In 2015 is de WMO alweer verleden tijd

We schrijven 2015. De afgelopen tien jaar bleek dat mensen goed hun eigen ondersteuning kunnen regelen. Maar de gemeenten dachten dat de Wet Maatschappelijke Ondersteuning alleen bedoeld was om zo goedkoop mogelijk huishoudelijke zorg in te kopen. Een gemiste kans, zo weten we nu, want de WMO draaide eigenlijk om het bevorderen van sociale cohesie en om ‘meedoen’.

Door
href=”http://www.bmg.eur.nl/personal/finkenflugel/” target=_blank

name=”Harry Finkenflugel”>Harry Finkenflügel (Erasmus Medisch Centrum

Rotterdam)
– Mijn vader is 76. Hij is

de afgelopen jaren veranderd van een sociale, actieve man in een man die vanwege toenemende

beperkingen de wereld vanuit zijn stoel beziet. (Tekening: Berend Vonk)

Mijn moeder is 72, loopt elke dag met de hond, fietst als het een beetje

redelijk weer is en doet het huishouden het liefst zelf. De thuiszorg komt elke

dag langs om mijn vader te wassen en aan te kleden en om, als dat nodig

is, ook even het huis te stofzuigen. Het was even wennen, maar zo valt voor mijn

ouders nog goed te leven.

En over acht jaar?Hoe zal het over

acht jaar met mijn ouders gaan? Staan er dan ook nog mensen voor ze klaar om hen

te helpen bij het huishouden, het aankleden en bij het in contact komen met

anderen? Of voor onszelf, als we dat ooit nodig hebben?

Bestaat er dan nog solidariteit tussen mensen, de wil om elkaar te helpen?

Of hebben we die solidariteit de afgelopen jaren vooral gekocht en zijn we met

handen en voeten gebonden aan betaalde zorg? Hebben we ‘zorg’ niet te lang

gezien als het medicijn tegen ongemak, eenzaamheid en beperkingen?

Eigen buurtWe schrijven 2015. Herinnert u zich nog dat

op 1 januari 2007 de WMO werd ingevoerd? Die wet werd in 2004 ontwikkeld om

ervoor te zorgen dat iedereen, ook mensen met beperkingen, kon meedoen aan de

samenleving.

En die samenleving werd toen vooral gedefinieerd als leven in de eigen

buurt. De gemeente kreeg in die WMO een compensatieplicht en zou ervoor zorgen

dat mensen met beperkingen in hun eigen huis konden blijven wonen en gemakkelijk

van allerlei voorzieningen gebruik konden maken. Dat zou vereenzaming tegengaan

en de vraag naar zorg verminderen.

Al voor de WMO van start ging, ontstond er een enorme toename in de

vraag naar huishoudelijke ondersteuning. En toen de gemeenten begonnen met

aanbesteden, ging het vooral om het volume en het geld en niet meer over

‘sociale samenhang’.

Geen rol meer

Inmiddels weten we dat de vraag bleef toenemen en de prijs laag moest

blijven. Thuiszorgorganisaties zijn al snel uit de markt gestapt en

schoonmaakbedrijven zagen zich gedwongen om al in 2009 hun prijzen drastisch te

verhogen. Door deze hoge prijzen zegden de gemeenten hun contracten met de

schoonmaakbedrijven op.

Bovendien besloten de lokale overheden dat ze hierin geen rol meer hadden

te vervullen. Net als bij de huur- en zorgtoeslag worden mensen nu gecompenseerd

voor de extra uitgaven die te maken hebben met hun beperking. De WMO ging

natuurlijk ook helemaal niet over het doelmatig regelen van ‘huishoudelijke

verzorging’. De WMO ging over sociale cohesie, over meedoen. En daar hebben de

gemeenten weinig mee gedaan. Wat er de afgelopen jaren tot stand is gebracht, is

vooral te danken aan cliëntenorganisaties, woningbouwers, ondernemers en

verzekeraars.

