Jet Bussemaker over de thuiszorg: ‘Gedwongen ontslagen zijn niet altijd rampzalig’

Gedwongen ontslagen in de thuiszorg zijn geen ramp, vindt staatssecretaris Jet Bussemaker. Als er maar direct een nieuwe baan in de zorg wordt aangeboden. Met de vraag naar 6.000 nieuwe zorgwerkers moet dat lukken. Haar toekomstbeeld: ‘Liever zorg via een sociaal netwerk in de buurt dan vijf professionals aan het bed’.


Door Carolien Stam – De indicaties voor huishoudelijke verzorging zijn niet

veranderd. Wel hoe de gemeenten ze invullen, namelijk met voornamelijk

alfahulpen. De cliënt is desondanks tevreden over de geboden hulp. Dat blijkt

uit de eerste tussenrapportage van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Wat is dan het probleem voor staatssecretaris Jet Bussemaker? ‘Mijn taak is te

garanderen dat mensen de zorg krijgen die ze nodig hebben. De cliënten zijn

kennelijk tevreden. De vraag is hoe gemeenten de hulp invullen. Vroeger is

altijd de hoogste invulling voor huishoudelijke hulp gegeven, met een plus voor

lichte zorg door de huishoudelijke hulp 2. Het blijkt dat in veel gevallen

huishoudelijke hulp 1 ook voldoende is.’

TransitieverschijnselJet Bussemaker is er niet van

overtuigd dat de de verschuiving binnen de huishoudelijke zorg structurele

problemen teweeg zal brengen. Integendeel. Zij volgt de gemeenten in hun

opvatting dat de huidige 70–30 verhouding (alfahulp–huishoudelijke hulp 2) een

zogenoemd transitieverschijnsel, oftewel een voorbijgaand overgangsprobleem is.

‘De cliënt heeft daar’, aldus Bussemaker, ‘weinig last van. Er komen nauwelijks

klachten binnen op het meldpunt en bij de belangenorganisaties van cliënten.’

Daar staat tegenover dat de cliënt zich er niet van bewust is of hij of zij meer

zorg nodig heeft. De meerwaarde van de huishoudelijke zorghulp is juist dat zij

de behoefte aan zorg bij cliënten signaleert. Wie houdt de zorgbehoefte nu in

het oog?

Staatssecretaris Bussemaker zet haar kaarten op de uitvoering van de

Wmo: ‘De bedoeling van de Wmo is dat de gemeente de cliënt kent doordat die

cliënt in verschillende sociale netwerken in de wijk zit. Op die manier weten de

gemeenten, beter nog dan het Centraal Indicatieorgaan Zorg, welke zorg of dienst

de cliënten nodig hebben. Zij moeten integraal kijken naar de zorg- en

ondersteuningsbehoefte van de cliënten.’

De veranderde invulling van de huishoudelijke hulp leidt tot ontslagen

in de thuiszorg en meer alfahulpen. Dat vindt u ongewenst, hebt u

gezegd.‘Er zijn verschillende redenen waarom die ontslagen vallen. Dat

is een gevolg van de verschuiving tussen huishoudelijke hulp en alfahulp. Dat

vind ik zeer onwenselijk. Maar ook omdat sommige thuiszorgorganisaties zich niet

goed hadden voorbereid; ze hadden te veel overhead of dachten “Wij krijgen die

gunning toch wel”.De personele gevolgen verschillen per gemeente en per

regio. Daarom moeten maatregelen ook lokaal worden bezien en genomen. Ik heb net

een brochure verstuurd naar alle gemeenten waarin ik aanbevelingen doe voor het

aanbestedingsbeleid. Ik doe een beroep op gemeenten om bij de aanbesteding niet

alleen economische eisen, maar ook sociale eisen te stellen. De gemeente kan

bijvoorbeeld bedingen dat personeel overgenomen wordt door het bedrijf dat de

opdracht krijgt. Je kunt de huishoudelijke hulp ook op langere termijn

aanbesteden. Personeelsbeleid kan dus een belangrijke eis in de aanbesteding

zijn. Ik wil de wethouders er op aanspreken dat ze zich politiek met de

aanbestedingen bemoeien. Zij bepalen de randvoorwaarden.’

