Dubbel kwetsbaar én buiten beeld

Er is in het buitenland veel onderzoek gedaan naar LHBTI-jongeren. Eén van de feiten uit die onderzoeken, is dat deze groep oververtegenwoordigd is onder dak- en thuislozen. Omdat in Nederland nog helemaal geen gegevens over deze groep bekend waren, startte Movisie in opdracht van de gemeente Amsterdam een onderzoek. ‘Ondanks dat Nederland zo vooruitstrevend is qua tolerantie en acceptatie, worden de mensen om wie het gaat niet echt gezien.’
Dubbel kwetsbaar én buiten beeld
Foto: AdobeStock

Zo’n anderhalf jaar geleden startte Movisie met een participatief actieonderzoek in Amsterdam. Dat wil zeggen dat jongeren die zelf ervaring hebben met LHBTI- en dak- of thuisloos zijn, werden opgeleid tot medeonderzoekers. Movisie onderzoeker Michelle Emmen: ‘Dak- en thuisloze LHBTI-jongeren zijn een dubbel kwetsbare doelgroep. Maar we weten maar weinig over hun specifieke ervaringen, problemen en behoeften. Ook is niet bekend hoe de ondersteuning voor deze doelgroep er idealiter uitziet. In ons onderzoek zijn we daarom te rade gegaan bij de jongeren zelf en bij de professionals die direct met hen werken.’

Ik heb in trappenhuizen geslapen. Het was winter. Ik werd ook ongesteld, en… pffff sorry soms word ik ook een beetje emotioneel. Maar ik heb dus gestolen om maandverband te hebben.
Kelsey, 30 jaar

Emmen noemt jongeren die zowel LHBTI zijn als dak- of thuisloos dubbel kwetsbaar. Waarom eigenlijk? ‘Ze hebben te maken met complexe, op elkaar in werkende problemen. Aan de basis daarvan ligt meestal een complexe gezinssituatie met verwaarlozing, geweld, psychische problemen en verslaving. In die zin lijkt de achtergrond van veel van deze jongeren op “de gemiddelde” dak- of thuisloze jongere. Omdat hun LHBTI-zijn vaak wordt afgekeurd, met name als ze uit een religieus gezin komen, zijn ze extra kwetsbaar.’ In het rapport Out on the streets, waarin de onderzoeksresultaten gebundeld zijn, is verder te lezen dat bij een deel van de LHBTI-jongeren die dak- of thuisloos worden een escalatie is ontstaan vanwege hun LHBTI-identiteit waardoor ze niet langer thuis kunnen wonen, dak- of thuisloos raken en terechtkomen in tijdelijke residentiële woonvoorzieningen, overnachtingsadressen bij kennissen of familie, op straat, of een combinatie van deze drie. Emmen: ‘Dat is een onrustig en zwaar bestaan waarin problemen als verslaving, geweld, misbruik, depressie en schulden de kop op kunnen steken of verergeren. Gebrek aan (zelf)acceptatie en discriminatie vanwege de seksuele oriëntatie of genderidentiteit maken deze jongeren extra kwetsbaar.’

Netwerk

Uit het onderzoek komt nog een extra kwetsbaarheid naar voren als het gaat om dak- of thuisloze jongeren die ook LHBTI zijn. Want waar andere dak- en thuisloze jongeren vaak nog wel terecht kunnen bij vrienden of familie al ze hun eigen huis uit moeten of gaan, gaat dat voor deze groep niet altijd op. ‘Jongeren die opgroeien in een religieuze omgeving, en het maakt daarbij niet uit wat voor religie, lopen een groter risico dat ouders hen afwijzen als ze uit de kast komen. Komen ze uit de kast en keuren hun ouders dat af, dan vallen vaak niet alleen hun ouders, maar hun hele netwerk weg.’

