Zorg 2003: minder regelzucht, meer kwaliteit: Marktwerking in de Bomhoff-doctrine

15 Maart 2007 Een nieuw bekostigingssysteem in de zorg en véél minder regels en wetten. Dat zijn de meest in het oog springende voornemens van het verse kabinet. Het 'nieuwe' beleid wordt weliswaar met toeters en bellen gepresenteerd, maar borduurt veelal voort op maatregelen waar 'Paars' al mee was begonnen. Onder de bewindslieden Bomhoff en Ross-Van Dorp is meer marktwerking en meer vrijheid voor de zorgaanbieders te verwachten.

Door Caroline Stam – ‘Een blijmoedige insteek,’ zo kondigde de nieuwbakken

minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn eerste begroting aan. Hij

kon gemakkelijk blijmoedig zijn, want hij had meer geld te besteden: voor deze

kabinetsperiode 2002 tot 2006 mag hij 9,5 miljard extra uitgeven. De

‘volume-uitgaven’ kunnen jaarlijks met 2,5 procent stijgen. Daarnaast is er 1,2

miljard extra beschikbaar voor het terugdringen van de wachtlijsten (van de

instellingen), die nu worden uitgedrukt in wachttijden (voor de cliënt). Dit om

te voorkomen dat instellingen lange wachtlijsten gaan aanleggen om meer geld te

krijgen. Ombuigingen komen er ook. Met name op het gebied van regels en

overhead, en op het budget voor geneesmiddelen. Het moet, zo staat te lezen in

de VWS-begroting, zo’n 568 miljoen euro opleveren.

Productie opschroeven

Het gaat goed met onze gezondheidszorg, betoogt minister Eduard

Bomhoff. We leven steeds langer, we kunnen gebruik maken van steeds verder

ontwikkelde medische technieken en de dokters kunnen steeds meer. ‘Vergrijzing

is heel mooi,’ aldus Bomhoff, ‘en niet zoiets als zure regen, zoals het vorige

kabinet het voorstelde. Het kost meer geld.’ Het recht op zorg voor iedereen is

het uitgangspunt voor de begroting. Dat is natuurlijk heel mooi, maar dat recht

had de burger natuurlijk al lang en werd de laatste tijd steeds meer door

patiënten en cliënten via zorgverzekeraars en rechters afgedwongen.

Op de schop gaat het bekostigingssysteem in de zorg. Er zijn geen

voorop vastgestelde overheidsbudgetten meer voor de ziekenhuizen, maar

instellingen kunnen hun productie zoveel mogelijk opschroeven om de wachttijden

terug te brengen. Dat zal volgens de VWS-minister niet leiden tot een

kostenexplosie. ‘Daarvoor zijn enkele mechanismen in het systeem ingebouwd.’

Bomhoff noemt vier voorbeelden: cao’s leggen arbeidsvoorwaarden vast,

wat voorspelbare kosten oplevert. Voor medicijnen blijven maximum tarieven

gelden, vastgesteld door het COTG (Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg).

Onroerende goederen zijn een vaste kostenpost. En specialisten worden weer

betaald naar het aantal verrichtingen.

Het nieuwe bekostigingssysteem moet vraag en aanbod in de zorg beter op

elkaar afstemmen. ‘Per sector wordt naar het geëigende moment gekeken om over te

stappen naar een nieuw systeem,’ aldus de VWS-nota. De ziekenhuissector bijt het

spits af met de invoering van meer marktwerking. In 2003 maakt de sector een

begin met de Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s), gevolgd door de ggz. Een

DBC omvat alle activiteiten en verrichtingen in een ziekenhuis op de zorgvraag

van de patiënt. Ziekenhuizen en zorgverzekeraars gaan nu op lokaal niveau

afspraken maken over volume, prijs en kwaliteit van de DBC’s. De verzekeraars

zullen als inkopers en regisseurs van zorg fungeren. De overheid, zo verzekert

Bomhoff, zal toezien op de kwaliteit van de geleverde zorg en beoordeelt de

prestaties van de verzekeraars. De financiële prikkels zullen, zo is de

Bomhoff-doctrine, leiden tot meer en betere zorgproductie. De prijzen van

medicijnen, in de begroting een bezuiniging van jaarlijks 280 miljoen euro (de

helft van de totale ombuiging), worden ook door vraag en aanbod bepaald. Met

dien verstande dat het COTG de maximumprijzen zal blijven vaststellen.

Minister Bomhoff presenteert zijn beleid als de grote omslag, maar wie

naar de uitwerking ervan kijkt, ziet dat veel acties, en ook meer geld, al onder

het ‘oude’ kabinet zijn ingezet. Zo stelde ex-minister Borst al extra geld ter

beschikking voor de wachtlijsten, voor de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg.

En zocht zij naar mogelijkheden zorg doelmatiger te organiseren en

zorgaanbieders beter te laten samenwerken. Ook zijn er meer opleidingsplaatsen

gekomen voor gespecialiseerde verpleegkundigen, huisartsen en verloskundigen.

Bomhoff komt met soortgelijke beleidsvoornemens.

