Janet Haring werkt als ervaringsdeskundige trainer en coördinator bij ExpEx Amsterdam en bij TeamED. Ze ziet de afgelopen jaren positieve ontwikkelingen in de manier waarop organisaties samenwerken met ervaringsdeskundigen. ‘Steeds meer organisaties en sociaal professionals zien de waarde van ervaringsdeskundigen en ze benaderen hen ook vaker oprecht gelijkwaardig. Ervaringsdeskundigen krijgen binnen organisaties bovendien vaker een adviesrol, waar het voorheen vooral ging om het delen van ervaringsverhalen.’
Spiegel voorhouden
Karin Sok van Movisie is al jaren actief op het thema ervaringskennis en -deskundigheid. Zij voegt hier aan toe dat ervaringsdeskundigen vanuit die adviesrol een luis in de pels kunnen zijn. ‘Op de inhoud, door bijvoorbeeld in casuïstiekbespreking te vertellen wat er nu eigenlijk speelt in het dagelijks leven en wat daarin wel en niet werkt, en ook op het niveau van de procedures, door de spiegel voor te houden van de gevolgen van de kloof tussen het systeem en het dagelijks leven van mensen.’
ExpEx staat voor Experienced Experts en zij werken sinds 2012 aan de verbetering van de jeugdzorg, vanuit het perspectief van de jongeren. ExpEx traint jongeren met ervaring in de jeugdhulp of -zorg om organisaties en gemeenten te adviseren over hoe hun beleid, aanbod en dienstverlening beter kan. Deze jongeren werken mee aan lokale en landelijke projecten. Bijvoorbeeld door jeugdhulpaanbieders deel te nemen aan werksessies met beleidsmedewerkers om het jeugdbeleid te verbeteren, of door voorlichting te geven aan professionals.
Risico’s bespreken
Tegelijkertijd zien zowel Sok als Haring dat veel organisaties onvoldoende voorbereid en zonder duidelijke visie van start gaan. Haring maakt bij het verbeteren van de samenwerking met hulpverlenende organisaties graag gebruik van de handreiking kwartiermaken voor het samenwerken met ervaringsdeskundigen. Daarin staat onder meer de aanbeveling om vooraf de risico’s goed te bespreken, en die onderschrijft ze ten zeerste. ‘Interne weerstand bijvoorbeeld. Als aanjager van ervaringsdeskundigheid bespreek ik dat vooraf met het team en de leidinggevende. Ik vraag gewoon wat ze spannend vinden.’
Dat kan dan zijn dat ze nog geen duidelijk beeld hebben van wat er wel en niet bij het werk van de ervaringsdeskundige hoort. Haring: ‘Door dit soort kwesties vooraf te bespreken, voorkom je dat de ervaringsdeskundige onveiligheid ervaart zodra er spanningen of onduidelijkheden ontstaan. Weet iemand wat er speelt, dan kan die veel beter omgaan met onverwachte reacties.’
Coalitievorming
Sok kan overigens melden dat er sinds februari 2026 een vernieuwde versie van de handreiking kwartiermaken is, met als aanvulling onder meer een praktisch werkboek voor de drie fasen van kwartiermaken bij de samenwerking met ervaringsdeskundigen. Fase 1: een verkenning uitvoeren, fase 2: een veranderklimaat creëren, en fase 3: de organisatie betrekken en toerusten. De tips, tools en voorbeelden in dit werkboek zijn ontleend aan praktijken die Movisie gevolgd heeft. Sok onderstreept ook het belang van coalitievorming dat in de handreiking aan de orde komt: ‘Ervaringsdeskundigen hebben binnen de organisatie medestanders nodig die een duidelijke visie hebben op de samenwerking tussen ervaringsdeskundigen en andere professionals en die daaraan willen trekken.’
De coalitievorming is volgens Haring nodig op verschillende niveaus: dat van directie en management, maar ook het financiële en organisatorische niveau en uiteraard de werkvloer. ‘Zij moeten er allemaal voor willen gaan. Het komt voor dat een heel gedreven directeur van bovenaf besluit om samen te werken met ervaringsdeskundigen, terwijl de medewerkers op de werkvloer al te maken hebben met allerlei verandertrajecten. Daardoor landt het enthousiasme van bovenaf dan totaal niet.’
