Nieuwe topambtenaar Amsterdam-Zuidoost over aanpak sociale problemen: ‘Zonder contact met de burgers heb ik hier weinig te zoeken’

'Hopelijk wordt de aanpak in Amsterdam-Zuidoost zo vernieuwend dat het als voorbeeld kan dienen voor andere Nederlandse steden.' Dit zegt Haroon Saad, een Brit van Pakistaanse komaf, die per 1 september sectorhoofd is van het Bureau Sociaal-Economische Vernieuwingen in het Amsterdamse stadsdeel De Zuidoost. Zijn werkplek werd onlangs gecreNerd, nadat het bureau vijf jaar geleden werd opgericht. Het stadsdeel lijkt nu dus echt vaart te maken met het stimuleren van werk en scholing, de twee onderwerpen waar Saad zich vooral op richt.

Dat er een frisse wind gaat waaien in

Amsterdam-Zuidoost, oftewel De Bijlmer, blijkt niet alleen uit het aantrekken

van Haroon Saad. Want vlak na zijn aanstelling benoemde het stadsdeel de

Surinamer Hugo Fernandes Mendes als stadsdeelsecretaris. Zo haalde het binnen

korte tijd twee zwaargewichten binnen.

In verschillende Engelse steden, waarvan Birmingham als laatste, bracht

Haroon Saad zijn visie op lokaal bestuur in de praktijk. Deze werd onder meer

door tientallen lokale autoriteiten werd overgenomen. Verder adviseerde hij

onder meer de Britse premier Tony Blair. Saads collega, Fernandes Mendes, was

bijna tien jaar directeur minderheden bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Opvallend was dat de twee nieuwelingen allochtonen moesten zijn. Het stadsdeel

wil dat zijn ambtelijke organisatie een ‘optimale afspiegeling’ vormt van de

bevolking. Zuidoost telt 85.000 geregistreerde inwoners, van wie meer dan 60

procent afkomstig is uit etnische groepen. Haroon Saad reageert zakelijk: ‘Ik

kan me wel vinden in de keuze die is gemaakt om mensen te zoeken die de

problematiek van een buurt als De Bijlmer goed aanvoelen. Het stadsdeel is

ambitieus en is dus gebaat bij ambtenaren die zo snel mogelijk vernieuwingen in

kunnen zetten.’

Eén van de grote problemen is dan ook dat de deelname aan arbeid of

scholing bij etnische minderheden veel lager is dan bij andere Bijlmerbewoners.

‘Daarnaast lijken de problemen van alle grote steden in grote lijnen op elkaar.

En ik beschik over de vaardigheden om het hier tot een succes te maken. Voor dit

soort werk kan je heel goed over je eigen grens kijken.’

Gettovorming

Haroon Saad zegt volop te genieten van zijn eerste weken in Nederland.

Hij heeft een huis in De Bijlmer gekocht en volgt twee keer per week lessen in

de Nederlandse taal. Alhoe-wel hij lange gesprekken nog liever in het Engels

voert, kan hij zich aardig redden in het Nederlands. Saad, die als vierjarige

jongen vanuit Lahore in Pakistan naar Engeland verkaste, zegt zich graag voor

lokale problematieken in te zetten. Dan zit hij zo dicht mogelijk op de burgers,

waarvan sommige te maken hebben met sociale uitsluiting. Hij is gevraagd om te

solliciteren, nadat een delegatie van het Amsterdamse stadsdeel een workshop van

hem volgde en vervolgens een bezoek bracht aan Saads projecten in Birmingham.

Haroon Saad ziet in zijn nieuwe werkomgeving voldoende kansen, omdat

het bureau Sociaal-Economische Vernieuwingen (SEV) nu een fulltime sectorhoofd

heeft. ‘Het probleem was dat dit werk vroeger maar zo af en toe werd gedaan. Dan

is er ook geen echt begrip van de zaak. Bij het werk kan je echt geen andere

dingen doen. Voor een strategische benadering van de problemen die hier spelen

is fulltime aandacht nodig.’

Saad noemt de belangrijkste issues waarmee hij snel aan de slag wil.

‘Het werkloosheidspercentage in De Bijlmer is hoog. Daarnaast zitten ongeveer

drie keer zoveel leden uit etnische minderheidsgroepen dan uit autochtone

groepen zonder werk. Dat heeft doorgaans niets met kwalitatieve vaardigheden te

maken, maar met discriminatie. En omdat de uitsluiting van bepaalde groepen

toeneemt, is er het gevaar dat je gettovorming krijgt.’ Volgens het kersverse

sectorhoofd moet vooral op de etnische minderheid gefocust worden. Er moet, zo

stelt Saad, een cultuur worden gecreëerd waarin mensen zich niet buitengesloten

voelen.

Adviseurs

Dat het om taaie onderwerpen gaat, realiseert Haroon Saad zich. Maar

zijn ervaringen in het buitenland sterken hem in de gedachte dat er goede

verbeteringen te behalen zijn. ‘Maar dat heeft niet alleen met mijn komst te

maken, denk ik. De wilskracht om te veranderen is hier namelijk groot. Zo is er

de beweging van teveel bureaucratie naar vooral een bottom-up-benadering.

