Niet elke sociaal werker kan beleidskritiek geven

Wetenschappers, deskundigen en de beroepsvereniging vinden dat sociaal werkers meer moeten politiseren. Ze moeten opkomen voor de mensenrechten van hun cliënten. Dit is niet realistisch en ook niet de dagelijkse praktijk van sociaal professionals, vindt Lex Veldboer, lector Stedelijk sociaal werk. ‘Dat kan je niet van elke sociaal werker verwachten.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
foto met gekleurde spreekballonnen.
Sociaal werkers tegenover het beleid. Hoe realistisch is dat? Foto: picscout.

Op de Agenda van het sociaal werk, op 14 november 2019, stelden hoogleraren, lectoren en de beroepsvereniging van professionals in het sociaal werk (BPWS) dat het sociaal werk haar mensenrechtenaspect weer meer moet omarmen. De laatste jaren is het sociaal werk steeds meer casework geworden. Hierdoor zijn sociaal werkers, volgens de deskundigen, te veel bezig om individuele gezinnen weer op de rit krijgen en te weinig met collectieve problemen en dito oplossingen. Het is tijd om het ‘politiserende’ opbouw- en straathoekwerk weer van stal te halen. Het is tijd voor een kritischer sociaal werk dat opkomt voor en namens haar cliënten.

Jaren zeventig

Bij het aanzwengelen van deze discussie wordt teruggekeken naar het sociaal werk in de jaren zestig en zeventig. De mensenrechtenkant van het sociaal werk, het opkomen voor groepen die in de verdrukking komen en systematisch ongelijke kansen krijgen, moeten weer terugkomen, zei Van Pelt in dit artikel op de website van Zorg+Welzijn. ‘In de jaren zestig en zeventig waren deze thema’s prominent onderdeel van het opleiding sociaal werk. Toen werd het vak Politiserend Sociaal Werk op de sociale academie gegeven.’

Geen autonome professionals

Lex Veldboer, lector stedelijk sociaal werk aan de Hogeschool van Amsterdam, vindt dat kritische sociaal werk niet realistisch. ‘Onderzoek van Margo Trappenburg en anderen laten zien dat sociaal werkers in de praktijk niet handelen als autonome professionals, maar vooral als uitvoerders van beleid die de ruimte zoeken die binnen dat beleid, dit noemen we de street level bureaucrats. Die handelswijze zien we in meer onderzoek terugkeren en kunnen we niet wegredeneren. De realiteit is dat sociaal werkers in eerste instantie uitvoerders van het beleid zijn. Beleid waar ze, achter gesloten deuren, vaak zo het hunne van denken en waar ze dus een zo gunstige mogelijke draai aan willen geven voor hun cliënten, maar ze hebben weinig mogelijkheden om de hoofdlijnen te veranderen.’

‘Veropbouwwerken’

Veldboer vindt vooral de houding om al het sociaal werk te ‘veropbouwwerken’ opmerkelijk. ‘Het is volgens mij niet aan de beroepsvereniging om sociaal werkers op te leggen hoe of wie ze moeten zijn. Sociaal werk is veel veelzijdiger dan dit. Het politiserende komt voort uit het opbouwwerk. Dat is een van de bloedgroepen in het sociaal werk, maar zij representeren niet de hele beroepsgroep. Sociaal werkers die moeten bepalen of iemand een uitkering krijgt, of die casework doen, kunnen niet de hele dag alleen hun cliënt vooropstellen. Ze hebben ook de taak om schaarse middelen te verdelen. Dat kan niet altijd in het belang van iedere cliënt, al proberen werkers dat wel zoveel mogelijk.’

Balanceren

Het werk van sociaal werkers is beter te vergelijken met balanceren, vindt Veldboer. ‘Het is laveren tussen het beleid en de lokale politieke belangen enerzijds en de belangen en wensen van de cliënten anderzijds. Het is steeds en-en. Laveren klinkt misschien als slap en half werk, maar als je kunt zeilen weet je hoe moeilijk het kan zijn om te laveren. Het is juist een kunst om niet te veel aan de ene kant te geraken en niet te veel aan de andere kant.’

Teleurstelling

Als lector denkt hij ook aan wat hij studenten sociaal werk leert. ‘Deskundigen uit het onderwijs stellen dat politiseren in het dna van het sociaal werk zit. Dat is gezien de dagelijkse werkelijkheid wensdenken. Als we studenten vooral leren dat ze de wereld gaan verbeteren en de mensenrechten van de onderklasse gaan verdedigen, raken ze in de uitvoering behoorlijk teleurgesteld en gedesillusioneerd. Stel je voor dat elke junior sociaal werker op de straathoek stampij gaat maken. Dat kan helemaal niet, ze moeten in eerste instantie gewoon hun werk doen.’

Pratende klasse

Kritiek geven op het beleid moet dan ook niet van elke sociaal werker verwacht worden, vindt Veldboer. ‘Zie je een junior sociaal werker al discussiëren met de wethouder? Die moet aanvankelijk gewoon zijn werk doen. Voor kritiek op beleid hebben we de pratende klasse van wetenschappers, beroepsvertegenwoordigers en sociaal werkers met een senior-status. Zij zijn vrijgesteld om na denken over maatschappelijke ontwikkelingen en deze te onderzoeken in de praktijk. Zij kunnen een stuk onafhankelijker zijn dan de meeste sociaal werkers. Gevoed door wat ze van sociaal werkers horen, kunnen ze kritiek geven op het beleid en beleidsmakers.’

Buiten systeem

Almaar kritisch zijn op het beleid zorgt er ook voor dat het sociaal werk kansen mist, denkt Veldboer: ‘Als je jezelf, als beroepsgroep, de hele tijd buiten het systeem zou plaatsen, kun je niet meedoen in dat systeem. Terwijl er allerlei kansen liggen om het sociaal werk mee te laten doen in de keten.’

Preventie

Veldboer wijst op de maatschappelijke opgaven rondom jeugdhulp en mensen met verward gedrag. ‘Er wordt naarstig gezocht naar oplossingen waardoor er minder zorg nodig is. Bijvoorbeeld door middel van preventief jongerenwerk en opbouwwerk. Zo’n beleidsdoel kriebelt natuurlijk bij het opbouwwerk. Zij zijn immers niet van de zorgpreventie, zij zien zichzelf als ondersteuners van actieve bewoners. Maar tegelijkertijd zie je ook in de sector het besef groeien dat dit een kans is om de formatie voor sociaal werk weer uit te breiden.’

Ketensamenwerking

De oproep tot politiseren is ook een manier om het sociaal werk weer meer tot mondige beroepsgroep te maken, een beroepsgroep die niet zomaar wegbezuinigd kan worden. Maar het is maar de vraag of het sociaal werk serieuzer wordt genomen als ze gaan schoppen tegen het beleid. Veldboer: ‘Ik denk dat ze meer kunnen betekenen als ze hun toegevoegde waarde binnen het systeem laten zien. Door kritisch meewerken in de keten.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.