Richt je je als sociaal werker op de individuele cliënt of werk je aan collectieve oplossingen? Doet professionalisering juist geen afbreuk aan de kern van het sociaal werk? En ben je als sociaal werker altijd de speelbal van beleid? Vragen die telkens weer door de geschiedenis van het sociaal werk heen terugkeren, zo laat Jos van der Lans zien.
Het is één van de vele aansprekende anekdotes in het rijke boek ‘Moderne geschiedenis van het sociaal werk’ dat onlangs verscheen. Auteur Jos van der Lans vertelt over Gerard van de Ven, maatschappelijk werker bij de Raad voor de Kinderbescherming, ‘een hele gewone, op het oog zelfs wat brave man’.
Van de Ven kwam in 1970 in conflict met zijn directe baas en uiteindelijk zelfs met het Ministerie

