Home Jeugdbeleid Pagina 5

Jeugdbeleid

LVB

De ongekende mogelijkheid van het alledaagse

Voor het eind vorig jaar verschenen onderzoek van Michael Kolen volgde hij jongeren met een licht verstandelijke beperking, binnen de context van verschillende zorgorganisaties, ieder een dag lang in hun doen en laten. Hij heeft niet alleen gekeken naar hun relatie, maar onderzocht nadrukkelijk ook de beïnvloeding van die alledaagse omgang door de institutionele context, zoals regels en protocollen.
Huiselijk geweld

Over aanscherping van de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Kindermishandeling heeft zoals bekend grote effecten voor mishandelde kinderen. Het lukt, ondanks regelmatig vernieuwd jeugdbeleid, maar niet om de cijfers inzake kindermishandeling te laten dalen. In deze bijdrage leggen de auteurs de focus op de doelstelling van de aangescherpte Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling: kinderen eerder, sneller en beter op de radar krijgen daar waar het gaat om kindermishandeling. Daarbij zien zij vooral het primair onderwijs als kansrijke partij om een rol te spelen bij deze doelstelling, het tweede milieu daar waar leerkrachten, met ‘hun’ kinderen samenkomen.
Jeugdhulp

Leeds: A city with an ambition to be child-friendly

Leeds (UK) has a bold ambition to be a child friendly city. This means we want to ensure that all of our citizens (including our children and young people) are able to enjoy the city and have a voice in how it grows and develops. This paper will explore how the city has embraced this ambition. It will consider the importance of ensuring that the voice of the child is heard and that their voice has real influence. It will also examine the way that a focus on relationships using restorative practice has helped on this journey.
Jeugdhulp

Omdat het kan …

Dit tijdschrift kent een opinie-estafette. Elk nummer krijgt iemand de gelegenheid om haar of zijn mening kenbaar te maken over het Nederlandse jeugdbeleid. De auteur bepaalt aan wie het stokje wordt doorgegeven, de redactie heeft daar geen invloed op. Op deze manier stelt het tijdschrift zijn pagina’s beschikbaar voor onverwachtse invalshoeken en verrassende argumenten. Rob Oudkerk geeft in het volgende nummer het stokje door aan Huub Nelis, oprichter van Youngworks, strategisch adviseur, en auteur van onder andere Puberbrein Binnenstebuiten.
Jeugdhulp

Jeugd actief in onderzoek en beleid

Onderzoek doen vanuit de erkenning dat jongeren in een context leven, op school of in hun peer group, en uitgaan van hun kracht en niet alleen van zorgen en problemen. Vanuit deze visie vond Stichting Alexander 25 jaar geleden haar oorsprong. De drive en deze kernwaarden zijn anno 2018 onveranderd gebleven. In dit artikel gaan vier directeuren met elkaar in gesprek over 25 jaar Stichting Alexander. Het is een gesprek over jeugdparticipatie in beleid, praktijk en onderzoek en over Stichting Alexander als onafhankelijke organisatie, met nog altijd dezelfde ideële doelstellingen. Er wordt gesproken over de pioniersjaren, waarin het belang en de potentie van participatie al wel onderkend werden, maar waarin het nog niet duidelijk was hoe dat dan moest. Over de jaren van verankering, waarin vooral het effect zichtbaar werd van de methode ‘participatief jeugdonderzoek’. En over het heden, waarbij er meer gewerkt wordt aan procesmanagement om alle partijen mee te krijgen in het participatieproces. Kortom, we moeten niet jongeren willen veranderen, maar juist de samenleving veranderen om alle jongeren volwaardig te laten participeren. Het geheel wordt omlijst met vier illustratieve praktijkvoorbeelden door de jaren heen.
Jeugdhulp

Vooraf

Bijna twee derde van de honderd aanbieders van specialistische jeugdhulp heeft de afgelopen drie jaar geld gevraagd aan de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) om overeind te blijven. Dit jaar eindigt de subsidieregeling hiervoor. Ondanks de impuls van 200 miljoen de afgelopen jaren vindt de voorzitter Marjanne Sint van de TAJ de financiële positie nog steeds ’zorgelijk’, en, verwoordt ze diplomatiek, “het risico bestaat dat het in 2019 erger wordt”. Ze gaat nog verder: of de gehele jeugdhulp ooit goedkoper wordt (een belangrijke doelstelling van de decentralisatie middels de Jeugdwet) “durf ik niet te zeggen”. Nou, dan weten we het wel.
Jeugdhulp

