Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Oud-wethouder Herman Meijer (Rotterdam) blikt terug op stadsvernieuwing: ‘Allochtonen worden niet als gewone mensen gezien’

Als wethouder drukte Herman Meijer acht jaar lang zijn stempel op de stadsvernieuwing, grotesteden- en migrantenbeleid in Rotterdam. Met de stadsetiquette, de wijkaanpak en zijn steun aan het 'opzoomeren' trok hij vaak landelijk de aandacht. 'Er zijn géén no go-area's.'

In een witte overal timmert Herman Meijer thuis kasten

waarin zijn archief uit het stadhuis moet komen. De Rotterdamse oud-wethouder

voor stadsvernieuwing, volkshuisvesting, grotesteden- en migrantenbeleid

(GroenLinks) kondigde voor de verkiezingen zijn afscheid al aan. Na de politieke

aardverschuivingen, lokaal en landelijk, maakt de doorgaans opgewekte Meijer bij

vlagen een wat bittere indruk. Hij weet niet hoe hij zich van de uitslag van de

lokale verkiezingen moet aantrekken, zegt hij. ‘Er waren alleen landelijke

issues: Paars is een puinhoop, de grenzen moeten dicht en de islam heeft een

achterlijke cultuur. Veiligheid was misschien een lokaal thema, maar dat is het

ook in Veenendaal, Zutphen en Parijs. Je kunt er gewoon niks mee.’

Meijer maakte als bevlogen bestuurder sinds 1994 naam met projecten als

‘de veelkleurige stad’, de wijkaanpak en stadsetiquette. Dat zijn basisregels

voor de dagelijkse omgang, zoals opstaan in de tram voor ouderen en ‘goeie

morgen’ zeggen. Ook was hij een fervent promotor van de Opzoomerbeweging, die

zich inmiddels met 1200 bewonersgroepen door de stad inzet voor verbetering van

het sociale klimaat. ‘Een niet te onderschatten kracht en de tegenpool van de

Fortuyn-stemmers. Mensen die constructief met iets bezig zijn, een normale

verhouding hebben met het bestuur en het opbouwwerk.’

Gaat de stadsetiquette niet te veel van de veronderstelling uit dat het

heel slecht gaat tussen de verschillende groepen?

‘Het is allemaal veel anoniemer en individueler geworden, dat is een

wijd verbreid grotestadsverschijnsel. Als je met elkaar in gesprek raakt, blijkt

het heel goed mogelijk om normen voor het publieke domein te vinden die breed

gedragen worden. Dat is niet betuttelend, die komen uit de mensen zelf. Dat

heeft niets te maken met culturele herkomst. Vaak gaat het over het schoonhouden

van de openbare ruimte, beleefdheid, dat je elkaar met respect moet behandelen.

Ook bij de wijkaanpak gaat het erom dat je sociaal investeren tot hart maakt van

de activiteiten. Sociaal-cultureel werk en opbouwwerk hebben sinds jaren weer

erkenning gekregen.’

Wat moet er gebeuren om het sociale beleid meer vaart te geven?

‘In Hoogvliet diep je zo tien fantastische voorbeelden op van dingen die

hartstikke goed gaan. Voortreffelijke projecten met tienermoeders,

buurtmoederprojecten, Thuis op straat. Het is de kunst om het gebruik van

pleinen zo te organiseren dat die groepen elkaar niet in de weg zitten. Dat

hebben we systematisch uitgebreid tot alle strategische wijkaanpakgebieden, de

moeilijke delen van Noord, Crooswijk, Delfshaven, Hoogvliet, Charlois en

Feijenoord. Er zijn al zo’n dertig pleinen met zo’n aanpak. Dat heeft vaart

genoeg.’

Maar er zijn toch ook pleinen waar de krotten veel te lang

dichtgespijkerd staan en jarenlang drugsoverlast en criminaliteit

veroorzaken?

‘Al in 1992 zijn er enorme gaten geslagen. De stuurgroepen stadsvernieuwing

zijn toen opgeheven en dat is overgedragen aan de corporaties. Op sommige

plekken in Bospolder en Spangen is tien jaar lang niets gebeurd, niets.

Ongelooflijk frustrerend. Het verzelfstandigd gemeentelijk woningbedrijf zei

soms gewoon: die projecten doen we niet. Ik heb er strijd voor gevoerd, maar we

hadden geen middelen ze te dwingen. Dan moest je wachten tot een andere

corporatie het overnam, dat bleef soms jaren liggen. Die verzelfstandiging van

de corporaties en het opheffen van de projectgroepen stadsvernieuwing was

volkomen onverantwoord.’

Gingen uw projecten rond de multiculturele stad soms niet aan de

onaangename kanten voorbij?

‘Op de onaangename kanten kun je natuurlijk geen beleid maken. Ik ben nog

altijd optimistisch, wij hebben een buitengewoon vreedzame stad. Als je wilt

weten wat er allemaal mis kan gaan, dan moet je verdomme eens kijken wat er in

Birmingham of Antwerpen gaande is. We hebben wel met criminaliteit en

gewelddadigheid te maken, maar niet met rassenrellen. No go-area’s hebben we

niet.

