Beter leren budgetteren, beter met geld kunnen omgaan. Nynke Brouwer, sociaal werker bij Amaryllis in Leeuwarden, begeleidt regelmatig een groep van negen relatief jonge mensen met dezelfde hulpvraag. ‘Er zijn jongeren bij die in een vorm van financieel beheer zitten’, licht ze toe. ‘In vijf bijeenkomsten van twee uur gaan we aan de slag met thema’s als het inzichtelijk maken van inkomsten en uitgaven, besparen omgaan met verleidingen. Maar ook met vragen als: “Ik heb een lastige brief van een instantie gekregen: hoe ga ik daarmee om?”’
Mooie gesprekken
Elkaar ontmoeten onder het genot van een kopje koffie. Weten dat je niet de enige bent. Juist dat is de kracht van groepswerken, volgens Brouwer. Tijdens de training ziet ze ook hele mooie zinvolle gesprekken ontstaan tussen de deelnemers. ‘In het begin zit iedereen er een beetje ongemakkelijk bij, het is dan aan de begeleider om een veilige sfeer te creëren en een leuke oefening te bedenken om het ijs te breken. Maar als dat eenmaal is gebeurd, dan vliegen de ervaringen en tips je om de oren. Deelnemers helpen elkaar en zijn elkaar tot steun. En ik steek daar zelf ook wat van op. Ik hoor vaker van collega’s die groepen begeleiden dat ze tot oplossingen en ideeën komen die ze zelf nooit zouden bedenken.’
Leernetwerk
De training maakt deel uit van een van de vijfenzeventig activiteiten van Amaryllis op het gebied van collectief werken. De organisatie startte daar in 2021 mee en is beslist een van de voorlopers, volgens Silke van Arum, onderzoeker en programmaleider passende ondersteuning bij Movisie. Ze houdt zich onder meer bezig met het stimuleren van wijkteams om meer collectief te werken. ‘Wij zijn daar nu zo’n drie à vier jaar mee bezig’ vervolgt ze.
‘We hebben dit jaar voor de tweede keer een leernetwerk georganiseerd waar gemeenten en wijkteams, ook van elkaar, leren wat de waarde is van collectief werken en wat de belemmeringen zijn. Verder hebben we meerdere wijkvoorzieningen beschreven waar collectieve activiteiten plaatsvinden. Zoals een buurtkamer waar extra aandacht is voor mensen met een licht verstandelijke beperking. En een prikkelarm buurthuis waar groepsactiviteiten voor en door mensen met niet-aangeboren hersenletsel worden georganiseerd ’
Geen bezuinigingsslag
Collectief werken wordt vaak als een bezuinigingsslag gezien. Maar de wijkteams zijn nooit bedoeld geweest om alleen individuele ondersteuning te bieden, volgens Van Arum. ‘Outreachend en preventief werken, laagdrempelige hulp bieden en mensen met elkaar in contact brengen, waren vanaf het begin belangrijke doelen. Maar in meerdere peilingen zagen we keer op keer dat de sociale wijkteams onvoldoende toekomen aan het doorontwikkelen van individueel aanbod naar collectieve activiteiten. Professionals werken bijna uitsluitend een op een met bewoners.’
Hulpvragen bundelen
Amaryllis ging hier vier jaar geleden wel op grote schaal mee aan de slag, ook vanuit een opdracht van de gemeente. De wijkteams kregen het verzoek om in hun caseload eens na te gaan welke problematiek vaak aan de orde komt, hulpvragen te bundelen, en daar nieuw collectief aanbod voor te bedenken. Of na te gaan bij welk bestaand aanbod ze zouden kunnen aansluiten. De top drie van problematiek bleek te zijn: geestelijke gezondheid, geld en dagelijkse activiteiten. Er werden onder meer kookgroepen opgezet voor het versterken van het netwerk, ouder-kind cafés en mantelzorgerscafés. ‘De wijkteams gingen daar enthousiast mee aan de slag, volgens Brouwer. ‘Het aanbod is gaandeweg flink uitgebreid, ook op andere terreinen. Verder werd ook contact gelegd met het jongerenwerk binnen onze organisatie dat al meer bekend was met groepsgericht werken. Van daaruit zijn bijvoorbeeld nieuwe groepen opgezet voor jongeren met ADHD en autisme.’

Groepswerk niet voor iedereen
Amaryllis had aanvankelijk de ambitie om vrijwel iedere inwoner collectief te begeleiden. ‘Maar daar zijn we van teruggekomen’ erkent Brouwer. ‘Mensen met ernstige psychische problemen of verslavingsproblematiek gedijen bijvoorbeeld minder goed in een groep. En we hebben ook wel eens een groep voor inwoners met een LVB opgezet waar te weinig deelnemers voor waren. Mensen met een licht verstandelijke beperking vinden het niet altijd prettig om op hun beperking aangesproken te worden.’
Minder werkdruk door groepswerk
Individuele ondersteuning blijft dus nodig. ‘En niet alle begeleiding hoeft vervangen te worden door een collectief’, benadrukt Van Arum. ‘Het kan heel goed naast elkaar bestaan of aanvullend zijn. Maar we zien wel dat, in gemeenten die deze omslag maken, de druk op de wijkteams afneemt. En dat is ook hard nodig want velen zijn overbelast. Zij hebben nu meer tijd om cliënten die dat echt nodig hebben individueel te begeleiden.’
Dag wachtlijsten! Jongeren in Utrecht bespreken mentale problemen in groepen. Utrechtse buurtteams en jeugdhulporganisaties signaleerden eind 2020 een duidelijk probleem: er was een explosieve toename van jongeren met somberheidsklachten. Allemaal op wachtlijsten voor individuele hulp. Zo begon een experiment om deze jongeren in groepen te begeleiden. De collectieve aanpak is een groot succes.
Commitment
Collectief werken is veel meer dan alleen groepswerk. In en buiten de organisatie moeten contacten gelegd worden met andere professionals en initiatieven. Brouwer: ‘Binnen onze organisatie spelen de opbouwwerkers een belangrijke rol. En veel groepen en bijvoorbeeld de inloopcafés worden niet begeleid door sociaal werkers maar door vrijwilligers of ervaringsdeskundigen.’
Commitment vanuit alle lagen van de organisatie en een visie is dan ook nodig om deze omslag echt goed te kunnen maken. Zo werd bij Amaryllis een speciaal team Collectief Werken in het leven geroepen dat onder meer nieuw aanbod opzet en de publiciteit daarvoor regelt. Toch kunnen individuele wijkteams ook een start maken met deze beweging, meent Van Arum. ‘Zij kunnen nagaan welke hulpvragen of problematiek ze vaak zien en of daar collectief aanbod voor is.’
Weerstand professionals
Een ander punt is dat sommige sociaal professionals in eerste instantie vaker weerstand voelen tegen deze ontwikkeling. Van Arum. ‘Je merkt dat sociaal professionals heel erg gewend zijn om bewoners zelf één op één te helpen. Ze vragen zich af of bewoners wel goed geholpen zijn in een groep of bij een inloopcafé dat begeleidt wordt door een welzijnswerker of door een vrijwilliger. Maar we zien dat als professionals bij elkaar langsgaan, en wellicht samen dingen organiseren, het vertrouwen in elkaars capaciteiten groeit.’ Brouwer: ‘Wij stimuleren onze collega’s om eens aan te sluiten bij bijeenkomsten. Loop eens binnen in zo’n café en kijk eens hoe dat gaat. Er gebeuren hele mooie dingen. En die kun je pas echt goed ervaren als je er zelf bij bent.’