Besparingspotentieel jongerenwerk geschat op 45 miljoen euro

Jongerenwerk kan gemeenten veel geld besparen, zo blijkt uit onderzoek van Participe Advies in opdracht van het ministerie van VWS. Voor het eerst is door middel van een maatschappelijke Business Case onderzocht wat het inhoudelijke en het financiële effect van jongerenwerk is. Zo voorkomt jongerenwerk zorg. Door de preventieve inzet van jongerenwerk is zorg niet altijd (direct) nodig en is het mogelijk om zorg af te schalen en te normaliseren. Daarnaast vergroot het jongerenwerk sociale cohesie. Tot slot bevordert het jongerenwerk de verbintenis tussen jongeren en buurtbewoners. Het actief bijdragen aan de wijk heeft positieve effecten op de ontwikkeling van jongeren: hun persoonlijke vaardigheden en zelfvertrouwen groeien. De maatschappelijke Business Case doet aanbevelingen hoe gemeenten het jongerenwerk beter kunnen positioneren in het sociaal domein. Het besparingspotentieel van het jongerenwerk in Nederland wordt op 45 miljoen euro per jaar geschat.
Jeugdhulp

Een nieuwe kijk op pleegzorg

De zoektocht naar nieuwe pleegouders en de roep om meer stabiliteit voor pleegkinderen zijn actuele en urgente thema’s. Dat maakt het nodig om nieuwe vormen van pleegouderschap te overwegen. Pleegkinderen worden zelden geadopteerd in Nederland, terwijl dat wel vaak voorkomt in bijvoorbeeld Engeland. In andere landen komt ook ‘eenvoudige of zwakke’ adoptie en ‘open’ adoptie voor. In Nederland kennen we wel pleegoudervoogdij. Een ander actueel thema is dat pleegzorg ophoudt bij het achttiende jaar, terwijl jongeren in het algemeen pas rond hun vijfentwintigste het huis uit gaan. Er gaan stemmen op om die leeftijd bij pleegzorg te verhogen. Genoeg redenen om de vraag te stellen: is het tijd voor pleegzorg ‘twee-punt-nul’?
Jeugdhulp

Het paard als werkzame factor in de jeugdzorg

Het werken met dieren krijgt een speciale dimensie als het paarden betreft. In de jeugdzorg worden paarden slechts mondjesmaat ingezet, terwijl de resultaten toch bijzonder positief zijn. Door de inzet van paarden verbetert niet alleen de relatie tussen cliënt en hulpverlener, maar wordt tevens de cognitie van kinderen beter wanneer opdrachten op een paard worden gedaan. Kinderen met dyslexie gaan zo bijvoorbeeld veel beter lezen op een paard, proefwerken worden beter geleerd, het ruimtelijk inzicht verbetert en het automatiseren gaat gemakkelijker. Dit wordt verklaard vanuit het idee dat zittend op een paard het arousalniveau van het kind stijgt en daarmee de concentratie en het leervermogen, en dat door de beweging van het paard de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor deze taken extra gestimuleerd worden. Met behulp van het model van Pijnenburg beschrijft de auteur het inzetten van paarden op micro-, het meso- en het macroniveau.
Jeugdhulp

Dierondersteunde programma’s voor kinderen met Downsyndroom en/of autismespectrumstoornis

Er is steeds meer belangstelling voor het inzetten van dieren bij therapie of activiteiten als het gaat om kinderen met een ontwikkelingsachterstand en/of een aangeboren of verworven mentale stoornis. Een aantal begeleiders en therapeuten is in Nederland begonnen met het structureel inzetten van dieren om de effectiviteit van hun aanpak te versterken of om überhaupt een ingang bij hun cliënten te kunnen krijgen. Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van het op deze wijze inzetten van dieren wordt in Nederland onder andere aan de Open Universiteit gedaan bij de vakgroep Antrozoölogie. De auteurs lichten dit onderzoek toe op het gebied van dierondersteunde activiteiten bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand of -stoornis. Daarnaast wordt in dit artikel verslag gedaan van twee door de auteurs ontwikkelde pilotprogramma’s voor kinderen met het syndroom van Down en kinderen met een autismespectrumstoornis. De voorlopige resultaten en consequenties voor het vervolg worden hierbij meegenomen.