Vrijwilligers krijgen steeds vaker te maken met complexe cliënten

Steeds vaker worden vrijwilligers ingezet in het sociaal domein. Ook in de schuldhulpverlening. Maar kan iedere vrijwilliger bijdragen aan de financiële redzaamheid van cliënten? Tot welk punt kun je vrijwillige inzet verwachten? En welke rol heeft de beroepskracht dan nog? Jansje van Middendorp: ‘Als beroepskracht moet je goed weten wat de taken en grenzen van je vrijwilligers zijn.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Vrijwilligers krijgen steeds vaker te maken met complexe cliënten
Foto: Fotolia

De landelijke organisaties Schuldhulpmaatje en Humanitas bieden hulp aan coördinatoren van de lokale afdelingen met een dienst thuisadministratie aan. Maar daarnaast zijn er nog 170 andere organisaties, zoals welzijnsinstellingen, die deze dienst aanbieden. Jansje van Middendorp, wetenschappelijk medewerker bij het Landelijk Stimuleringsnetwerk Thuisadministratie: ‘Zij hadden geen landelijke koepel om op terug te vallen.’ Om daar verandering in te brengen, is in 2006 het Landelijk Stimuleringsnetwerk Thuisadministratie (LSTA) opgericht. Het doel? Kennis delen, advies geven, trainingen verzorgen en organisaties die met dezelfde vragen bezig zijn aan elkaar koppelen.

Complexere doelgroep

Uit onderzoek van het LSTA onder coördinatoren van een dienst thuisadministratie, blijkt dat de doelgroep waarmee ze te maken krijgen verschuift. ‘Niet alleen zijn er steeds meer hulpvragers, ook komen er vaker mensen met complexe financiële problemen binnen die nog niet worden ondersteund door beroepskrachten. Daarbij is er een toename van mensen die naast financiële problemen ook een licht verstandelijke beperking of psychische problemen hebben.’ Hoe kan het zijn dat deze mensen, die dus eigenlijk meer hulp of ondersteuning nodig hebben dan een vrijwilliger kan bieden, bij een dienst thuisadministratie terecht komen? Van Middendorp: ‘Dat kunnen bijvoorbeeld mensen zijn die bij de gemeente aankloppen voor hulp en eigenlijk geen idee hebben hoe ernstig hun financiële problemen zijn. Zij kunnen dan worden doorverwezen naar vrijwilligers thuisadministratie om samen de financiën te ordenen. Dan blijkt vaak pas hoe complex het eigenlijk is. Dat is niet erg mits de vrijwilliger tijdig doorverwijst naar een beroepskracht.’

Samenspel tussen vrijwilliger en beroepskracht

Maar hoe bepaal je nu als coördinator tot welk punt een vrijwilliger kan ondersteunen en vanaf waar ondersteuning van een beroepskracht nodig is? ‘Om dat te kunnen bepalen is goed samenspel tussen de coördinator, vrijwilligers en beroepskrachten nodig’, aldus Van Middendorp. ‘Coördinatoren en vrijwilligers lopen nu tegen de grenzen van het vrijwilligerswerk aan. Het is dus van belang om telkens weer te blijven checken of een hulpvraag past binnen de ondersteuning die de vrijwilligers kunnen bieden of niet. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat het zo moet zijn dat er óf een vrijwilliger óf een beroepskracht wordt ingezet. De taken kunnen verdeeld worden. Om dat te kunnen doen, is samenspel nodig. Uit onderzoek dat wij gedaan hebben bleek dat sommige vrijwilligers het gevoel hebben dat ze het hulpje van de beroepskracht zijn in plaats van dat ze de hulpvrager ondersteunen. Als dat gebeurt, gaat er natuurlijk iets mis.’

Juiste koppeling

Maar voordat er een vrijwilliger ingezet wordt, is het natuurlijk nodig te kijken of deze vrijwilliger geschikt is om bij te dragen aan de financiële redzaamheid van de hulpvrager. Want eerlijk is eerlijk, er zijn gemakkelijkere vrijwilligersfuncties. Van Middendorp: ‘De intakegesprekken met vrijwilligers zijn vaak behoorlijk uitgebreid. Net als scholing van de vrijwilligers. Niet alleen moet een vrijwilliger verstand hebben van, de vindplaatsen van, financiële regelgeving, landelijk maar ook in de eigen gemeente, maar ook moet een vrijwilliger kunnen coachen. Het is de bedoeling de hulpvrager redzamer te maken, het is dus niet de bedoeling dat de vrijwilliger het probleem wel even oplost of overneemt, veroordelend overkomt of ongevraagd adviseert. De vrijwilliger moet echt naast de hulpvrager staan en diegene er sterker uit laten komen. Dat coachende is niet voor iedereen weggelegd.’ Het is de taak van de coördinator om een juiste koppeling te maken tussen vrijwilliger en hulpvrager. ‘De coördinator moet goed weten welke vrijwilligers er in het bestand zitten en wat hun competenties zijn. Je hebt hulpvragers die puur komen om hun administratie op orde te brengen maar ook hulpvragers die een gedragsverandering moeten doormaken. Om deze hulpvragers te ondersteunen zijn andere competenties nodig.’