Interactief

Ook de geestelijke gezondheidszorg krijgt vanaf 2003 te maken met de

invoering van het DBC-traject als bekostigingssysteem. Dit gaat overigens vier

jaar gaat duren. Het systeem houdt in dat zorgaanbieders alleen budget ontvangen

voor daadwerkelijk geleverde zorg op basis van kostendekkende tarieven. Verder

kunnen, evenals de ziekenhuizen, ook instellingen in de ggz en de

verslavingszorg per 1 januari 2003 extra productie leveren zonder gehinderd te

worden door een maximum budget. Dit om de wachttijden tot een ‘aanvaardbaar

niveau’ terug te dringen.

Ook het persoonsgebonden budget zal in de gemoderniseerde AWBZ binnen

de ggz meer toegepast kunnen worden. Het kabinet wil, aldus de Zorgnota van VWS,

verder onderzoeken of het mogelijk is eerstelijns psychische zorg in het

basispakket voor de nieuwe basisverzekering – die voor 2005 op de rol staat – op

te nemen.

In de ouderenzorg worden de wachttijden ook door het nieuwe kabinet

aangepakt: de wachttijden moeten eind 2003 tenminste twintig procent lager zijn

dan tijdens het laatste meetpunt, oktober 2001. Toen bedroeg het aantal

wachtenden 87.300, waarvan 32.500 mensen zonder overbruggingszorg. Overigens was

het aantal wachtenden sinds 2000 al dalende. Om het doel te bereiken dienen

bouwplannen versneld uitgevoerd te worden, moet het ziekteverzuim onder het

personeel omlaag om het personeelstekort het hoofd te bieden en moet meer

variatie in het zorgaanbod de keuzemogelijkheden van cliënten vergroten. Door

benchmarking, waarbij instellingen zichzelf met anderen vergelijken, kan de

bedrijfsvoering verbeteren.

Kwaliteitszorgsystemen in de instellingen moeten de ouderenzorg op een

hoger niveau brengen, daar waar dat nodig is, betoogde staatssecretaris Clémence

Ross-Van Dorp tijdens de presentatie van de VWS-begroting. Ook hier minder

regels, minder bureaucratie. De staatssecretaris kondigde aan een

langetermijnvisie op ouderenbeleid te willen ontwikkelen. ‘Daarin zijn ook zaken

begrepen als wonen, veiligheid en mobiliteit van ouderen. Wij willen deze visie

interactief, met medewerking van partijen van onderaf, tot stand brengen.’

Nieuwbouw en renovatie van oudbouw is een belangrijke manier om de

ouderenzorg te vernieuwen en de capaciteit uit te breiden. Een groot probleem

zijn echter de kapitaallasten van de ‘oude’ gebouwen, die als een financiële

molensteen om de nek van veel zorginstellingen hangen. Staatssecretaris Ross-Van

Dorp erkent het financiële probleem, maar wil niet direct tegemoet komen aan de

claim van 800 miljoen euro die ouderenzorgkoepel Arcares enkele weken geleden

neerlegde. ‘Als instellingen met dit probleem zitten, kunnen we wel met andere

partners bekijken – woningbouwcorporaties, gemeente – hoe dit op te lossen.

Niemand heeft er iets aan de kapitaallasten steeds verder te laten oplopen,’

aldus Ross-Van Dorp.

Zorg-op-maat

Minder regels en minder bureaucratie is het motto. Minister Bomhoff

kondigde aan binnenkort hierover een ‘implementatieplan’ naar de Tweede Kamer te

sturen, dat voortbouwt op de plannen van de commissie-De Beer. ‘Je moet dan

denken aan een verandering van de mix tussen overhead en servicepersoneel,’ legt

minister Bomhoff uit. ‘Minder papierfunctionarissen en meer

servicefunctionarissen.’

‘Ontbureaucratisering dient ook in de jeugdzorg plaats te vinden,’

belijdt staatssecretaris Ross-Van Dorp. ‘Er moet beter samengewerkt worden.

Regels mogen niet belemmerend zijn, er moet meer transparantie zijn.’

Het gezinsdrama in Roermond maakt voor Ross-Van Dorp duidelijk dat er

bemoeizorg nodig is om achter de deur bij gezinnen te komen. ‘In overleg met

minister Donner van Justitie zullen wij bekijken in hoeverre de nieuwe Wet op de

Jeugdzorg daarop aangepast moet worden.’ De jeugdgezondheidszorg van 0 tot 19

jaar komt per 1 januari onder regie van de gemeenten. Een meer samenhangend

beleid en zorg-op-maat moet dat met zich meebrengen. Daarvoor stelt het kabinet

16 miljoen structureel ter beschikking.

Tot slot staat er in de gehandicaptensector nog het een en ander te

gebeuren. De Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) wordt ondergebracht bij VWS

(komt van het ministerie van Sociale Zaken). Doel is, zo is te lezen in de

Zorgnota, om het verlenen van zorg buiten de instellingsmuren verder uit te

breiden in 2003. Een goede afstemming van wonen, zorg welzijn en dienstverlening

en derhalve afstemming tussen de – gemoderniseerde – AWBZ en WVG is daarvoor

nodig.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.