Therapeute Annet Weijers over traumaverwerking bij kinderen: ‘Rouwen moet gewoner worden’

'In de reguliere hulpverlening wordt veel te veel gepraat,’ stelt therapeute Annet Weijers. Zij helpt kinderen op een creatieve manier bij de rouwverwerking. Geen onbelangrijk thema, getuige bijvoorbeeld de Kankerherdenkingsdag op 21 maart dit jaar. Deze stond in het teken van jongeren die iemand hebben verloren aan kanker.

Therapeut Annet Weijers heeft een heel eigen benadering om kinderen bij

rouwverwerking te helpen. Zij vindt dat er in Nederland op dit gebied heel wat

verbeterd kan worden. ‘Veel kinderen worden naar de Riagg gestuurd. Daar moeten

ze weken wachten voor ze aan de beurt zijn, terwijl het vaak een noodkreet is,’

vertelt Weijers. ‘Bovendien wordt er te veel gepraat. Ik merk juist dat kinderen

veel beter met creatieve middelen geholpen kunnen worden. Daarnaast wordt rouwen

vaak als iets pathologisch gezien, alsof het om een ziekte gaat. Maar rouwen

hoort bij het leven en ik vind dat het gewoner moet worden, er rust nog een

taboe op.’

De therapeute vindt het verder belangrijk dat er in ziekenhuizen meer

aandacht voor kinderen komt. ‘Er moeten speciale mensen zijn waar de kinderen

naar toe kunnen met hun vragen. Er zijn al artsen die dat van nature heel goed

doen, maar er zijn ook artsen die niet de gave hebben om dingen aan kinderen in

hun taal uit te leggen. Ik pleit voor een speciale arts, die in een leuk

ingericht kamertje zit waar kinderen met hun vragen heen kunnen en waar de tijd

genomen wordt om het kind uitleg en begeleiding te geven. Ook voor scholen ligt

hier een belangrijke taak.’

Vaak hoor je dat rouwverwerking te laat begint. Klopt men wel

op het goede tijdstip bij hulpverleners aan?
‘Ouders trekken

meestal aan de bel als een kind plotseling heel teruggetrokken is, last van

nachtmerries heeft of als de schoolprestaties ineens een stuk slechter zijn na

een overlijden. Ook kunnen ze heel moe zijn. Veel kinderen gaan pas rouwen als

de rest van het gezin de draad weer oppakt en dat kan maanden later zijn. Pubers

die op de basisschool een ouder hebben verloren, komen vaak veel problemen

tegen. Ze hebben moeite om zich te binden, omdat ze bang zijn weer iemand te

verliezen. Soms zien ze het nut niet in van een opleiding, want wat heeft het

voor zin als je toch doodgaat? Ik krijg ook hele jonge kinderen, vanaf een jaar

of vier. Veel van de kinderen die hier komen hebben een van hun ouders verloren

aan een ziekte als kanker of aan zelfdoding, maar ook kinderen waarvan een

vriendje of grootouder is overleden. Ze komen vaak bij me als de zieke ouder nog

leeft. Dan kun je ze proberen voor te bereiden op wat komen gaat. Er kwam eens

een kind bij me dat last had van nachtmerries. Ik vroeg heel direct aan hem:

jouw moeder gaat dood hè? Hij keek me heel verbaasd aan. Tegen hem zeiden ze

altijd ‘overlijden’ en hij wist niet dat dat hetzelfde was als doodgaan. Daarna

spraken we over afleggen. Toen kwam de aap uit de mouw. Hij dacht dat bij

afleggen ledematen afgehakt werden. Hij had nachtmerries over bloederige

toestanden bij het ‘afleggen’ van een been of arm. Toen ik vertelde dat zijn

moeder dan juist mooi gemaakt werd, liep hij meteen naar de kast om een mooie

jurk te pakken.’

U stelt dat er in de hulpverlening te veel wordt gepraat. Hoe

kan het beter?
‘Ik probeer kinderen op een leuke en creatieve

manier te helpen. Ik gebruik alles om me heen om ze te helpen. Je moet op een

leuke manier aan rottige dingen werken. Ik gebruik vaak knuffels bij de kinderen

die het moeilijk vinden om hun gevoelens te verwoorden. Door met knuffels te

spelen kunnen ze wel uitdrukking geven aan de emoties. Lachen en huilen ligt

heel dicht bij elkaar. Voor kinderen die niet kunnen huilen heb ik een zogenaamd

tranenpotje. Dat is een pot met glinsterende steentjes die tranen uitdrukken.

