Landelijke campagne moet eenzaamheid ouderen terugdringen: Verborgen isolement

‘Soms zit de deur het hele weekend op slot, totdat wij langskomen,’ zegt Ria Hartgring van de Boodschappen Begeleidingsdienst in Den Haag. Vandaag helpt ze eenzame ouderen bij het winkelen in de Konmar. Ze kent de gevolgen van hun isolement. Om deze eenzaamheid terug te dringen hebben de ouderenbonden en het Nationaal Fonds Ouderen een landelijke campagne opgezet.

Als een levenspartner overlijdt en er is geen sociaal

netwerk van familie of vrienden, kunnen ouderen minder contacten krijgen. Of als

de gezondheid slecht is, is het vaak moeilijker om naar bijvoorbeeld een

supermarkt te gaan. Het gevolg in beide gevallen kan sociaal isolement of zelfs

eenzaamheid zijn. Eenzaamheid is echter een gevoel, het is moeilijk te meten.

Hoogleraar Jenny de Jong-Gierveld definieerde eenzaamheid, op het congres ‘Tijd

voor eenzaamheid’ vorig jaar, als ‘het subjectief ervaren van een onplezierig of

ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties’. Daarentegen

is sociaal isolement objectief waarneembaar, zegt Karien de Bont. Zij is

projectleider van de landelijke campagne ‘Het voorkomen van Sociaal Isolement

bij Ouderen’ die de ouderenbonden en het Nationaal Fonds Ouderenhulp zijn

begonnen. Eenzaamheid is vaak het gevolg is van verregaand sociaal isolement.

‘Als iemand alleen in huis blijft zitten, geen boodschappen meer doet en geen

telefoon opneemt, dan zit diegene in een sociaal isolement.’

Vitaliteit

De 83-jarige Martha Vercouteren gaat elke week mee met de Boodschappen

Begeleidingsdienst (BBD) in Den Haag. Met verschillende busjes worden de ouderen

opgehaald en naar de Konmar gebracht. ‘Ik ging slecht lopen en het sjouwen ging

niet meer zo. Daardoor kwam ik niet ver de deur uit. Dit is echt een uitje voor

mij,’ vertelt ze. Ook Wil Böger (79) maakt graag gebruik van de

boodschappenservice: ‘Ik heb nog nooit zo’n blijdschap gevoeld, dan toen ik de

eerste keer meeging. Ik ben zo blij dat ik tussen de mensen loop en dat ik bij

de groep hoor.’ De eveneens 79-jarige Ada Bakker zegt tevens blij te zijn met de

dienst: ‘De meeste van mijn kinderen wonen buiten de stad en ik heb een slechte

enkel. Als ze dit ooit opdoeken, dan kom ik nergens meer.’

Volgens hoogleraar De Jong Gierveld-schaal blijkt dat 32 procent van de

ouderen boven de 55 jaar weleens eenzaamheidsgevoelens heeft. In het jaar 2000

kwam dat neer op 1.184.000 min of meer eenzame ouderen. Daarvan zijn 148.000

ouderen zeer eenzaam. Voor een hulpverlener is eenzaamheid moeilijk te

ontdekken. Ouderen moeten eigenlijk uit zichzelf aangeven dat ze zich eenzaam

voelen, maar dat is best een grote stap. Ze zijn soms bang dat als ze om

aandacht vragen, te hulpbehoevend en afhankelijk worden. Daarnaast heerst er ook

een gevoel van schaamte. De landelijke campagne van de ouderenbonden Pcob, Anbo,

Unie Kbo en Nisbo, wil het onderwerp bespreekbaar maken. Het richt zich onder

meer op de kaderleden die weer de contacten onderhouden met de leden van de

ouderenbonden. Zij leggen bijvoorbeeld huisbezoeken af. ‘Deze veelal vitale

ouderen, spreken de taal van de andere ouderen. En dat is toch wel een pre bij

het benaderen,’ aldus projectleider De Bont.

Laagdrempelig

‘De thuiszorg ziet misschien wel dat iemand contact wil, maar het is niet

hun taak om dat ook te geven,’ verwoordt Brigitte Nitsche het probleem bij het

oplossen van eenzaamheid. Nitsche is medewerkster bij het kenniscentrum Ouderen

van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) en was een van de

samenstellers van het boekje ‘Eenzaam op leeftijd’. Wanneer ouderen in aanraking

komen met hulpverleners, schort het nog vaak aan de samenwerking tussen deze

professionals. Als bijvoorbeeld de thuiszorg signaleert dat iemand eenzaam is,

moet dat doorgegeven worden. Maar de vraag is wie de oudere uit het isolement

moet halen. ‘De welzijnssector zou er op in moeten springen. Maar hoewel er op

veel gebieden wel contacten en netwerken tussen de sectoren welzijn en zorg

zijn, is het niet overal eenduidig georganiseerd,’ aldus Nitsche.

In het hele land zijn er veel projecten en methoden bedacht om de oudere

weer uit hun ‘eenzame’ situatie te halen. De Bont: ‘Al die projecten worden

lokaal bedacht en uitgevoerd. Overzicht over wie, wat, waar en hoe is er niet.