‘Er zijn heel veel mensen voor wie de multiculturele samenleving

vanzelfsprekend is. Dat schijnt niet meer te mogen. Het is blijkbaar raar dat je

het hier nog gezellig vindt. Ik geniet nog gewoon van de stad. Bijvoorbeeld

Marokkanen vind ik prettig. De gastvrijheid, de manier waarop je van eten en

drinken wordt voorzien, de warmte en hartelijkheid. Creoolse Surinamers en

Kaapverdianen vind ik ook heerlijk volk. Die hebben zoveel aan de goede sfeer in

de stad bijgedragen.’

Heeft u niet vooral in het multiculturele elitecircuit gefunctioneerd

en heeft u wel genoeg straatrumoer meegekregen?

‘Ik ben in vrij veel moskeeën geweest. Dat is zo proletarisch als het maar

kan. Daar kom je ook alle verhalen van de gewone mensen tegen, over coffeeshops

en vervuiling. Klachten van autochtonen worden in de pers altijd veel serieuzer

genomen dan de klachten van allochtonen. Ook hun verhalen hoor je serieus te

nemen en dat doet bijna niemand, echt niet. Die worden niet als gewone mensen

beschouwd, die zijn altijd een probleem.’

Opgewonden: ‘Kijk eens naar de journalistiek, ik word er soms misselijk

van. Ze komen nu weer met het rotverhaal over ‘de mensen in de wijken’, net als

vier jaar geleden. Dan bedoelen ze autochtonen die kankeren. De journalisten

schrijven: de gewone bewoners zijn niet gehoord en die stemmen nu op Fortuyn.

Het is niet waar dat de autochtonen in de oude wijken zulke problemen hebben met

allochtonen. De grote stempercentages zitten in IJsselmonde, in Vreewijk, dus in

de doorgangswijken en in de witte enclaves. De mensen met de minste contacten

met allochtonen stemmen het meest op Fortuyn.’

De angst voor de orthodoxe islam is toch niet zo

verwonderlijk?

Politicologe Ayaan Hirsi Ali zegt dat moslims ontkennen dat er veel mis

is, bijvoorbeeld de positie van de vrouw.

‘Ik heb al in 1992 in de raad gesteld dat mannen vrouwen niet kunnen

thuishouden, omdat de overheid vindt dat die ook een inburgeringscursus moeten

doen. Je moet zorgen dat je de discussie intern stimuleert. Daarom steunen we al

die moslimvrouwengroepen, vanwege de emancipatie. Waar denk je dat die over

praten? Toch niet hoe ze zo onderdanig mogelijk zijn aan hun mannen? Ook bij die

vrouwen met hoofddoekjes vindt sluipenderwijs emancipatie plaats. Niemand kijkt

wat er onder die hoofddoekjes gebeurt. De militante moslima’s halen alle

argumenten uit de Koran die antipatriarchaal zijn. Zij stimuleren

zelfstandigheid, persoonlijke groei. Die vrouwen hebben hartelijk gelachen om

Fortuyn, die wel even voor hun emancipatie zou zorgen. Die arrogantie, die

aanmatiging, dat geloof je toch gewoon niet?’

Hoe denkt u dan over spreidingsbeleid van allochtonen, zoals de SP

steeds bepleit?

‘De Huisvestingswet staat niet toe dat etniciteit uitgangspunt van het

beleid wordt. Door het aanbodmodel in de woonruimteverdeling vindt er al

spreiding plaats. Net als door de bouw van duurdere koopwoningen voor de

spreiding van autochtonen. 85 procent van de bouwproductie is koopwoningen, maar

de SP vindt dat de nadruk te veel dure op woningen ligt. Als je de autochtonen

wilt behouden, als je de witte vlucht wilt stoppen, moet je meer duurdere

woningen bouwen. Dan zegt de SP: bouw gewone woningen voor gewone mensen, maar

we hebben al zestigduizend van die goedkope krengen te veel.’

U schrijft nu over de spanning tussen immigratie en verzorgingsstaat.

Wat signaleert u hierover?

‘Nieuwkomers moeten niet automatisch recht hebben op een uitkering. Mensen

moeten hun burgerschap en hun rechten opbouwen door eigen inspanning. Anderen

die de verzorgingsstaat dragen, hebben er ook voor gewerkt. Hoe minister Roger

van Boxtel van grotesteden- en integratiebeleid het heeft gedaan? Zijn positie

als minister vond ik te zwak. Als integratie echt een kabinetszaak was, dan had

Van Boxtel meer kunnen doen. Fortuyn heeft daar wel een punt: er is te weinig

systematisch over immigratiepolitiek nagedacht. Toon als staat eens interesse

als hier mensen komen. Dat je zegt: u bent hier welkom, we zijn zeer

geïnteresseerd hoe het met u gaat. Wat kunt u al en wat moet u bijleren om hier

succesvol te zijn? Maak het succesvol burgerschap van immigranten tot

hoofddoelstelling.’/Martin Zuithof

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.