Verpleegkundige Tom Hanou over de nieuwe euthanasieregels: ‘Gelukkig zijn we van het geklooi af’

Als de procedures zorgvuldig zijn gevolgd is euthanasie niet langer strafbaar, heeft het kabinet besloten. De discussie over het onderwerp laaide meteen weer op. Waar staan de verplegenden en verzorgenden in dit debat, dat uitsluitend door medici en juristen gevoerd lijkt te worden? Verpleegkundige Tom Hanou is blij met de huidige regelgeving, maar vindt wel dat verplegenden en verzorgenden gehoord moeten worden. 'Een verzorgende legt de grens anders.'

Verpleeg- en revalidatiecentrum Vreugdehof is een vreugdeloze, grijze,

lange en hoge jaren zestigflat in de Amsterdamse wijk Buitenveldert. Vreugdehof

staat tussen allerlei kantoren. Je moet er niet aan denken dat je daar je

laatste dagen moet slijten. Het informatiescherm voor bezoekers in de hal meldt

dat de euthanasievraag bespreekbaar is in het centrum. Toch lijken de bewoners

die zich rond de entree en binnen in alle soorten en maten rolstoelen

voortbewegen, opgewekt.

Verpleegkundige Tom Hanou is clustermanager in Vreugdehof. De instelling

doet in principe niet aan euthanasie, vertelt hij. ‘Dat gebeurt alleen als er

een uitdrukkelijke vraag in die richting komt van een patiNnt. Het is zelden dat

een patiNnt van ons een injectie of een drankje krijgt. Wel doen we aan

onthouding van verdere behandeling en medicatie. Wat het meeste voorkomt is

“zelfeuthanasie”: mensen die niet meer willen eten of drinken. Onder het

personeel leven veel bedenkingen tegen euthanasie. Het ziekenhuis en

verpleeghuis zijn daar niet voor bedoeld, daar ga je naar toe om beter te worden

of om verzorgd te worden. De verzorging is erop gericht om mensen het verblijf

hier zo plezierig mogelijk te maken, niet om mensen aan hun einde te helpen. Als

mensen om euthanasie vragen geeft dat vooral bij de verpleging en verzorging

enorme schuldgevoelens, vooral bij jongeren. Die denken dat zij geen goede zorg

verleend hebben. Daar moet je veel aandacht aan besteden.’

De mededeling dat-het-niet-meer-hoeft zal in eerste instantie

vaak bij een verpleegkundige of een verzorgende terecht

komen.

‘Dat klopt. Het is de bedoeling dat verplegenden en verzorgenden dat

verzoek in de wekelijkse patiNntenbespreking inbrengen. Dan gaat de arts met de

patiNnt praten. Maar zo gaat het niet altijd: vaak worden patiNnten met een

kluitje in het riet gestuurd: ach, het valt wel mee. De zon schijnt…

Ingewikkeld wordt het wanneer patiNnten een verzorgende in vertrouwen zeggen dat

ze niet meer willen leven. Dan kan de verzorgende er niets mee. Deze moet dan

ook antwoorden: als u er werkelijk wat mee wilt moet u het zeggen. Want dan gaat

de arts met u praten.’

Raken verzorgenden overstuur van zo’n

verzoek?

‘Soms wel, maar meestal niet. Het komt altijd als een verrassing. Soms

is het moment ook dat ik meld dat we bij iemand met morfine gaan beginnen. Dan

komen er soms felle discussies met het personeel. Op het moment speelt het bij

een demente vrouw die eten en drinken weigert. Haar kinderen zeggen: laat haar

maar gaan, maar het personeel is het er niet mee eens. Dat zegt tegen artsen en

hoofdverpleegkundigen: jullie laten mensen doodgaan. Dat is een signaal dat je

niet kunt laten liggen. Blijkbaar is er een onduidelijkheid die op tafel moet

komen. We besluiten niet zomaar tot zoiets. Het kan zijn dat er een

schriftelijke verklaring is. Er is altijd een gesprek geweest met de arts, de

familie en de verzorgende. Als hoofd moet je er veel met je medewerkers over

praten en uitleggen hoe de beslissing tot stand is gekomen: misschien is er een

medische complicatie opgetreden. De weerstand bij het personeel is vaak een

gebrek aan kennis over de situatie. ‘

Wat vindt u in uw werk het moeilijkst aan

euthanasie?

