Inzet ervaringsdeskundige gebeurt vaak toevallig

‘De inzet van ervaringsdeskundigheid is geen doel op zich, het is een middel om te zorgen dat de ggz zich dienstbaar en ondersteunend kan inzetten bij het grillige bestaan van cliënten.’ Dat zegt ervaringsdeskundige en onderzoeker Wilma Boevink. Op 13 april promoveert zij met haar proefschrift ‘HEE! Over herstel, empowerment en ervaringsdeskundigheid in de psychiatrie’ aan de Universiteit Maastricht.
1-samenwerken-Fotolia.jpg
'Er wordt nu vooral gebruik gemaakt van individuen en niet van de collectieve kennis van ervaringsdeskundigen. Er is te weinig sprake van invloedrijke kruisbestuiving.’ - Foto: Fotolia

Boevink: ‘Voor mijn twintigste ontwikkelde zich mijn eerste psychose. Inmiddels zijn we meer dan 30 jaar verder. Bij die ene psychose is het niet gebleven. Ik ben er nog steeds niet vanaf. Moet ik  dan nog eens 30 jaar wachten tot de genezing op me neer zal dalen? Eerlijk gezegd: daar pas ik voor. Ik heb voor mezelf besloten dat ik niet wil wachten op genezing, op de dokter met het pilletje dat me beter maakt. Ik heb besloten dat mijn aandoening en ik niet hetzelfde zijn. Ik ben níet mijn stoornis. Mijn leven, en dat van veel andere mensen met een psychische aandoening, gaat over leren omgaan met wat niet te genezen of weg te maken valt.’

Aansluiten

Ze leerde omgaan met haar aandoening en weet inmiddels goed welke zorg en steun ze nodig heeft. Daarnaast ontwikkelde ze zich tot een gerespecteerd onderzoeker bij het Trimbos-instituut. Al jarenlang pleit zij voor de inzet van ervaringsdeskundigen in de ggz en met haar proefschrift gaat ze hierin een stapje verder. ‘We hebben laten zien hoe ervaringskennis kan leiden tot zinvolle vragen waarmee je onderzoek kan starten en kennis kunt opdoen zodat de ggz daadwerkelijk gaat aansluiten bij de vragen van mensen die hulp komen zoeken.’

‘Enerzijds is het emancipatie van onderop, cliënten laten zien dat ze meer zijn dan hun probleem. Anderzijds past de opkomst van ervaringsdeskundigen bij de tijdsgeest van eigen regie en eigen verantwoordelijkheid.’ Dat zegt Anne-Marie van Bergen van Movisie. Lees meer >>

Geen doel op zich

En natuurlijk gebeurt dit al. In geen enkele andere zorgsector worden meer ervaringsdeskundigen ingezet dan in de ggz. En dat is uniek. Boevink: ‘In Frankrijk is het bijvoorbeeld absoluut ondenkbaar dat patiënten buiten de spreekkamer met hulpverleners in aanraking komen. Wat dat betreft lopen wij in Nederland mijlenver voor op andere landen.’ Maar we zijn er nog niet. ‘De inzet van een ervaringsdeskundige is geen doel op zich, het is een middel om te zorgen dat de ggz zich dienstbaar en ondersteunend kan inzetten bij het grillige bestaan van cliënten. Er wordt nu vooral gebruik gemaakt van individuen en niet van de collectieve kennis van ervaringsdeskundigen. Er is te weinig sprake van invloedrijke kruisbestuiving.’

Multideskundigheid

Een onderdeel van deze kruisbestuiving is volgens de promovenda multideskundigheid. ‘Iemand die al jarenlang patiënt is, heeft ook andere deskundigheden dan de ervaring met lijden en hulpvragen. Iemand is bijvoorbeeld ook buurtbewoner, ouder of leerling. Aan de  andere kant is ook een hulpverlener niet alleen hulpverlener. Zij heeft thuis misschien wel een dochter met een psychosegevoeligheid. Deze multideskundigheid moet ook worden ingezet in teams waarbij de oude indeling in rollen als “expert”, “hulpverlener” en “patiënt” komen te vervallen.’

Centraal beleid

In organisaties is het nu nog vaak zo dat er weinig centraal beleid is als het gaat om de inzet van ervaring. Dat ziet Boevink, die als adviseur werkt voor verschillende ggz-instellingen. ‘Dat er ervaringsdeskundigen worden ingezet, is nu vaak nog toeval. Er is hierover weinig centraal beleid.  De teamleider bepaalt of er een ervaringsdeskundige of een vrijwilliger met ervaringsdeskundigheid aanwezig is op een afdeling. Ook zijn er per team verschillende arbeidsvoorwaarden, opleidingseisen en supervisie mogelijkheden. Al die punten roepen in veel organisaties praktische vragen op.’

Zorg+Welzijn houdt op 14 juni een congres over de inzet van ervaringsdeskundigen. Klik hier voor meer informatie of aanmelden >>

Organisatiecultuur

Boevink benadrukt dat er op deze vragen geen eenduidig antwoord te geven is. ‘Hoe ervaringsdeskundigheid wordt ingezet, is afhankelijk van veel factoren zoals de organisatiecultuur en financiën. En dat is niet erg, er is niet één oplossing. Maar het is wel goed als organisaties meer gaan nadenken over een beleid op het gebied van ervaringsdeskundigheid dat ze uitrollen over de hele organisatie.’

Verbinding

Verder zou Boevink graag zien dat ervaringskennis meer verbonden wordt met wetenschappelijke kennis. Niet alleen in de praktijk, maar ook in onderzoek. ‘Nu zijn ervaring en wetenschap nog twee verschillende werelden die elkaar niet beïnvloeden. Het gros van de geldstromen gaat nu naar wetenschap om de wetenschap en te weinig naar onderzoek dat vragen uit de praktijk moet beantwoorden. Wat dat betreft heeft de academische wereld echt nog een stap te zetten.’

Het volledige proefschrift van Wilma Boevink is hier te vinden.

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.