ZN-directeur De Jong over de modernisering van de AWBZ: ‘Het zorgkantoor wordt een huis waar de cliënt echt terecht kan’

De zorgverzekeraars krijgen straks de regie in de gezondheidszorg. Het is een van de maatregelen waarmee staatssecretaris Vliegenthart de AWBZ wil moderniseren. Een prominente rol, Zorgverzekeraars Nederland wil niets liever. De vrees van minister Borst dat de verzekeraars een dubbele agenda hebben, vindt ZN-directeur Niek de Jong onbegrijpelijk: 'Als er in het publieke deel geknepen wordt, mag er toch best naar de private sector gekeken worden?'

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) bestaat

sinds 1968 en regelt de financiering van de langdurige zorg: de ouderenzorg, de

gehandicaptenzorg, de thuiszorg en de geestelijke gezondheidszorg. De wet blijkt

al jaren te star om de huidige problemen in de zorg, zoals de wachtlijsten, op

te lossen. In haar recente nota Zicht op zorg stelt staatssecretaris

Vliegenthart voor dat het geld van het Rijk straks niet meer naar de

instellingen gaat, maar naar de 31 regionale zorgkantoren. Die kunnen de

middelen – afhankelijk van de zorgbehoefte in de regio – naar eigen inzicht

besteden. In de nieuwe opzet krijgen de zorgkantoren ook het beheer over de

wachtlijsten.

Wat gaat de AWBZ-nieuwe stijl voor de cliënten betekenen?

‘In de dertig jaar dat de wet bestaat is de attitude van de cliënt sterk

veranderd. Vroeger waren patiënten vooral dankbaar voor de zorg die ze kregen,

tegenwoordig stellen ze zich meer op als consumenten. Ze hebben premie betaald,

ze eisen kwaliteit en wel meteen. Ze willen niet op een wachtlijst en ze willen

ook weten welk aanbod er is. Als de modernisering doorgaat zoals Vliegenthart

dat wil, wordt het zorgkantoor een huis waar de cliënt echt terecht kan. Het

moet de functie van troubleshooter krijgen en mensen met de vraag waar ze naar

toe moeten. En het moet jaarlijks een kwaliteitsverslag uitbrengen over de

voorzieningen in de regio. Nee, het is niet de bedoeling dat het zorgkantoor

gaat concurreren met gemeentelijke loketten en casemanagers. En ook niet dat het

meer bureaucratie oplevert. Het moet glashelder zijn met welke vragen de

cliënten bij het zorgkantoor kan aankloppen.’

En voor instellingen?

‘Tot nu toe hadden zorgverzekeraars een contracteerplicht met instellingen.

Die verdwijnt, waardoor er meer dynamiek zal komen. Instellingen zullen hun

pakket functioneler moeten beschrijven. Een verzekeraar kan ervoor kiezen om de

zorg bij meerdere instellingen in te kopen. De zorgkantoren zullen meer bij de

instellingen gaan aankloppen om te zien wat men precies doet.’

Meer zeiltochtjes dus, in het kader van het

relatiemanagement?

‘In principe hoeft dat niet, al heb ik niets tegen zeiltochtjes.

Instellingen en zorgverzekeraars hoeven ook geen partnership aan te gaan. Er

moeten heldere afspraken komen. We hebben het afgelopen jaar een aantal

incidenten gehad, zoals met Thuiszorg IJmond. Daaruit kunnen we leren dat het

zorgkantoor alerter mag zijn op wat er binnen instellingen gebeurt. En dat zit

hem niet in pietepeuterige informatie, het gaat om de grote lijnen.’

Vliegenthart schrijft in ‘Zicht op Zorg’ dat het nu even niet gaat over

de inhoud van de AWBZ, maar u begint doodleuk weer over uitdunning van het

pakket.

‘Je kunt die discussie niet uit de weg gaan. De AWBZ wordt steeds lastiger

betaalbaar. Dat komt echt niet alleen door de vergrijzing, maar ook doordat de

consument steeds meer eisen stelt. Ik wil toch de discussie weer opengooien over

welke zorg er wellicht naar het tweede of derde compartiment kan. Daarom vond ik

het RVZ-advies over de ggz bijvoorbeeld heel goed. Het aanbod van de ggz is de

laatste jaren sterk veranderd. Moet dat allemaal wel in de AWBZ? Ik zeg het met

alle voorzichtigheid, maar ik denk toch dat we erover moeten praten om hier en

daar wat op te schonen. Veel psychische problemen hangen direct met het werk

samen en je kunt de financiering daarop afstemmen. Met de knip in de thuiszorg

is inderdaad van alles mis gegaan, maar dat kwam door de overhaaste invoering.

