Andrée van Es: ‘Recht op ondersteuning dreigt weg te vallen’

14 April 2004 GGZ Nederland vindt het zorgelijk dat de geestelijke gezondheidszorg onder de AWBZ, ziektekostenverzekering en gemeente gaat vallen. Ook leidt de Wet Maatschappelijk Ondersteuning volgens voorzitter Andrée van Es tot kapitaalvernietiging. ‘Cliënten moeten met steeds minder zorg genoegen nemen. We zien wat de decentralisatie met het welzijnswerk heeft gedaan.’

Door Ester Mijnheer – Betrokken en gedreven praat ze over de geestelijke

gezondheidszorg in Nederland. Niet als onafhankelijk buitenstaander, zoals ze

ruim twee jaar geleden als voorzitter van GGZ Nederland werd binnengehaald, maar

als “lid” van de sector. Met het belang van de cliënt voorop. Oud-politica

Andrée van Es (51) heeft de sector inmiddels goed leren kennen en ze vindt het

‘geweldig’. ‘Ik ben erg onder de indruk van de mensen die in de ggz werken. Deze

tak van de gespecialiseerde gezondheidszorg vind ik erg mooi, met name omdat het

om een goede relatie met andere partijen vraagt. Dat vereist om een brede blik.

Ik heb veel tijd genomen om me in te werken; ik heb veel mensen gesproken, zowel

uit het werkveld als cliënten en ook op verschillende afdelingen meegelopen.

Inmiddels voel ik me er thuis’

Tijdens het vijfjarig bestaan van GGZ Nederland in november 2002, vertelde

Andrée van Es de leden al dat het tijd werd dat de ggz niet meer aan ‘de

achterste mem’ hangt, er achteraan loopt. Dat is door een groot deel van de

leden positief ontvangen. ‘Je moet je niet afsluiten voor kritiek van

bijvoorbeeld de justitiële jeugdinrichtingen over het gebrek aan plekken in de

jeugdzorg, maar ook een actieve rol in de discussie hebben. De ggz wordt nog

steeds vaak als een log bureaucratisch apparaat gezien waar moeilijk mee valt

samen te werken, maar daar ben ik het niet mee eens. Lokaal is al veel tot stand

gebracht op het gebied van samenwerking met welzijn, politie en

woningbouwcorporaties. Toen we vorig jaar een convenant sloten met de politie

over de crisisopvang, heeft dat op lokaal niveau goed uitgepakt. Het is gewoon

een kwestie van doen, maar het duurt even voordat de resultaten zichtbaar zijn.

Voor de ketenzorg heb je mensen nodig die willen aanpakken. Bij de een gaat dit

beter dan bij de ander. Je bent afhankelijk van de juiste mensen. Maar het

grootste deel van de sector heeft de wil om aan te pakken. Je afsluiten voor

kritiek en je terugtrekken in een ivoren toren kan niet meer. Dit verandert

razendsnel. Het “er op uit trekken” is ook iets dat door GGZ Nederland via de

missie en zendingstaak wordt uitgedragen. Ik verwacht dat er binnen een paar

jaar geen problemen meer zijn op het gebied van samenwerking.’

Splijtzwam

Grote problemen verwacht Van Es wel over het zogeheten ‘opknippen’ van de

ggz. Per 1 januari 2006 wordt alle zorg die korter duurt dan een jaar niet meer

vanuit de AWBZ (eerste compartiment) betaald, maar komt onder de

ziektekostenverzekering (tweede compartiment) te vallen. Klinische zorg langer

dan een jaar blijft in de AWBZ. Verder gaan diverse vormen van dienstverlening

en ondersteuning in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

naar de gemeente. De financiering wordt dus in drieën gesplitst. ‘De nieuwe

plannen zullen alle goede initiatieven fors doorkruisen. De wet is een verkapte

bezuinigingsmaatregel. Niet alleen een bezuiniging, maar zelfs

kapitaalvernietiging. Opvang, begeleiding en ondersteuning vallen nu onder de

AWBZ, en zijn daarmee gegarandeerde rechten. Ik ben bang dat het recht op deze

ondersteuning wegvalt. We zien wat de decentralisatie met het welzijnswerk heeft

gedaan. De eigen bijdrage gaat omhoog en cliënten lopen het gevaar dat ze minder

zorg krijgen dan ze nodig hebben. Is er niet voldoende zorg en ondersteuning,

dan kunnen mensen vereenzamen, problemen uit de hand lopen en zullen

uiteindelijk meer mensen opgenomen moeten worden. Goedkoper zal dit zeker niet

zijn en bovendien is het voor veel mensen beter om thuis te blijven

wonen.’

De integrale zorg voor ggz-cliënten gaat om combinaties van behandeling,

zorg aan huis en dagbestedingsmogelijkheden. Door de drie verschillende

financieringsstromingen wordt het voor alle partijen onoverzichtelijk, vindt Van

Es. In plaats van de organisatie helder te maken, zadelt de overheid de sector

met alleen maar ‘meer papierwerk en gedoe’ op.