U kunt ook zeggen: ‘Gemeenten, jullie mogen niet onder het CAO-tarief

gaan voor de prijs van een huishoudelijke hulp.’‘Daar heb ik over

nagedacht. Het is technisch onmogelijk, ik kan een alfahulpconstructie niet

verbieden. Maar het is ook in strijd met de gemeentelijke autonomie, waar de

Tweede Kamer zich voor heeft uitgesproken. Om de Wmo na een half jaar te

veranderen moet ik een goede reden hebben. Ik zou die reden nog kunnen vinden

als ik zeker weet dat er tienduizenden ontslagen gaan vallen.’

Brancheorganisatie Actiz zegt dat er binnen twee jaar minstens 12.000

mensen hun werk verliezen.‘Dat begint een enorme getallendiscussie te

worden. Bij het meldpunt zijn tot nog toe 5.000 meldingen van, let wel, mogelijk

ontslag binnengekomen. In veel van die gevallen hebben zorgaanbieders nog geen

overleg gehad met gemeenten, geen sociaal plan en nog geen aanvraag voor ontslag

ingediend bij het Centrum voor Werk en Inkomen. Er zijn tot nu toe nog maar 183

ontslagaanvragen bij CWI’s. Dan zeg ik tegen Actiz: “Jullie zitten ook in dat

meldpunt, kom maar op met je meldingen”. Als er geen rekening wordt gehouden met

mijn maatregelen, kom je tot veel hogere aantallen. Ik kan niet altijd

verhinderen dat er ontslagen vallen, het hoort ook bij het normale leven. Wat ik

wil bestrijden is dat mensen verdwijnen uit de zorg of gedwongen worden alfahulp

te worden. Daarom heb ik alle partijen direct na mijn aantreden om de tafel

geroepen, we hebben een meld- en schakelpunt ontslagen opgericht. Er komt een

mobiliteitscentrum om mensen naar ander werk te begeleiden. Ik heb 20 miljoen

euro uitgetrokken om met scholing deze mensen voor de zorg te behouden. Het idee

is om de vrouwen een stapje boven hun huidige niveau op te leiden.We moeten

het ook niet groter maken dan het is. Gedwongen ontslagen zijn niet altijd

rampzalig, zolang er onmiddellijk perspectief in de vorm van een nieuwe baan in

de zorg kan worden geboden.’

Dan stuit de staatssecretaris al pratende nog op een onderwerp waarover ze

duidelijk nog iets kwijt wil: ‘Ik moet toch ook constateren dat bij een fiks

aantal zorgaanbieders in de thuiszorg de topmensen ver boven de Balkenende-norm

en ook ver boven de door de sector zelf aangelegde norm verdienen. Dan vind ik

het wrang dat zij zeggen gedwongen te zijn hun medewerkers in een

alfahulpconstructie te zetten.’

VerdelingsprobleemHetzelfde argument komt naar

voren als het onderwerp cliëntenstops in de thuiszorg wordt aangesneden.

Meerdere thuiszorgorganisaties hebben laten weten geen cliënten meer te

kunnen helpen omdat hun AWBZ-budget ‘op’ is en de zorgkantoren daarin ook niet

meer kunnen voorzien. Bussemaker: ‘Thuiszorgorganisatie Icare zegt dat ze geen

geld meer heeft om cliënten te helpen, terwijl de vijf mensen aan de top van

Evean, waar Icare deel van uitmaakt, ver boven de sectornorm verdienen.

Misschien is er wel sprake van een verdelingsprobleem in plaats van een

financieringsprobleem. Vorig jaar wilde dezelfde organisatie ook een

cliëntenstop invoeren en heeft vervolgens bijna een miljoen euro winst

gemaakt.’De staatssecretaris wil maar even helder stellen: als er binnen de

regio andere aanbieders van zorg zijn die cliënten kunnen helpen, is er geen

enkele reden om meer geld in te zetten. ‘Mijn verantwoordelijkheid is dat mensen

zorg krijgen, niet om zorginstellingen aan een groter marktaandeel te helpen.’

Al geeft ze toe dat in Drenthe en Flevoland versneld onderzoek wordt gedaan naar

de situatie om te zien of er meer geld bij moet komen.‘Deze toestand geeft

aan’, aldus Bussemaker, ‘dat de prikkels in de AWBZ niet de goede kant op staan.

Enerzijds is het aanbod gestuurd vanuit de overheid, anderzijds gedragen

zorginstellingen zich alsof het een markt is. Vorig jaar is er ook tussentijds

95 miljoen euro bij het AWBZ-budget voor thuiszorg gegaan, uiteindelijk bleek er

133 miljoen over te zijn.’