‘Voor mij is het moeilijkste punt: wanneer licht ik het team in? Wat

moet ik zeggen als het personeel vindt dat we te weinig hebben gedaan om de

kwaliteit van het leven van de patiNnt op te waarderen? Laatst hadden we een

mevrouw die op dit moment nog niet zo ziek is, maar wier vooruitzicht is dat ze

veel pijn zal hebben en dat lichaamsdelen zullen afsterven. Dan moet ik heel

goed uitleggen waarom deze mevrouw besloten heeft dat ze het niet wil. Het is de

keus van de patiNnt geweest.’

De criticasters zeggen dat de toename van euthanasievragen het

failliet van de zorg aantoont.

‘Daar ben ik het niet mee eens. Ik geef toe: het verpleeghuis heeft een

slecht imago. Journalisten schrijven alleen over negatieve zaken.’

Hoe is het om te werken in een sector die mensen zo angst

aanjaagt?

‘Voor mijzelf zeg ik altijd: hoe ernstiger de handicap, hoe mooier de

zorg. Ik heb altijd op afdelingen gewerkt waar mensen sterven. Ik ben een

gevoelsmens. Ik vind het mooi om met mensen aan het eind van hun leven daarop

terug te kijken. Je kunt hen helpen problemen die er nog zijn op te lossen,

gesprekken op gang te brengen. Ik vraag bij sollicitaties wel altijd indringend

waarom kandidaten zo gek zijn om hier te willen werken. Het is zwaar werk, je

komt grote problemen tegen en je wordt niet eens goed betaald. Wat is je

drijfveer? Vaak blijkt dan dat ze worstelen met vraagstukken rond de dood,

dingen die ze gezien hebben bij hun opa of oma.’

Goede palliatieve zorg zal de vraag naar euthanasie doen

afnemen, zeggen sommigen.

‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Mensen zijn bang, voor de dood,

voor pijn. Als je met hen meegaat in de angst dan valt er veel op te lossen. Je

kunt een boel afspraken maken. U hoeft geen pijn te lijden.Mensen maken zich

zorgen over het bezoek, of de kinderen wel tijd hebben om langs te komen. Dat

kun je bespreekbaar maken, je kunt er compromissen over sluiten. Als je dat niet

zou doen wil iedereen een spuitje.’

Wat vindt u van het idee om verplegenden en/of verzorgenden

deel uit te laten maken van de medisch-ethische toetsingscommissies inzake

euthanasie?

‘Ik weet niet of dat wenselijk is. Ik denk wel dat het belangrijk is om

de verpleging en de verzorging te horen. Dat gebeurt nu ook al en dat is niet

altijd gemakkelijk voor de arts. De verzorgende legt de grens anders. Een arts

ziet iemand maar vijf of tien minuten en gaat uit van medische normen, terwijl

de verpleging en verzorging iemand 24 uur per dag ziet. Die demente mevrouw die

weigert te eten, kan zelf niet meer zeggen of ze euthanasie wil. In haar geval

hebben de arts en de familie ermee ingestemd om haar geen voedsel op te dringen.

Maar de verzorging is het daar niet mee eens en zegt: haar leven heeft nog wel

degelijk kwaliteit. Ze heeft nog zo’n lol als we muziek draaien, ze kan nog zo

lekker door het raam naar buiten zitten kijken…’

Gaan besluiten over euthanasie anders uitvallen als

verplegenden en verzorgenden meebeslissen?

‘Ik heb geen idee. Ik denk dat de verpleging voorzichtiger wordt in

haar oordeel als zij mee mag beslissen. Nu is het de beslissing van de arts.

Zelf ben ik heel gelukkig met de huidige regelgeving en blij dat we van het

geklooi af zijn. Er is een tijd geweest dat patiNnten door Jan en alleman aan

hun eind geholpen werden. Ik heb situaties meegemaakt waarin de verpleging

besloot er een einde aan te maken, al dan niet in samenwerking met artsen. Soms

had je situaties waarin een deel van het team patiNnten een spuit gaf, de rest

was tegen. Ik ben blij dat het zo niet meer gaat. Euthanasie is eindelijk

bespreekbaar en de verpleegkundige hoeft het niet meer te doen.’/Lucie T.

Vermij

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.