Mijn moeder zei: ‘Je mag van mij alles doen, maar wordt alsjeblieft geen jongen, want ik heb maar één dochter.’ Dat zei ze voordat ik uit de kast kwam.
Rohan, 20 jaar

Of LHBTI-jongeren in Nederland, net als in andere landen, oververtegenwoordigd zijn onder de groep dak- en thuisloze jongeren, durft Emmen niet met zekerheid te zeggen. Het onderzoek dat zij en haar collega’s deden was daar te klein voor. Het bleek ook lastig om dak- en thuisloze jongeren te vinden die LHBTI zijn. Emmen: ‘Uiteindelijk deden er vijftien jongeren mee aan het onderzoek. Wat ik wel schokkend vond, was dat de professionals die we hebben benaderd om ons met dak- en thuisloze jongeren die LHBTI zijn in contact te brengen, vaak aangaven dat ze dergelijke jongeren niet in hun caseload hebben. En dan gaat het om caseloads van zo’n honderd jongeren. Het kan gewoon niet dat er daar geen tussen zit dus het is kwalijk dat de hulpverleners dit niet weten of bespreken met hun cliënten.’

Handelingsverlegenheid bij hulpverleners

Iets anders wat uit het onderzoek naar voren komt, is dat de hulpverlening nauwelijks is afgestemd op LHBTI-jongeren. Emmen: ‘Hulpverleners ervaren handelingsverlegenheid en brengen de seksuele oriëntatie of genderidentiteit vaak niet ter sprake. Het LHBTI-zijn van de deelnemers aan het onderzoek is geen thema geweest in de hulpverlening die ze kregen. Gevolg daarvan is dat de samenhang en het verband tussen de problemen, zowel sociaal als psychisch, en de genderidentiteit dan niet gelegd wordt en de hulp aan de jongeren daar dus ook niet op afgestemd kan worden.’

Onbekendheid met juist organisaties

Tot slot valt in het onderzoek op dat ondanks dat er in Amsterdam veel LHBTI-organisaties zijn, de jongeren in het onderzoek hier niet bekend mee waren. Emmen: ‘In de jeugdhulpverlening wordt er vaak niet gesproken over LHBTI-zijn en dus ook niet doorverwezen en  bij de organisaties die er voor deze doelgroep zijn, is kennelijk niet genoeg aandacht voor deze jongeren.’

Ik wist er echt niks van. Ik vind dat de LHBTI-organisaties zichzelf meer op de kaart mogen zetten. Je kan er wel zijn, maar als je niet zichtbaar bent dan heb ik er niks aan.
Azhar, 20 jaar

Zijn de resultaten die uit het onderzoek naar voren komen schokkend? Ja en nee, vindt Emmen. ‘Vanuit de literatuur wisten we al dat het in andere landen vergelijkbaar gaat. Maar we zijn er in Nederland goed in om te zeggen dat het elders slechter georganiseerd is terwijl het op een onderwerp als dit dus niet zo veel uitmaakt. We zijn heel vooruitstrevend qua tolerantie en acceptatie, maar toch worden de mensen om wie het gaat niet echt gezien.’

Deze jongeren zijn overal

Emmen wil professionals, en vrijwilligers, op het hart drukken meer oog te hebben voor de samenhang van problemen die jongeren kunnen ervaren. In een checklist die op basis van het onderzoek is geschreven, zijn tips verzameld die kunnen helpen het onderwerp bespreekbaar te maken en die kunnen zorgen voor een omgeving waarin de jongere zich veilig voelt om het erover te hebben. Emmen: ‘En denk je nu als lezer “ik zie deze jongeren nooit”, dan is de checklist voor jou een mooie manier om te leren. Want deze jongeren zijn ook, of misschien wel juist, in de kleinere gemeenten aanwezig maar super onzichtbaar.’

Eén op de twintig mensen heeft LHBT-gevoelens. Dat is dus een relatief grote groep. Else Boss: ‘Niet iedereen in deze groep zal een ondersteuningsvraag hebben, maar realiseer je wel dat je aandacht voor seksuele en genderdiversiteit moet hebben. Ervan uitgaan dat er geen LHBTI-personen in je cliëntengroep zitten, kan gewoon niet.’ Lees meer >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.