BezuinigingenBezuinigd wordt er volgend jaar wel op de

AWBZ: 130 miljoen op de ondersteunende begeleiding van cliënten. Daar is veel

kritiek op. Ouderen en gehandicapten komen niet meer achter de geraniums weg.

Bussemaker: ‘Ik streef helemaal niet naar maatregelen om ouderen versneld het

verpleeghuis, een duurdere voorziening, in te krijgen. Daar heb ik niet alleen

de ouderen, maar ook mezelf mee. We moeten wel de, wat ik noem ‘perverse

effecten’ eruit halen. Ik bedoel de aanspraken op de ondersteunende begeleiding

goed afbakenen. Die voorziening is in één jaar 40 procent gegroeid. Ze was ooit

bedoeld voor ondersteuning van zwaar meervoudige gehandicapten. Vandaar dat het

uurtarief ook 45 euro is, er was deskundig personeel voor nodig. Maar de

ondersteunende begeleiding is verworden tot een markt die door andere

zorginstellingen is ontdekt voor zaken als boodschappen doen en de begeleiding

van uitjes. Ik kan niet verkopen dat een alfahulp voor 12,50 euro schoonmaakt en

een andere hulp voor 45 euro per uur boodschappen doet.’Deze diensten vallen

niet onder de ‘langdurig onverzekerbare zorg’ waar de AWBZ voor is, benadrukt

Jet Bussemaker. ‘Dit soort diensten valt binnen de Wmo, of mensen regelen het

zelf. Voor boodschappen en begeleiding kunnen gemeenten bijvoorbeeld lokale

dienstencentra opzetten. Dat schept weer werk voor mensen aan de onderkant van

de arbeidsmarkt. Daarmee sla je meerdere vliegen in een klap.’

Er komt ook geld in de zorg bij: voor verbouw van verpleeghuizen en

voor 6.000 extra werkers in de zorg. Waar haalt u die mensen vandaan in de

komende tijden van arbeidskrapte?‘Misschien komen die mensen wel voor

een deel uit de thuiszorg. Er is geld voor scholing, daarmee kunnen we mensen op

niveau hv 3, waar veel vraag naar is, krijgen. Daarnaast hebben we projecten in

gemeenten voor herintreders en allochtone vrouwen die nog niet werken. In

oktober komen minister Ab Klink en ik met een arbeidsmarktbrief. We willen de

condities voor mensen die in deeltijd werken verbeteren. Als alle deeltijders in

de zorg twee uur meer gaan werken, zou dat in totaal 100.000 fte

opleveren.’Om mensen te werven is het nodig dat het imago van het beroep in

orde is, weet Bussemaker. Zij vindt dat zorginstellingen daarin zelf

verantwoordelijkheid moeten nemen. Door de mensen op de werkvloer op te leiden

en meer carrièreperspectief te bieden. ‘Ik zou graag zien dat de praktische

hoofdverpleegkundige terugkomt in plaats van de huidige manager die vooral

beheersmatig naar het zorgproces kijkt. Belangrijk is ook dat instellingen

luisteren naar hun cliënten én naar hun werknemers. De relatie tussen die twee

is maatgevend voor het werkplezier van de professional en voor de kwaliteit van

de zorg voor de cliënt.’

Sociale betrokkenheidAls iedereen zijn tas al inpakt,

veert staatssecretaris Bussemaker op om nog één ding te zeggen over de

ondersteunende begeleiding. ‘De vraag is of we een samenleving willen waarin

alles door de overheid wordt geregeld. Ik denk dat sociale betrokkenheid en het

netwerk tussen burgers onderling belangrijk is. De kwetsbare groepen? Voor hen

kun je in georganiseerd verband iets blijven doen. Ik was in een verpleeghuis

waar veel ouderen uit de buurt in het restaurant kwamen eten. Het huis had een

tweedehands winkeltje, een buurtwinkel en een soort uitbureautje. Er kwamen dus

allerlei mensen uit de buurt, die ook weer bewoners die veel ouder waren in het

verpleeghuis hielpen. Fantastisch. De kritiek is natuurlijk dat alles maar weer

vrijwillig moet als de overheid zijn handen ervan af trekt. Dat moet ook niet:

vrijwilligerswerk en professionele ondersteuning moeten altijd samen gaan. Maar

ik leef liever in een buurt met dit soort sociale netwerken dan dat ik dagelijks

vijf verschillende professionals aan mijn bed krijg.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.