VGN-voorzitter Bottelier over de beroering in de gehandicaptenzorg: ‘Het systeem kraakt in zijn voegen’

De commotie rond de Zeeuwe instelling Arduin, de brandbrief van Zuid-Hollandse instellingen aan de Kamer, dreigend faillissement voor een aantal voorzieningen en ouders die zorg bij de rechter gaan afdwingen. De verstandelijk gehandicaptensector was de laatste weken vaak en negatief in het nieuws. Geen toevallige incidenten, zegt Paul Bottelier, voorzitter van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland.

De gehandicaptenzorg in Nederland maakt een snelle

ontwikkeling door. Cliënten krijgen veel meer zelfstandigheid en dat vergt een

flinke cultuuromslag van de sector. ‘Zulke veranderingen gaan nooit zonder slag

of stoot,’ weet Bottelier, tevens directeur van Amarant, een instelling voor

zo’n tweeduizend mensen met een verstandelijke handicap in Brabant. ‘Maar nu is

er meer aan de hand. De signalen van de afgelopen weken moeten we heel serieus

nemen’.

Directeur Van den Beemt van Arduin heeft zich tijdelijk

teruggetrokken na klachten van personeel en ouders. Hij zou onder meer de

vernieuwingen te snel willen doorvoeren.
‘Alle instellingen

zijn op de trein gestapt die zorgvernieuwing heet, en sommige nemen de bochten

wat scherper dan andere. Het moderniseren van deze zorg is ingewikkelder dan de

meesten hebben voorzien. Bij de ideeën over het verzelfstandigen van de cliënten

is bijvoorbeeld te weinig rekening gehouden met de groep ernstig gehandicapten,

met dementerenden en cliënten met gedragsproblemen.’

Schiet het proces van ‘normalisering’ van de cliënt niet te ver

door?
‘Het emanciperen is voor een deel van de gehandicapten in

ieder geval moeilijker dan werd gedacht. Sommige ouders zien het helemaal niet

zitten dat hun kind in de stad gaat wonen. Laat hem liever in de bossen blijven,

daar kan hij veilig fietsen, hoor je dan. Deze ouders en cliënten verdienen wel

aandacht. Dikwijls helpen positieve ervaringen met integratie en

verzelfstandiging hen over de brug, maar soms is het ook een moeizaam

proces.’

Een flink aantal instellingen kampt met financiële problemen.

Hoe ernstig is de situatie?
‘Van de in totaal 200 instellingen

kampen er veertien met serieuze moeilijkheden. Dat is niet erg veel, maar toch

een ontwikkeling waar we goed op moeten letten. Soms liggen de oorzaken in het

verleden. De Stichting Hendrik van de Boeijen in Assen heeft met de zaak Jolanda

Venema enorm veel slechte publiciteit over zich heen gehad. Zij hebben toen met

eigen middelen een inhaalslag gemaakt en voor een optimale dagbesteding gezorgd.

Met als gevolg dat ze nu een negatief vermogen hebben van vele miljoenen.

Natuurlijk, daarvoor zijn ze wel zelf verantwoordelijk. De andere instellingen

hebben ook telkens voorrang gegeven aan goede zorg, met de beste intenties. Ook

zij hebben een tijd lang uit eigen zak bijvoorbeeld veel geld uitgegeven aan

dagbesteding voor ernstig gehandicapten, en dat was hard nodig. Terwijl pas bij

de afgelopen miljoenennota is bepaald dat we daarvoor nu extra geld krijgen van

VWS.’

Waarom hebben instellingen niet eerder om meer geld

gevraagd?
‘De overheid was in het verleden niet geneigd extra

geld te steken in een sector met grote instellingen die niet vernieuwingsgezind

was. We verdeelden de gelden ook niet effectief. Daarom zei de overheid: stel

eerst maar eens orde op zaken. Voorheen kreeg iedere gehandicapte die 24

uurs-zorg nodig had globaal hetzelfde bedrag, nu zijn we bezig om samen met VWS

een ander bekostigingssysteem op te zetten, waarbij veel meer gekeken wordt naar

individuele criteria als de ernst van de handicap. Zo komt het geld beter

terecht.’

U was bij de presentatie van Gezondheid in Tel. Wat sprong er

dit jaar voor u uit?
‘Allereerst het personeelsprobleem. Als

we niet oppassen, hebben we straks enkele tienduizenden mensen tekort in onze

sector. Waar dat toe kan leiden bleek onlangs bij De Hooge Burch in Zwammerdam,

waar door gebrek aan personeel nog steeds mensen worden vastgebonden en

afgezonderd. Als het gaat om de wachtlijsten vind ik het lastig de vraag te

beantwoorden wie er nu verantwoordelijk voor is, de staat of de verzekeraar. Het

is natuurlijk logisch dat als je AWBZ-premie betaalt, je de zorg ook moet

krijgen. Maar zolang de verzekeraars niet zelf de hoogte van de premie mogen

vaststellen, kun je ze moeilijk dwingen om zorg te leveren. De overheid stelt de

hoogte van de premies vast, en moet dat ook blijven doen, want alleen zo blijven

de premies inkomensafhankelijk.’

In navolging van thuiszorgcliënten patiënten proberen nu ook

ouders van verstandelijk gehandicapten zorg af te dwingen via de rechter. Wat

vindt u daarvan?
‘Het geeft aan dat het systeem stuurloos

wordt en gaat kraken in haar voegen. De samenleving zou dit zonder rechter

moeten kunnen regelen. Maar ik begrijp de ouders wel. Als je al jaren worstelt

om je kind ergens geplaatst te krijgen, dan doe je veel om die zorg te

realiseren. Dan wordt er gezegd dat je er met geld alleen niet komt, maar je

kunt toch een hoop extra regelen. Desnoods kun je in drie dagen alternatieve

woonmogelijkheden neerzetten.’

Wat vindt u als directeur uw moeilijkste

taak?
‘Dat ik aan mijn personeel moet uitleggen waarom wij als

directeuren in het land roepen om zorg-op-maat en de-cliënt-centraal. Terwijl

zij om zeven uur beginnen met het verzorgen van mensen en om elf uur hijgend

vertellen dat ze iedereen hebben gewassen en in de kleren hebben. Wat nou

zorg-op-maat, zeggen ze dan. Ze worden cynisch en dat brengt me wel eens in

verlegenheid. Toch geloof ik echt dat we op de goede weg zijn. Een man die hier

ooit woonde als cliënt, woont nu in een eigen huis. Hij is getrouwd en heeft een

betaalde baan. Zo’n cliënt heeft nu een beter leven en het geld dat we met die

ontwikkeling uitsparen, kan gaan naar de groep met ernstige handicaps, die het

het hardst nodig heeft.’/Jeannine Westenberg

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.