Je kunt niet zeggen “er zij marktwerking” en die dan zomaar zonder regels

invoeren. Maar dat wil niet zeggen dat marktwerking op zich fout is.’

Naar aanleiding van de problemen in de kraamzorg zei minister Borst

onlangs dat de zorgverzekeraars met een dubbele agenda rondlopen. U zegt dat u

kwaliteit wilt leveren, maar kiest in de praktijk altijd voor de goedkoopste

oplossing.

‘Ik begrijp niet waarom ze dat zegt en ik vind het ook onterecht. Als je

kijkt naar wat de Agis-groep voor de kraamzorg in Utrecht heeft gedaan, kun je

dat ook niet volhouden. Als de reguliere aanbieders er niet uitkomen, moet je

naar de particuliere sector kijken. Natuurlijk pas als zij garanderen dat zij

kwaliteit leveren tegen een redelijke prijs. Ik vind dat privaat en publiek

verweven moeten zijn. Men denkt nog te vaak in een scheiding van publiek en

privaat geld. Maar als er in publieke gelden geknepen wordt, dan mag er van mij

naar de private sector worden gekeken. Privaat betekent niet alleen maar geld

verdienen. Er is niets mis met geld verdienen, als je het maar fatsoenlijk

doet.’

De econoom Stiglitz van de Wereldbank waarschuwde de afgelopen week ook

dat zorgverzekeraars alleen maar op geld uit zijn.’Dat is een

Amerikaan. Hij heeft het over Amerika. Dat kun je niet met de Nederlandse

situatie vergelijken.’

Maar hier schieten de verzekeringspremies met meer dan tien procent per

jaar omhoog zonder dat de cliënt meer waar voor zijn geld krijgt.

‘Over de schaarste: die wordt gecreëerd door de overheid. Daarbij wil de

consument steeds meer en betere zorg. Die wordt steeds duurder, dus gaat de

premie omhoog. Over de hoogte van de premies kan ik niets zeggen, dat is het

beleid van de maatschappijen afzonderlijk.’

Wat kunnen we verwachten van de nieuwe zorglobbyclub

Star-Treek?

‘Met de Ziekenfondsraad had Nederland een heel goed overlegsysteem, waarbij

alle partijen met elkaar om tafel zaten. In heel Europa willen ze nu de kant op

van dat model. Maar hier heeft de politiek het primaat en die wil alleen

Kroonleden in de raad. Dus nu organiseren wij zelf een platform. Daarin zitten

niet alleen de partijen uit het Treek-overleg, we willen ook de werkgevers, de

werknemers, de patiënten en consumenten erbij betrekken. We gaan informatie

uitwisselen en kijken over welke zaken we het eens kunnen worden. We zullen af

en toe naar buiten treden als we een gezamenlijk standpunt hebben, bijvoorbeeld

over een nieuw JOZ. Star-Treek wordt geen instituut. Eén man gaat dat

doen.’

U wilt een pro-actieve discussie gaan voeren. Waarover?

‘Een aantal jaren geleden hebben we met elkaar sterk ingezet op meer geld

voor de zorg. Dat is gelukt. Nu praten we over maximum wachttijden. Het pleidooi

voor een normering van de wachttijden is een eenzijdige actie geweest vanuit

Zorgverzekeraars Nederland, maar de reacties zijn goed. Vroeger zouden de andere

koepeldirecteuren me meteen opgebeld hebben met de mededeling “ik schort de

besprekingen op”, maar zo gaat dat niet meer. Alle sectoren zijn met de

wachtlijsten bezig. We willen niet meer meedeinen met de politiek, maar een

doorbraak forceren. Als je het met elkaar eens bent over aanvaardbare

wachtlijsten, kun je daarmee druk gaan uitoefenen op de politiek.’/Lucie Th.

Vermij

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.