Informele zorg

Informele zorg
Dit was uw zorg

Dit was uw zorg, wat krijgt de cliënt straks?

Hoe verandert de zorg voor de cliënt in 2015? Gemeenten lopen achter in de informatie daarover. Cliëntenorganisaties doen aanbevelingen over de transitie aan wethouders en Wmo-raden in alle gemeenten: Wat krijgt de cliënt nu en wat krijgt hij straks?
Informele zorg
‘Gemeenten moeten eerst mantelzorgers vinden’

‘Gemeenten moeten eerst mantelzorgers vinden’

Drie op de vier mantelzorgers heeft geen idee wat de transitie per 1 januari voor hen gaat betekenen. Dat blijkt uit onderzoek van Mezzo. ‘Gemeenten zijn ook verantwoordelijk voor ondersteuning aan mantelzorgers.’
Informele zorg
Wilna Wind (NPCF): ‘Nu is helemaal niet alles goed’

Wilna Wind (NPCF): ‘Nu is helemaal niet alles goed’

NPCF-directeur Wilna Wind wil zich verzetten tegen het beeld dat nu langzamerhand ontstaat. Dat het tot nu toe in de zorg allemaal zo goed zou zijn. ‘Nu is helemaal niet alles goed’, zegt de directeur in Zorg + Welzijn magazine.
Informele zorg
‘Professional vindt samenwerking mantelzorger lastig’

‘Professional vindt samenwerking mantelzorger lastig’

‘De samenwerking tussen professionals en mantelzorgers moet veel meer op elkaar afgestemd worden’, vindt Roos Scherpenzeel coördinator bij het Expertisecentrum Mantelzorg. De cliënt en de mantelzorger worden leidend in de zorg en dat vraagt om een verandering bij de zorgprofessional.

Over informele zorg

Het belang van informele zorg

Mantelzorgers, vrijwilligers, burenhulp, lotgenotencontact, zelfhulp, actief burgerschap: er zijn vele vormen van informele – en dus onbetaalde – zorg en ondersteuning. Samen met professionals houden deze informele zorgverleners het Nederlandse zorgstelsel draaiende.

Lees meer

Ons land scoort internationaal gezien hoog als het gaat om informele zorg, zegt onderzoeker Marianne Potting, al is het nooit genoeg. ‘Dat zit ‘m niet in de bereidheid onder Nederlanders om zich in te zetten, maar omdat de toenemende vraag om zorg en ondersteuning veel groter is dan het aanbod. Dat heeft onder andere te maken met het bezuinigen op professionals. De indicatie om een professional in te zetten, wordt steeds zwaarder. Bovendien verandert de visie: je hebt niet altijd professionals nodig voor de beste ondersteuning. Soms is het prettiger om te praten met iemand uit je eigen omgeving die je vertrouwt, zoals je buurvrouw.’

Samenwerken

Om zo goed mogelijk zorg en ondersteuning te kunnen geven, moeten informele zorgverleners en professionals samenwerken. Hoe doe je dat het beste? Herken en erken elkaars unieke bijdrage, zegt Potting. Daarmee begint het. ‘Dat is een voorwaarde tot samenwerking. Je hebt elkaar nodig, omdat je allebei een unieke en belangrijke rol inneemt in het leven en welzijn van de cliënt.’ Verder moeten organisaties beseffen dat professionals niet automatisch op de juiste manier met vrijwilligers omgaan, hoe goed ze ook zijn in hun werk. ‘Werken met cliënten is niet hetzelfde als werken met vrijwilligers. Dat laatste verloopt niet vanzelfsprekend probleemloos. Professionals zouden daarin begeleiding moeten krijgen.’

Curriculum aanpassen

Potting ziet hiervoor zeker oplossingen. ‘Hoe je vrijwilligers aanstuurt, kunnen we opnemen in het curriculum. Bestaande professionals kunnen we bijscholen. Daarnaast is het verstandig om te erkennen dat “omgaan met en aansturen van vrijwilligers” een competentie is. Die vaardigheid zie ik bijvoorbeeld bijna nooit genoemd in vacatures.’

Waardering

Ten slotte zouden organisaties het vrijwilligersbeleid kunnen aanpassen. Goed omgaan met vrijwilligers betekent volgens Potting meer dan de vrijwilliger verzekeren en hem een kerstpakket geven. ‘Organisaties moeten bedenken welke kennis over cliënten ze wel of niet met vrijwilligers delen en hoe ze vrijwilligers betrekken bij incidenten. En als een vrijwilliger na jarenlange zorg vertrekt, rondt het traject dan goed af. Waardering is echt superbelangrijk.’