënten. Als ze een eerste keuze aangeven, wordt die alleen niet gehonoreerd

als de instelling niet beschikbaar is. Als daar klachten over zijn, vernemen we

die graag van de koepelorganisaties, maar ze hebben tot nu toe nog niets van

zich laten horen.’ Dat wordt overigens weer ontkend door Z-org. ‘Wij hebben wel

degelijk met de zorgverzekeraars gesproken. We krijgen te veel signalen dat het

niet goed gaat,’ aldus Koster.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.