Een goede vriendin kreeg een miskraam. Het piepkleine lijfje ving ze zelf op in haar handen. Haar man legde het kindje in een pot met water in de koelkast, terwijl zij zelf snel naar het ziekenhuis moest vanwege het vele bloedverlies.
Een week later begroeven ze het foetus, nog maar een paar centimeter groot, in het bos. Ze lazen een gedicht voor en huilden samen. Het ritueel hielp hen bij het rouwproces over het leven dat er even was, maar niet mocht zijn.
In onze westerse samenleving lijkt de dood steeds verder uit beeld te verdwijnen. Rouw krijgt weinig ruimte. Wie een verlies lijdt, moet al snel weer dóór, zoals journalist Jeroen Wapenaar schrijft (zie pag.

