Goede praktijken: WEA-methodiek versterkt sociale cohesie in Weert

Stichting PUNT welzijn paste in de Weertse wijk Keent met succes de WEA-methodiek toe, dat de nadruk legt op wederzijdse erkenning en acceptatie. ‘Wie zijn buren kent, voelt zich een stuk veiliger.’
Goede praktijken: WEA-methodiek versterkt sociale cohesie in Weert


Door Veronique van der Waal – Keent kampt met een slecht imago. In de

Weertse wijk wonen veel allochtonen, mensen van sociaal lagere klasse en

ouderen.

De wijk is aan het verpauperen: grote bomen zorgen voor rommel en geven de

straten een donkere aanblik, auto’s staan overal en nergens vanwege een gebrek

aan parkeerplaatsen en verouderde gebouwen versterken het sombere karakter van

de wijk.

De bewoners van Keent kennen elkaar niet of nauwelijks. De Turkse mevrouw

van nummer 18 leeft achter gesloten gordijnen en de tuin van die oude meneer op

de hoek ligt er onverzorgd bij. Mevrouw Smit ergert zich aan haar buurman die

zijn bestelbus altijd bij haar voor de deur zet. Doet hij dit om haar te

pesten?

Sociale cohesieDe gemeente Weert en wooncoöperatie

Wonen Weert vinden dat het zo niet langer kan. Ze willen de verpaupering van

Keent een halt toeroepen met het project ‘Keent kiest kwaliteit’.

Aandachtspunten van het project zijn onder meer de opzet van een brede school,

renovatie van oude panden en de bouw van meer koopwoningen in de wijk.

Beide partijen zien ook het belang van de versterking van de sociale

cohesie, zodat Stichting PUNT welzijn bij het project wordt betrokken. Deze

welzijnsinstelling wil – en kan, dankzij subsidie van de provincie – de

interculturele wijkparticipatie vergroten via de zogenaamde WEA-methodiek.

Wederzijdse erkenning en acceptatie. Het klinkt zo eenvoudig en volgens

opbouwwerkster Leyla Cakir van Stichting PUNT welzijn ís het ook eenvoudig.

‘Welzijnswerkers passen WEA vaak al onbewust toe, maar vergeten het te benoemen.

Doe wat je zegt, zeg wat je doet en laat vooral zién wat je doet.’

‘De straat is van ons allen’Als eerste stap

inventariseert het buurtwerk de problemen in de wijk. ‘We hebben in samenwerking

met een extern bureau huisbezoeken afgelegd en de bewoners geïnterviewd over hoe

zij hun wijk zien. Weet je wie je buren zijn? Voel je je veilig in de wijk? Wat

kan beter? Vervolgens zijn we met gemeente en wooncoöperatie om de tafel gaan

zitten om te kijken hoe we de situatie zouden kunnen verbeteren.’

Dit resulteert in het deelproject ‘De straat is van ons allen’, waarbij

de Van Halenstraat tegelijkertijd op meerdere fronten wordt aangepakt. ‘In

samenwerking met de bewoners’, benadrukt Leyla Cakir, ‘want die moet je er

serieus bij betrekken. We hebben het immers over hún straat.’

Het idee is om de bewoners gezamenlijk de voortuinen onder handen te laten

nemen. Tegelijkertijd wordt de parkeerproblematiek in de straat aangepakt,

enkele gebouwen gerenoveerd en overlast veroorzakende bomen gekapt.

‘De buurtbewoners waren aanvankelijk sceptisch. Ze vroegen zich af of

het niet alleen maar mooie woorden waren’, vertelt Leyla Cakir. ‘We hebben

daarom veel gesprekken gevoerd, bijeenkomsten georganiseerd en de bewoners zelf

hun tuin laten ontwerpen.’

Meer informatie: www.puntwelzijn.nl

en www.kleurrijkwelzijn.nl

Het gehele artikel is te lezen in Zorg + Welzijn Magazine 3, maart

2007. Drie maanden na publicatie wordt het op de website

geplaatst.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.