Thuiszorgbestuurders over de WMO: ‘Op billen wassen kun je niet concurreren’

Met gemeenten en hulpverleners een samenhangende keten opzetten voor mensen die niet alles meer zelf kunnen. Twee van de drie thuiszorgbestuurders in dit verhaal verheugen zich hier op nu de WMO in werking is getreden. Maar voor alle drie geldt dat eerst het gevecht moet worden gevoerd tegen de stille bezuinigingsgolf die, ondanks alle toezeggingen, hun werkveld overspoelt.
Thuiszorgbestuurders over de WMO: ‘Op billen wassen kun je niet concurreren'


Door Lin Tabak – Behalve samenhangende hulp onder gemeentelijke

regie, bracht de WMO ook de verplichting om alle taken openbaar aan te besteden,

te beginnen met de huishoudelijke verzorging.

Die operatie is nu deels achter de rug. Voor Internos (Dordrecht,

Ridderkerk, Hoekse Waard), Sensire (Achterhoek) en Livio (Achterhoek en Twente)

pakte dit heel verschillend uit.

Kreeg Livio (4.500 werknemers en circa zevenduizend klanten in de

zorg-aan-huis poot van de organisatie) er drieduizend thuiszorgklanten bij, ook

Sensire (achtduizend werknemers, waarvan 1.700 in de huishoudelijke verzorging)

breidde zijn werkterrein uit. Internos raakte echter vooral klussen kwijt.

Over marktwerking denken de thuiszorgbestuurders dan ook nogal

verschillend. Voor Internos betekende het vooral ‘giga veel werk’, aldus

hoofdbestuurder José Boxelaar. ‘Wij wisten vrijwel alle verloren klanten terug

te winnen op een persoonsgebonden budget. Maar die budgetten moesten wel

allemaal apart worden geadministreerd.’

Sensire is positiever over het commerciële regime. Het heeft klantenpanels

ingevoerd die niet alleen cijfers geven, maar ook tips als meer wijkgericht

werken. ‘Sinds enige jaren hebben we voor huishoudelijke verzorging wijkteams

van vier of vijf mensen’, zegt Suzanne Broens, regiodirecteur Zutphen. ‘Die

zorgen samen voor een vaste groep klanten. Ze regelen zelfs de

vakantievervanging onderling, zodat de klant steeds dezelfde gezichten ziet en

van de grote omvang van onze organisatie niets merkt.’

KaalslagOok Livio spon garen bij het openbaar

aanbesteden. De organisatie was al actief in Enschede, Haaksbergen en Berkelland

en dong daarnaast mee in achttien gemeenten. ‘En kreeg overal een deel van de

klus’, zegt Hans Arnoldy, voorzitter van de Raad van Bestuur. ‘Altijd als

hoogste of een na hoogste in de ranking.’

Ondanks dat heeft Livio van meet af aan vraagtekens gezet bij de Europese

aanbestedingsverplichting. Vraagtekens die door de huidige invulling alleen maar

zijn versterkt. Arnoldy: ‘Voor de meeste gemeenten lijkt de prijs

doorslaggevend. Terwijl deze door de marktdruk steeds verder dalen, zijn wij

gebonden aan CAO’s. En die hebben juist de neiging om te stijgen.’

‘Maar ook principieel vind ik het marktmechanisme niet geschikt voor deze

tak van sport. Bij high-tech operaties kun je het misschien toepassen, maar hier

hebben we het om enorm uitgeklede activiteiten die al in hoge mate zijn

geprotocoliseerd. Voor billen wassen zijn er weinig spelregels, daarop kun je

niet concurreren. Het half doen kan evenmin. Een dergelijke situatie moet niet

te lang duren, dan krijg je kaalslag.’

Het gehele artikel is te lezen in Zorg + Welzijn Magazine 3, maart

2007. Drie maanden na publicatie wordt het op de website

geplaatst.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.