Het assistentiebudgetMensen met beperkingen accepteren

niet langer dat de overheid en zorgaanbieders hun ondersteuning regelen en doen

dat zelf met zogeheten ‘assistentiebudgetten’, vergelijkbaar met het

persoonsgebonden budget. De regie ligt bij de cliënt en het is moeilijk voor te

stellen dat nog maar tien jaar geleden ‘Den Haag’ die regie over wilde doen aan

de gemeenten.

Woningbouwers realiseerden zich rond 2008 dat ‘levensbestendig bouwen’

verder gaat dan wat leuke projecten. Huurders en kopers kijken nu eerst naar de

toegankelijkheid van de woning, de technologie in het huis en de voorzieningen

in de buurt.

En waar gemeenten onder de mantra van ‘marktwerking’ de ziel uit de wijken

hebben laten lopen, kwamen de bouwers wel in actie en sloten allianties met

schoonmaakbedrijven, thuiszorgorganisaties, ouderenzorg, beveiligingsbedrijven,

winkelketens en onderhoudsbedrijven om de leefbaarheid in de wijk te garanderen.

En dat was inderdaad ook een doelstelling van de WMO.

Betrokken ondernemen

Ook hebben ondernemers de afgelopen jaren werk gemaakt van ‘maatschappelijk

betrokken ondernemen’. Zij zijn dichter bij hun klanten gaan zitten en

subsidiëren voorzieningen in de wijk: buurtcentra, internetcafés en

‘hangplekken’. En verzekeraars wisten natuurlijk allang dat mensen met een

beperking die in een goed huis woonden, in een goede buurt met goede

ontmoetingsmogelijkheden minder snel gebruik maken van gezondheidszorg en

sneller herstellen van ziekten.

In 2015 zijn mijn ouders 85 en 81 en

ze wonen nog in hetzelfde huis. Mijn moeder heeft steeds meer moeite met

schoonmaken en heeft daarvoor hulp geregeld. Ze krijgt een toeslag voor

Huishoudelijke Verzorging. Die HV-toeslag is gekoppeld aan de indicatie. Via het

beeldscherm kan mijn moeder op elk moment contact zoeken met het informatiepunt

in het wijkgezondheidscentrum. Maar ook met de supermarkt in het dorp.

Directe verbindingMijn vader heeft een polsband die

zijn functies controleert. De gegevens worden naar het gezondheidszorgcentrum

gestuurd en daar beoordeeld. Gaat er echt iets mis, dan wordt mijn moeder

gebeld. Samen bekijken ze dan wat er aan de hand is en of er hulp moet komen.

Die kan er snel zijn, zeker nu de thuiszorg samen met de woningcorporatie een

steunpunt heeft ingericht in de wijk.


href=”http://www.bmg.eur.nl/personal/finkenflugel/” target=_blank

name=Finkenflugel>Harry Finkenflügel
is

wetenschapper bij het Instituut voor Beleid en Management Gezondheidszorg van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. Dit artikel is

verschenen in Zorg + Welzijn 1, januari

2007.

Lees ook:
portal/zorgwelzijn.portal/enc/_nfpb/true/_pageLabel/tsge_page_archief/tsge_portlet_news1_archiefsearch/true/tsge_portlet_news1_archiefchannelId/20107/tsge_portlet_news1_archiefid/55482/_desktopLabel/zorgwelzijn/index.html”

target=_blank name=”Client en WMO”>De rol van de cliënt in de WMO: ‘We moeten

met onze neus op het beleid zitten’
(Zorg + Welzijn magazine, 4 januari 2006),
portal/zorgwelzijn.portal/enc/_nfpb/true/_pageLabel/tsge_page_home_content/tsge_portlet_news_singleeditorschoice1_1search/true/tsge_portlet_news_singleeditorschoice1_1channelId/5601/tsge_portlet_news_singleeditorschoice1_1id/68205/_desktopLabel/zorgwelzijn/index.html”

target=_blank name=”Wethouder Don”>Wethouder Don: ‘Aanbestedingsbeleid WMO is

belachelijk’
(Zorg + Welzijn Nieuwsbrief, 23 november

2006)

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.