Veel kinderen huilen van binnen en de steentjes kunnen uitdrukking geven aan die

tranen. Werken met kinderen houdt in dat je ze moet leren verstaan. Je moet ook

je gêne over boord gooien. Bij alle emoties en gedachten moet je ze het gevoel

geven dat het normaal is: jaloers zijn of agressief, het maakt niet uit.’

Worden kinderen vaak verkeerd

begrepen?
‘Kinderen weten en voelen meer dan we denken. Ze

willen serieus worden genomen.Kinderen moet je er niet buiten houden, want

ze willen weten wat er aan de hand is. Doe je dat niet, dan halen ze zich

allemaal rare dingen in het hoofd. Er kwam eens een jongen bij me wiens vader

kort daarvoor was overleden. Hij voelde zich schuldig voor de dood van zijn

vader, omdat hij die bewuste avond vergeten had een glaasje water bij zijn

vaders bed neer te zetten. Als je het er niet met zo’n kind over hebt, blijft

het die gevoelens houden. Veel kinderen vinden het fijn om over hun overleden

ouders te praten, maar volwassenen vinden het moeilijk om het er met kinderen

over te hebben. Ze willen hun kinderen beschermen. Maar ze kunnen niet behoed

worden voor ellende. De jongste kinderen moet je in begrijpelijke taal uitleggen

wat de dood eigenlijk is. Zij kennen dat begrip alleen uit sprookjes, waar

sneeuwwitje weer levend wordt gekust. Je moet ze uitleggen dat de dood een

blijvend iets is. Ik krijg veel vragen van ouders die willen weten of hun kind

wel of niet bij de begrafenis moet zijn. Ik vind van wel, want het is een goede

manier om afscheid te nemen. Mits je van tevoren heel duidelijk uitlegt wat het

kind te zien krijgt.’

De Stichting Achter de regenboog, waaraan u verbonden bent, is

een soort vraagbaak voor mensen die rouwen. Om welke vragen gaat

het?
‘De oprichtster van de stichting vond dat alles gebruikt

moest worden bij het werken met kinderen: kleuren, knutselen, spelen. Zij had

zelf als kind iemand verloren en herinnerde zich de stilte en de geforceerde

gesprekken. Bij Achter de regenboog kunnen kinderen vragen stellen over wat

bijvoorbeeld kankercellen zijn. De voorkomende vragen worden door een ‘echte’

arts besproken. Bovendien treffen de kinderen lotgenoten. Ze krijgen het gevoel

dat ze door de arts serieus worden genomen. De weekenden die Achter de regenboog

organiseert voor kinderen zijn erg nuttig. Ze kunnen heerlijk met elkaar

tekenen, spelen en praten over hun kwaadheid. Voor mensen die kinderen bij

rouwverwerking begeleiden, zoals ouders, verzorgers of leerkrachten, heeft de

stichting een telefonische informatie- en hulplijn en worden er trainingen

gegeven. Vóór de oprichting, ruim vijf jaar geleden, was er niks voor kinderen.

Nu begint het wat te komen.’

Wat kunnen mensen uit de omgeving doen te

helpen?
‘Het is onze taak om een kind te leren zijn leven te

leven. We moeten het voorbereiden op wat er kan gebeuren. Na de eerste rouw kun

je misschien weer wat plezier hebben, maar je moet ook vertellen dat er weer

verdrietige momenten komen. Als je bijvoorbeeld je diploma-uitreiking hebt, of

als je gaat trouwen. De pijn gaat nooit over. Veel mensen zeggen dat het

uiteindelijk wel weer goed komt, maar dat werkt niet zo. Iedereen kan iets doen

om verdrietige kinderen te helpen, al is het maar door de tijd te nemen om met

het kind te spelen. Op scholen begeleid ik groepen. Als er iemand uit de klas is

overleden of een leerling heeft iemand verloren, kun je daar met de hele klas

wat aan doen, zonder dat je dat ene kind apart zet. Door met kinderen te gaan

tekenen of zingen, kun je het onderwerp aan de kaak stellen. Ik vind dat scholen

een project over de dood zouden moeten houden om het onderwerp bespreekbaar te

maken.’/Ester Mijnheer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.