Daar zit nog niet echt structuur in.’ Het doel van de landelijke campagne is dan

ook om meer structuur in de aanpak aan te brengen en door samenwerking een

samenhang te creëren. Zo wordt met het NIZW een databank opgezet waar gegevens

over de projecten worden verzameld. Iemand die een project wil beginnen kan dan

opzoeken of het al een keer gedaan is en op welke manier. ‘Het is makkelijk voor

iemand die een project wil starten om gegevens op te vragen. Dan hoef je

tenminste niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden,’ zegt De Bont.

De Boodschappen Begeleidingsdienst in Den Haag probeert zo laagdrempelig

mogelijk activiteiten aan te bieden, speciaal gericht op ouderen. De ouderen

kunnen, samen met de dertig vrijwilligers en vijftig werknemers met een ID-baan,

op vakantie gaan, uitstapjes maken in de omgeving en boodschappen doen. Maar de

boodschappen kunnen ook thuis gebracht worden. De afdeling Dicht bij Huis houdt

zich bezig met het bezoeken van ouderen thuis en het organiseren van

ontmoetingsmiddagen.

Ria Hartgring loopt naar de zware toegangsdeur van het hofje. Ze zwaait

enthousiast naar de twee vrouwen achter de ramen. Als blijkt dat er nog iemand

mee boodschappen gaat doen, loopt Ria naar haar deur om de vrouw te helpen.

Martha Vercouteren, Rini Steinz (68) en Ria van Starkenburg (66) lopen alledrie

met een stok. De kleine groene bus is meteen gevuld met geklets. Ondertussen zet

Hartgring de boodschappenkarretjes achterin en klapt de opstap weer in. ‘Ik heb

hier achter me een paar nieuwe heupen en knieën zitten, dus het moet wel een

comfortabele bus zijn,’ grapt ze. Tijdens het rijden, bemoeit ze zich af en toe

met het gesprek. ‘Ik krijg wel een band met de mensen, want ze vertellen heel

veel in de bus. Voor de ouderen is dit ook fijn, ze trekken met elkaar op en

kletsen met elkaar. Ze dachten altijd dat ze alleen stonden met hun gevoelens,

maar in de verhalen herkennen ze veel.’

Denkpatroon

De manier waarop de Haagse begeleidingsdienst intervenieert, verschilt

nogal. Er zijn echter vier belangrijke. Ten behoeve van ontmoetingen is er

bijvoorbeeld een koffie-inloopochtend in het buurthuis. Verder kunnen er

huisbezoeken worden afgelegd. Ook worden er vaak cursussen of gespreksgroepen

georganiseerd. De vierde belangrijke tussenkomst is de specifieke woon-zorgvorm.

Daarbij wordt gekeken of de eenzaamheid opgelost kan worden door de oudere in

bijvoorbeeld in een tehuis te plaatsen.

Brigitte Nitsche pleitte begin vorig jaar in het tijdschrift Ouderenzorg

voor meer maatwerk bij de aanpak van eenzaamheid. Het aanbod zou volgens haar te

standaard zijn en soms zou een combinatie van interventies beter zijn. Soms

werkt bijvoorbeeld een combinatie van huisbezoeken en het organiseren van een

koffieochtend beter dan een afzonderlijke methode. Maar dat leidt weer tot

betrokkenheid van meerdere organisaties tegelijk, die dan beter moeten gaan

samenwerken.

Ondanks dat Hartgring, chauffeuse bij de BBD, de ouderen helpt met in- en

uitstappen, het halen van een boodschappenkar en het inladen van de spullen,

gaat het erom dat ze zo zelfstandig mogelijk blijven. De drie vrouwen uit het

hofje doen zelf hun boodschappen en gaan dan naar de McDonalds boven de

supermarkt om wat te drinken. ‘Het koffiedrinken en kletsen is het

belangrijkste, daar kijken ze naar uit,’ vertelt Hartgring. ‘Soms zit de deur

het hele weekend op slot, totdat wij langskomen.’

De landelijke campagne ‘Het voorkomen van Sociaal Isolement bij Ouderen’

loopt tot eind 2005. Na het inventariseren van de informatie over eenzaamheid,

zullen leden van de ouderenbonden lokaal projecten beginnen, zoals het openbaar

vervoerproject. De leden gaan dan aan andere ouderen uitleggen hoe het openbaar

vervoer werkt. Ook worden handreikingen voor de ouderen geschreven over onder

andere wonen, zorg en inkomen, gericht op het voorkomen van een sociaal

isolement. ‘Hulpverleners gaan meestal meteen in oplossingen denken. Maar je

moet eerst kijken wat de oorzaken zijn,’ benadrukt De Bont. ‘Ouderen moeten ook

vooruit gaan denken. Bijvoorbeeld als ze 65-plus zijn, willen ze graag een

huisje op het platteland. Maar als ze dan geen man meer hebben, ze niet kunnen

autorijden en voorzieningen ver weg zijn, dan kan het leiden tot een sociaal

isolement. En daar kunnen ze zelf wat aan doen.’/Linda Blok

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.