Marcel Spierts: ‘Zadel wijkteams niet op met te hoge ambities’

Sociaal werkers moeten voor hun vak gaan staan, vindt onderzoeker en publicist Marcel Spierts. 'In feite passen sociaal werkers in het rijtje verpleegkundigen, politieagenten en leraren. Lage lonen, weinig waardering, hoge verwachtingen. Het verschil tussen die andere beroepen en sociaal werkers is dat de laatsten zich vaker in stilte verzetten in plaats van te protesteren.'

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Niet alle sociaal werkers werken in wijkteams en niet alle wijkteam medewerkers zijn sociaal werker, maar over het algemeen zitten niet er zoveel verschillen in hun arbeidsomstandigheden. Aldus Marcel Spierts. Hij ziet geen grote verschillen tussen sociaal werkers in het algemeen en de werkers in het wijkteam. De onderzoeker en publicist is een van de sprekers op het Z+W Congres “Grip op sociale wijkteams”. Eén verschil wil hij wel aanstippen: ‘De beloften die gemeenten hebben gemaakt bij het opzetten van de wijkteams waren drie jaar geleden heel ambitieus. Het leek erop dat gemeenten veel werk wilden stoppen in wijkteams. Maar nadat de start eenmaal was gemaakt, zijn de beloften niet waargemaakt.’

Hoe staan de wijkteams er nu voor?

Wijkteams hebben te maken met torenhoge verwachtingen, maar worden op veel plaatsen niet navenant gefaciliteerd. Ik heb zelf een wijkteam gevolgd dat op een gegeven moment in een tochtig achteraf kantoortje zat, waar ze geen mensen konden ontvangen en waar de ICT voortdurend haperde. Veel wijkteams hebben te maken met voortdurende wisselingen in de leiding en onvoldoende continuïteit in personeel en beleid. Dat is natuurlijk ook niet goed voor de gezinnen. Ik bewonder de wijkteammedewerkers die dan toch volhouden en elkaar steunen. Maar het bevestigt het beeld van een verweesde publieke sector.

In welke hoek blijft het stil? Wie neemt zijn verantwoordelijkheid niet voor het sociaal domein?

Als ik een partij zou moeten aanwijzen dan is dat het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport. Met de decentralisaties hebben ze elke verantwoordelijkheid van zich afgeschoven. De Gezondheidsraad publiceerde in 2014 in opdracht van toenmalig staatssecretaris van VWS Van Rijn het rapport ‘Sociaal werk op solide basis’. In dat rapport riepen ze Van Rijn op om te investeren in de kennisontwikkeling van het sociaal werk. Aan die oproep is maar mondjesmaat gevolg gegeven. Afzonderlijke gemeenten kunnen die overkoepelende kennisontwikkeling en ondersteuning niet oppakken.

Zouden de wisselende aanpakken van gemeenten kunnen liggen aan het feit dat ze nog relatief weinig ervaring hebben met de sociaal wijkteams?

Zeker, het gaat om lastige materie die om een volgehouden inspanning vraagt. Neem de titel van het congres: Grip op (sociale) wijkteams. Dat is niet het juiste uitgangspunt. Sociaal werk is geen materie waar je zomaar ‘grip’ op krijgt. Natuurlijk willen gemeenten kunnen sturen en in zekere mate regie voeren op de wijkteams, maar ‘grip krijgen’ moeten ze eigenlijk leren weerstaan. Gemeenten moeten accepteren dat het sociaal domein lastige materie is die zich niet altijd laat sturen en plannen. Natuurlijk moeten ze financiële en inhoudelijke kaders stellen, maar er moet ook ruimte zijn voor de wijkteams om op te pakken wat ze tegenkomen. Het belangrijkste is dat er geen onrealistische ambities en doelstellingen worden geformuleerd.

Wat voor onrealistische doelstellingen?

Denk aan beleid dat tot doel heeft om “individuele problemen te collectiviseren”. Of sociaal werkers waarvan verwacht wordt dat ze “een pedagogisch klimaat in de wijk creëren”. Mensen mogen niet meer langs elkaar heen leven en moeten “elkaars gedrag corrigeren”. Het zijn bijna megalomane doelstellingen die je in menig beleidsnotitie terugvindt.

Marcel Spierts spreekt op het Z+W Congres “Grip op sociale wijkteams”. Meld je aan voor dit congres>>

Hoe kan de samenwerking tussen gemeenten en sociale wijkteams beter?

Het is belangrijk dat gemeenten goed luisteren naar de wijkteams: Wat zien de sociaal werkers in de wijk en wat kunnen zij bieden aan ondersteuning. Vervolgens is het belangrijk dat gemeente en wijkteams een gezamenlijke visie ontwikkelen. Waar zijn de wijkteams van en waar niet van? Als het gaat om het opbouwen van collectieve activiteiten, is de vraag: hoe positioneren wijkteams zich in de wijk? Moeten ze de collectieve activiteiten opzetten en uitvoeren, of hebben ze vooral een signalerende, agenderende en initiërende functie?

Gebiedsverbinders

In Haarlem, waar ik onderzoek heb gedaan, kiezen ze nu voor dat laatste. Bovendien positioneren ze de wijkteams in een bredere aanpak, in een driehoek met de gebiedsverbinder, het opbouwwerk en het wijkteam. De gebiedsverbinders hebben een typische tussenfunctie. Ze zijn van de gemeente, maar tegelijkertijd zijn ze actief in de wijk en zijn ze er voor de bewoners. Ze kijken naar hoe een wijk er economisch en fysiek voorstaat. Hij of zij kent de kengetallen, het percentage één-ouder-gezinnen, de ontwikkelingen op het gebied van werkeloosheid, het aanbod van woningen, voorzieningen en onderwijs. Het wijkteam zit op de individuele casuïstiek, maar heeft ook oog voor de ontwikkelingen in de wijk en hoe het daarbij aan kan sluiten. Het opbouwwerk houdt zich bezig met het versterken van informele netwerken in de wijk en probeert de verbinding tussen bewoners, professionals en gemeente tot stand te brengen. Samen proberen deze spelers te komen tot een gezamenlijk gedragen sociale agenda voor de wijk.

Is het opbouwwerk in Haarlem los van het wijkteam georganiseerd?

Het opbouwwerk in Haarlem zit in de wijkteams, maar functioneert tevens samen met jongerenwerk en sociaal-cultureel werk om de wijkteams heen. Die combinatie is cruciaal. In het wijkteam zit een opbouwwerker die de ogen van de andere wijkteammedewerkers opent voor de wijk en voor het structurele karakter van veel sociale problematiek. Maar er is ook opbouwwerk buiten het wijkteam nodig om de verbinding met de bewoners en hun initiatieven te maken.

Veel gemeenten twijfelen of ze het overige  welzijnswerk nog moeten financieren nu ze de wijkteams hebben.

Als je het werk om de sociaal wijkteams heen wegbezuinigd, dan is de transformatie voor niks geweest.  De wijkteams kunnen met de steeds zwaarder wordende caseload niet alles oppakken. Vooral preventie blijft vaak liggen. Opbouwwerkers, sociaal-cultureel werkers en jongerenwerkers zijn cruciaal om een wijk levendig te houden en initiatieven van vrijwilligers en bewoners te ondersteunen. Zonder dat komt het werk van sociaal wijkteams in de lucht te hangen.

Je kunt je aanmelden voor het Z+W congres “Grip op sociale wijkteams”>>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.