Jansje van Middendorp is één van de sprekers op het congres Armoede en Schulden Doorgrond op woensdag 10 oktober. Deze nieuwe editie van Armoede en Schulden Doorgrond biedt een podium aan de brede, integrale, benadering van armoede en schulden en nieuwe en effectieve wegen in de schuldhulpverlening. Hoe geef je mensen die te maken hebben met schulden en armoede weer nieuw perspectief? Meer info en inschrijven >>

Overvragen

Vragen we niet te veel van vrijwilligers? Daar is Van Middendorp duidelijk over. ‘Nee, we vragen niet te veel. Een vrijwilliger kan in principe altijd stoppen of nee zeggen. Maar het is wel zo dat er vrijwilligers zijn die zo veel hart voor de zaak hebben dat ze zich laten overvragen en hun grens niet goed aangeven. Daar moeten beroepskrachten en coördinatoren oog voor hebben. Blijf met een vrijwilliger in gesprek, vraag of het nog goed gaat. En daar zit ook een heikel punt. Het is dus van belang dat vrijwilligerscoördinatoren voldoende uren krijgen om de vrijwilligers daadwerkelijk te ondersteunen. De coördinator is degene die het traject in de gaten houdt en op wie de vrijwilliger kan terugvallen. Heeft de coördinator daar geen tijd voor, dan gaat dat ten koste van de vrijwilligers en uiteindelijk ook van de hulpvragers.’

Vrijwilliger als bedreiging?

Nu er in het sociaal domein zo veel vrijwilligers zijn, is er soms angst dat de beroepskracht steeds minder nodig zal zijn. Die angst is onterecht vindt Van Middendorp. ‘Het gaat altijd om de afweging wat nodig is om een hulpvrager goed te ondersteunen. Vrijwilligerswerk gaat om toegevoegde waarde. Als vrijwilligers hun competenties en tijd gratis willen inzetten, zou ik daar als beroepskracht gebruik van maken. Ik denk dat het voor iedereen voordelig is als vrijwilligers zich inzetten zodat er meer mensen eerder bereikt kunnen worden. De groep mensen met problemen is bovendien zo groot, dat vrijwilligers nooit het werk van beroepskrachten over kunnen nemen. Ze kunnen er wel aan bijdragen dat meer mensen hulp krijgen. En dat is wat we allemaal zouden moeten willen.’

3 REACTIES

  1. Een herkenbaar artikel. Al ben ik er van overtuigd dat op bepaalde terreinen de vrijwilliger deskundiger is dat de beroepskracht. Een goede samenwerking kan alleen plaatsvinden als er respect is en erkenning voor elkaars deskundigheden.
    Ik praat liever ook niet over beroepskracht en vrijwilliger, maar over betaalde professional en onbetaalde/vrijwilliger professional.

    Ed Schut
    Onbetaalde/vrijwillig Coördinator Humanitas Thuisadministratie Assen
    In mijn werkzame leven was ik een betaalde professional

  2. Lees alle reacties
  3. In Zwolle doe ik bij o.a. Schuldhulpmaatje onderzoek naar of de ondersteuning aansluit bij mensen met een psychische kwetsbaarheid. Vrijwilligers van de diverse organisaties geven zelf vaak aan dat ze niet altijd weten hoe met psychische problematiek om te gaan. Omdat schulden en psychische kwetsbaarheid vaak samen gaan, zijn we benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek.

  4. Hoi Crystal, ik ben ook erg benieuwd naar de uitkomsten van jullie onderzoek. Veel hulpvragers hebben te maken met multi-problematiek. Voor vrijwilligers die zijn geschoold in ondersteuning bij het op orde krijgen van de financien is het omgaan met aanpalende problematiek vaak een ‘uitdaging’.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.