‘En ik ben bang dat het werk van de ggz steeds meer wordt gedefinieerd in

het kader van openbare veiligheid in plaats van zorg. Ik heb in mei een besloten

gesprek met verschillende partijen over de vraag: hoe komen we hieruit? We

moeten een alternatief bedenken voor de opdeling van de ggz, want ik ben bang

dat de WMO als splijtzwam zal werken. De wet als verkapte bezuinigingsmaatregel

werkt niet bevorderlijk voor de ketenzorg. Aanbieders van zorg krijgen een

concurrentiepositie: wie levert bijvoorbeeld de thuiszorg en de dagopvang? Nu

regelt de ggz het voor haar cliënten en het is noodzakelijk dat zij erbij

betrokken blijft. Als de gemeente de dagopvang regelt, is er een kans dat zij

zegt: dagopvang is voor iedereen hetzelfde. Maar we hebben met een specifieke

groep te maken met andere behoeften dan bijvoorbeeld gehandicapten of ouderen.

Eén dagopvang voor alle groepen cliënten werkt dan niet. Maar we moeten ook

eerlijk zijn; als opvang of bijvoorbeeld thuiszorg goedkoper kan, dan moet dat

ook gebeuren. Dat kan alleen als je naast het kijken naar besparingen ook in het

oog houdt wat voor patiënten belangrijk is. Recht hebben op een kwalitatief zo

goed mogelijk leven moet voorop staan, maar het lijkt wel alsof mensen met

steeds minder zorg genoegen moeten nemen.’

Overzicht

De voorzitter van GGZ Nederland vindt dat het onderverdelen van de ggz in

drie compartimenten de boel onnodig moeilijk maakt. Overheveling naar de

basisverzekering, dat heeft GGZ Nederland altijd bepleit, vanwege de

keuzevrijheid van de cliënt. Maar drie soorten financiering is wel erg veel en

kan volgens haar rampzalige gevolgen hebben. Van Es: ‘Het bedreigende is dat

door de marktwerking alleen gekeken wordt naar de goedkoopste vorm van zorg. Dat

betekent dat experimentele behandelingen, of behandelingen waar van tevoren niet

duidelijk is of ze werken, niet snel meer betaald worden. Dat staat ook de

wetenschappelijke ontwikkeling in de weg. Gelukkig blijkt uit gesprekken met

zorgverzekeraars dat ze de problemen erkennen. Zij weten ook dat resultaten van

zorg soms pas op lange termijn zichtbaar worden.’

Ook leidt de nieuwe financiering volgens Van Es tot bureaucratie en gaat

het veel onnodige tijd kosten. Dat is tegenstrijdig met de kritiek die de ggz

krijgt op gebrek aan transparantie. ‘Dit maakt het er niet beter op. Bovendien

kun je je afvragen waarom de ggz als onoverzichtelijk wordt gezien. Er is zoveel

inspectie en controle, hoe kan het dan dat al deze organen blijkbaar de

informatie niet helder krijgen? Ik vind dat helderheid voorop moet staan. Wie is

waarvoor verantwoordelijk en wie legt aan wie verantwoording af. Het ministerie

en de inspectie moeten dit eerst duidelijk organiseren. Dat je aan iedereen een

andere verantwoording moet afleggen, maakt het er niet overzichtelijker op. De

commissie-Beer heeft geadviseerd om één jaarverslag te maken dat voor alle

toezichthouders geldt.’

De rol van de ggz in de verloedering en overlast van cliënten op straat, de

discussie over het aantal jongeren dat wegens plaatsgebrek in de jeugdzorg in

justitiële jeugdinrichtingen belandt, het aantal sessies psychotherapie dat

steeds minder wordt en het opknippen van de ggz. Andrée van Es heeft de laatste

tijd het gevoel dat ze op vijf schaakborden tegelijk aan het spelen is. ‘Er

gebeurt momenteel zo ontzettend veel. Maar ik vind mijn baan erg leuk. Ik zit

dicht bij de praktijk en kan de politiek vanuit mijn huidige functie ook

beïnvloeden. Het is moeilijk om de politiek te overtuigen, dat moet je

zorgvuldig opbouwen. Binnen GGZ Nederland zijn we heel intensief bezig geweest

met dit proces. Het belang van ketenzorg voor chronisch zieken in de ggz was in

de politiek geen issue. Na lang protesteren brachten minister en kamerleden

onlangs tijdens een kamerdebat eindelijk het belang van goede ketenzorg naar

voren. Het duurt even, maar uiteindelijk wordt er geluisterd naar argumenten.

Geduld en tijd is noodzakelijk om dit werk vol te houden. Maar als iets dan

eindelijk doordringt in de politiek, dan zorgt dat wel voor een klein

“hallelujamoment”.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.