Kinderopvang niet langer onder de warme gesubsidieerde welzijnsdeken: ‘Van een open markt is geen sprake’

Het kabinet zet hoog in met haar ambitie de capaciteit van de kinderopvang te verdubbelen. Zo'n nieuwe groeistuip brengt de nodige problemen met zich mee. 'Haal de kinderopvang uit de gesubsidieerde welzijnssector en laat de markt zijn werk doen,' vindt A. Weeber van SKON, een particuliere organisatie voor Kinderopvang. 'De warme gesubsidieerde welzijnsdeken bestaat al lang niet meer,' stelt Hans Slaats, hoofd kinderopvang in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Hij is juist blij met de inbedding in het welzijnswerk. Dit vergroot volgens hem de mogelijkheden om een bredere markt te bedienen en meer variatie aan te brengen in opvangvoorzieningen. `De kinderopvang is inmiddels volwassen genoeg om zonder allerlei overheidssubsidies op eigen benen te staan.'

Er zitten de nodige haken en ogen aan het Kabinetsplan

om met stimuleringsgelden van de overheid in vier jaar tijd de capaciteit in de

kinderopvang te verdubbelen. Zo zal het volgens Corine von Grumbkow,

beleidsmedewerker kinderopvang bij de VOG, niet meevallen de 16.000 extra

personeelsleden te werven en in de stedelijke gebieden voldoende geschikte

huisvesting voor nieuwe voorzieningen te vinden. Bij de uitbreiding van de

kinderopvang draait het uiteindelijk om het binnenhalen van extra

bedrijfsplaatsen, want dat is de kurk waar deze sector op drijft. Zowel voor de

particuliere als de welzijnsorganisaties. Het onderscheid tussen die twee vindt

ze kunstmatig. `Een exclusieve subsidierelatie tussen welzijnsinstellingen en

gemeenten is niet van deze tijd. De markt ligt open, mede door de komst van

budgetsubsidies en door aanbestedingsprocedures. Slechts hier en daar is de

verhouding tussen gemeente en instelling nog te hecht, met name in kleinere

gemeenten.’

De directeur van SKON, A. Weeber, maakt op dit punt een hele andere

inschatting. Volgens hem bestaan dergelijke ondoorzichtige subsidierelaties nog

op grote schaal, niet alleen in kleine gemeentes. Hij ziet bovendien dat

gemeenten langdurige verplichtingen zijn aangegaan met de lokale

welzijnsorganisatie. Van een open markt is in de ogen van Weeber absoluut geen

sprake. De SKON-directeur pleit ervoor om de kinderopvang los te koppelen van

gesubsidieerde welzijnsorganisaties. Weeber: `De kinderopvang is inmiddels

volwassen genoeg om zonder allerlei overheidssubsidies op eigen benen te staan.

Veel lokale gesubsidieerde kinderopvangorganisatie beschikken dankzij die

subsidies over een overhead die groter is dan wij als landelijke SKON nodig

hebben. Dat wreekt zich natuurlijk als je werkelijk concurrerend moet werken.

Men zit nu nog in een luxe-positie. Maar de prijsstijgingen, de CAO’s en de

veelheid aan regels die zijn doorgevoerd, breekt ze op zodra de wachtlijsten

minder lang zijn en de economie even stagneert. Zodra bedrijven op de centen

moeten letten, dan vliegen luxe-artikelen als kinderopvang en de lease-auto er

als eerste uit. Het wordt ons nu moeilijk gemaakt om op gelijke voet te

concurreren, maar je zult zien dat de particuliere bureaus door hun

marktgerichtheid de langste adem hebben.’

Zakelijke bedrijfsvoering

Het beeld dat Weeber van welzijnsorganisaties met kinderopvang schetst,

komt op geen enkele manier overeen met de ervaringen van Hans Slaats, hoofd

kinderopvang van de stichting Welzijn Rivierenbuurt in Amsterdam. `Tien,

vijftien jaar geleden kon je misschien nog met een bezettingsgraad van tachtig

procent of minder bij de overheid aankloppen en het tekort dan achteraf gedekt

krijgen. Die tijd ligt inmiddels ver achter ons, nu wordt van 100 procent

uitgegaan. Wij moeten onze uitbreiding net zo goed op de markt van de

bedrijfsplaatsen halen. Dat vraag een zakelijke bedrijfsvoering.’

Slaats verwacht dat de kinderopvang in de Rivierenbuurt de komende

jaren aanzienlijk gaat uitbreiden. Het belangrijkste knelpunt daarbij is, naast

het aantrekken van voldoende personeel, het vinden van geschikte ruimtes. Daar

worden momenteel creatieve oplossingen voor bedacht. Door contacten met de

stichting ouderenzorg is in de Rivierenbuurt het plan ontwikkeld om de nieuwbouw

van een verzorgingshuis te combineren met het huisvesten van een

kinderdagverblijf. Slaats: `Dat is weer een voordeel van een bredere

welzijnsorganisatie, je bent gewoon beter op de hoogte van de mogelijkheden in

zo’n wijk. Dat voordeel geldt ook op andere terreinen. Neem de contacten met

opleidingen, de stages en het werven van personeel. Je profiteert van de

netwerken waar zo’n bredere organisatie over beschikt. Een praktisch voorbeeld

is de combinatie van de naschoolse opvang met het reguliere kinderwerk, die twee

vullen elkaar mooi aan.’

De stichting Welzijn Rivierenbuurt heeft vooralsnog weinig te duchten

van concurrentie uit particuliere hoek. Het is voor Slaats overigens geen wet

van Meden en Perzen dat de kinderopvang deel uitmaakt van een

welzijnsorganisatie. Een belangrijke voorwaarde is wel dat de stichting

voldoende massa heeft en zich ondernemend opstelt, zodat de kinderopvang in

staat is zijn vleugels verder uit te slaan. Slaats: `Het gaat de komende jaren

vooral om een verbreding van het aanbod. Mensen zoeken opvang op maat. We

ontwikkelen daarom de mogelijkheid van opvang aan huis en geven de naschoolse

opvang een nieuwe inhoud. Binnen onze brede welzijnsorganisatie zijn we in staat

om de capaciteitsuitbreiding te gebruiken voor het ontwikkelen van een breed

arrangement aan opvangmogelijkheden.’/Jasper Veldhuis

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.