Vrije ruimte waarborgen
Daarbij is het belangrijk dat de ervaringsdeskundigen op gezette tijden met de coalitiepartners op de verschillende niveaus in gesprek zijn, vult Sok aan. ‘Als ze elkaar over en weer op een gelijkwaardige manier voeden, weten ze van elkaar wat er speelt en zo ontstaat er wederzijds begrip.’
Ervaringsdeskundigen werken vaak alleen of met slechts een enkele collega in de organisatie, en om die reden benadrukt Haring: ‘Ook voor ervaringsdeskundigen onderling is elkaar voeden cruciaal.’ Ze moeten goed met elkaar kunnen sparren, beaamt Sok: ‘Over je positie, over wat je tegenkomt in de samenwerking met andere professionals, en over hoe je je vrije ruimte waarborgt om te voorkomen dat je ingekapseld wordt door het systeem en de procedures van de organisatie.’
Eigen ervaring inzetten
Wat ook steeds vaker ter sprake komt is het inzetten van de eigen ervaringen door reguliere zorg- of sociaal professionals, beleidsmedewerkers en manager. Haring zegt daarover: ‘Het inbrengen van eigen ervaringen zou veel meer onderdeel moeten worden van dit soort reguliere functies. Reflectie op de eigen ervaringen helpt om bewuster te handelen, het helpt bij het kennen van je eigen rol en wat de grenzen daarbij zijn.’
Haring voegt eraan toe dat veel van de studenten die aan studies zoals social work, psychologie en pedagogiek beginnen, zelf ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt. Ze bepleit om die reden aanpassing van het curriculum van deze opleidingen. ‘Nu krijgen al die studenten vooral de professionele kennis mee vanuit theorie en wetenschap. Met een beetje geluk krijgen ze een keer een gastles van een ervaringsdeskundige, maar het zou beter zijn als ze structureel leren hoe ze hun eigen ervaringen in kunnen zetten in hun werk.’
Sok sluit zich hier bij aan, waarbij ze benadrukt dat zorgvuldigheid essentieel is. ‘Het inzetten van eigen ervaringen is geen laaghangend fruit, wat sommige organisaties wel eens denken. Het vraagt veiligheid en ondersteuning om je eigen ervaringen in te brengen. Het betekent dat je je soms opnieuw moet zien te verhouden tot je werk, je collega’s en je cliënten.’
Reguliere opleiding
Haring wijst andersom ook op het feit dat veel opgeleide ervaringsdeskundigen daarnaast een reguliere opleiding hebben gevolgd. ‘Zoals ikzelf, ik ben negen jaar naar school geweest om een vak te leren. Wat ik bedoel te zeggen is: wij brengen niet alleen onze ervaringsdeskundigheid mee, maar ook onze andere vaardigheden als professional en onze kwaliteiten als mens die van pas kunnen komen bij het coördineren van projecten, het aanvragen van subsidies of het begeleiden van bijeenkomsten.’
Korte looptijd en versnippering
Een hardnekkig obstakel voor het duurzaam inzetten van ervaringsdeskundigheid is de korte looptijd en de versnippering van de financiering. ‘Het komt geregeld voor’, vertelt Haring, ‘dat we in een en dezelfde gemeente voor een en hetzelfde project te maken hebben met verschillende potjes, met verschillende contactpersonen. We komen om in de verantwoordingen.’
Vanuit stichting ExpEx kaarten Haring en haar collega’s de financieringskwestie geregeld aan, bij gemeenten en fondsen. Dat vergroot daar het bewustzijn over waar ze als financiers de uitvoerende partijen mee opzadelen. Inmiddels zien beide experts dat er wat de financiering betreft langzaam een beweging op gang komt richting meerjarige opdrachten.
Koersen op duurzame inzet
Behalve de administratieve rompslomp noemt Haring nog twee andere kwalijke gevolgen van de versnipperde financiering. Ten eerste ontstaat er hierdoor concurrentie tussen gelijksoortige partijen, terwijl samenwerken juist zo belangrijk is als je hetzelfde werk doet. Ze koppelt daar nog een inhoudelijke, in feite ethische, kwestie aan vast: ‘Stel dat wij voor een bepaald project geen geld krijgen, dan maak ik me zorgen over waar jongeren en hun ouders dan wél terechtkunnen voor die hulp.’
De kwestie van de financiering belemmert het ontplooien van de volledige potentie van ervaringsdeskundigheid, besluit Sok dan ook: ‘Als je koerst op duurzame inzet en samenwerking, dan moet je de structurele financiering op orde hebben.’