Eigenlijk is dat ook logisch. Want als er geen goed contact is tussen stadsdeel

en bewoners, dan hebben wij daar ook weinig te zoeken.’

Behalve veel concrete initiatieven, zal bij het welslagen van Saads

missie vooral veel afhangen van zijn eigen gedrevenheid. ‘Ik wil geen

bureaucraat zijn die doet wat hij moet doen en vervolgens naar huis gaat.’ In

zijn eerste weken heeft hij afspraken gemaakt met menig collega, terwijl hij ook

altijd benadrukte dat zijn deur altijd open staat. ‘Datzelfde geldt voor

bewoners, of beter, vertegenwoordigers van bewoners die ik wil gaan aanstellen.

Voor hen moet je tijd vrijmaken, je moet er de mogelijkheid voor creëren dat ze

hun verhaal kunnen doen.’ Ook wijst Saad op een projectenboek van stadsdeel

Zuidoost, dat vlak bij hem ligt. Er staan 122 projecten in, waarvoor 30

projectleiders verantwoordelijk zijn. ‘Op de projecten moeten we ons

herbezinnen. Eind september moet het aantal terug gebracht zijn tot 20, waarmee

we dit en komend jaar aan de slag gaan.’

Haroon Saad typeert zichzelf ook als iemand die zijn kaarten direct op

tafel legt en open discussies aangaat. Verandering in de organisatie brengen

staat bij hem synoniem aan minder bureaucratie, intensief communiceren met de

bewoners en vooral actie blijven ondernemen. Tevens denkt hij in partnerships op

landelijk (grotestedenbeleid), regionaal (arbeidsvoorziening) en lokaal niveau

(bedrijven).

‘De benadering is hier dat je adviseurschappen op moet zetten, er zijn er

wel 15 tot 20. Zij hebben doorgaans een grote afstand met de bewoners, maar

beslissen wel over hen. Verder zijn het bijna altijd dezelfde mensen en ze

vormen zeker geen goede afspiegeling van de bevolking. Daarom wil ik

vertegenwoordigers van gemeenschap die het stadsdeel adviseren over de welke

richting de politiek op moet. In Birmingham werden ze geworven via advertenties

in de krant: we kregen 500 reacties, terwijl we 72 vertegenwoordigers konden

aanstellen. Vervolgens is het belangrijk om deze bewoners van alles aan te

bieden: van trainingprogramma’s, kinderopvang, tot reis- en

telefoonkosten.’

Financiering

Hoewel Haroon Saad zich realiseert dat hij zijn eerder toegepaste

modellen in probleembuurten nooit helemaal kan kopiëren naar de Nederlandse

situatie, wil hij veel methodes uit zijn tijd in onder meer Birmingham

toepassen. Bijvoorbeeld zal De Bijlmer in één of andere vorm te maken krijgen

met het Action-Learning-project, dat door Saad succesvol in Engeland werd

beproefd . In de binnenstad van Birmingham werden 400 werklozen in drie jaar

tijd geschoold, getraind en ondersteund om ideeën te ontwikkelen. Zo leerden

sommigen een kinderopvang runnen en anderen werden ondersteund om fondsen te

leren werven voor projecten met kansarme jongeren. Met dank ook aan een forse

Europese subsidie, die het project mogelijk maakte.

‘Ik ben er altijd kien op,’ stelt Saad, ‘dat deze activiteiten leiden tot

echte banen. Het arbeidsbureau moet bijvoorbeeld mensen bij computerbedrijven

plaatsen die zich nieuw in De Bijlmer vestigen. In ieder geval moet je geen

algemene trainingsprogramma’s draaien. Zo herinner ik me nog een dergelijk

programma in Engeland, daar ging 70 procent van de deelnemers weer werkloos de

deur uit.’

De nieuwe topambtenaar in Amsterdam-Zuidoost wil werklozen uit de buurt

binden aan nieuwe bedrijven, want 70 procent van het personeel van nieuwe

bedrijven woont niet in De Bijlmer’. De financieringsstructuur heeft Saad ook in

zijn hoofd: ‘Het liefst wil ik voor deze projecten 50 procent Europees geld en

vervolgens tegen de private sector zeggen: als jullie als bedrijven 25 procent

betalen, zorgen wij voor de rest. Daarnaast willen we de bedrijven aanbieden dat

wij personeel voor ze zoeken. Zo hoeven ze zelf geen geld te besteden om

personeel te recruteren. Vervolgens willen we eventueel fondsen voor

bedrijfstrainingen regelen, opdat de private sector zo weinig mogelijk zelf

hoeft te betalen.’

Op landelijk niveau, tenslotte, heeft Saad zijn oog laten vallen op het

grotestedenbeleid (gsb)’Het gsb onderkent in ieder geval de noodzaak om te

kijken naar de positie van etnische minderheden. Het is echter nog te algemeen,

het moet veel specifieker. Omdat wij nieuwe ideeën ontwikkelen en testen, hoop

ik dat we het gsb-programma kunnen beinvloeden, ook op landelijk

niveau.’/Karsten Pos

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.