Wethouder Guusje ter Horst over overlast van verslaafden in Amsterdam: ‘Verstrekken van drugs zal pas echte oplossing zijn’

De afgelopen maanden kregen burgemeester van Amsterdam Patijn en zorgwethouder Guusje ter Horst een hoos aan kritiek over zich heen. Op de Amsterdamse Wallen blijft de drugsoverlast groot. Acties van de politie verplaatsen de problemen alleen maar en drugsverslaafden kunnen de hulpverlening in de binnenstad niet meer bereiken. Ook het plan om mentoren te koppelen aan verslaafden komt niet uit de verf. 'We werken hard aan uitbreiding van de opvang, maar zoiets lukt niet in een half jaar.'

Vorig jaar meldde Guusje ter Horst dat in 2000 geen

enkele dakloze meer tegen zijn wil buiten hoeft te slapen. Uitbreiding van

opvangplaatsen in goedkope ‘woonhotels’ en betere samenwerking tussen politie,

justitie, maatschappelijke opvang en de ggz zouden soelaas moeten bieden. Een

jaar verder blijken de problemen in de binnenstad van Amsterdam niet opgelost.

Bewoners van de Wallen klagen over voortdurende overlast en het

‘zero-tolerance-beleid’ van de politie, waarbij drugsverslaafden voor 24 uur of

bij extreme overlast na een aantal waarschuwingen zelfs voor twee weken worden

geweerd uit bepaalde buurten, werpt geen vruchten af. Integendeel. De overlast

verspreidt zich over andere delen van de stad en drugsverslaafden klagen over

het feit dat ze de hulpverlening door zogenaamde ‘dijkverboden’ niet meer kunnen

bereiken. Is er nog wel een oplossing voor deze problemen of moeten gemeente en

hulpinstellingen zich neerleggen bij het feit dat er altijd een groep zal

blijven waarvoor geen adequate opvang mogelijk is? Sommige hulpverleners

verwijten ter Horst ‘valse beloften’ (dominee Hans Visser in Rotterdam) en

‘onrealistisch oplossingsdenken’ (medewerker Sleep Inn, Utrecht).

Bent u inderdaad een idealist die de ogen sluit voor de

werkelijkheid?
‘Ik ben zeker geen blinde idealist, maar één

ding is cruciaal: je kunt mensen niet dwingen om ofwel overdag ergens te zijn

ofwel ’s nachts ergens te slapen. Dat kan alleen maar door iemand van zijn

vrijheid te beroven. Daarvoor zijn maar twee omstandigheden: hij heeft een

delict gepleegd waarvoor hij in detentie moet, of hij is zodanig in de war dat

hij een in bewaringstelling krijgt en onder dwang wordt opgenomen. Zowel de

politie als de hulpverlening zit met dit probleem. De buurtbewoners klagen het

meest over schreeuwen op straat en zeker als men zich in groepen ophoudt, gaat

daarvan een dreiging uit. Ik ken de bewoners goed en ik erken hun problemen.

Maar dergelijk gedrag van verslaafden is niet strafbaar, de politie kan mensen

in dit geval alleen maar verspreiden en niet van de straat oppakken en

vastzetten. Daarom willen we in eerste instantie het aantal slaapplaatsen

uitbreiden, zodat iedereen in principe ’s nachts een dak boven zijn heeft. We

hebben inmiddels twee panden gevonden en in de zomer van 2001 kunnen we de

opvangcapaciteit met zo’n 130 plaatsen uitbreiden. Tussentijds bekijken we in

hoeverre het noodzakelijk en wenselijk is om het aantal slaapplaatsen tot 2001

via noodopvang uit te breiden. Maar nogmaals: je kunt mensen niet dwingen om er

gebruik van te maken. Dat geldt ook voor de dagactiviteiten die we

aanbieden.’

In Amsterdam krijgen overlast veroorzakende verslaafden een

buurtverbod opgelegd. Daarmee hebben ze geen toegang meer tot de hulpverlening.

Hoe wilt u dat dilemma aanpakken?
‘Het is inderdaad idioot, dat

mensen geen toegang hebben tot de hulpverlening in de binnenstad. Maar dat is

geenszins een verwijt aan de politie. Het verplaatsen van mensen door dijk- of

straatverbod is een maatregel om op dat moment de overlast te beperken, maar het

is geen oplossing. We hebben nu busjes ingezet die mensen naar een instelling

brengen, maar het blijft lapwerk. Voor een structurele oplossing moeten we een

fundamentele keuze maken: we kunnen in Nederland besluiten om verslaafden drugs

te verstrekken en dat betreft dan met name heroVne. Daarmee los je overigens

niet het hele probleem op, want er zijn ook mensen die behoefte hebben aan

cocaïne en crack. En die verstrekking zie ik niet zo gauw gebeuren. We zijn

bezig met het gecontroleerd verstrekken van heroVne via een driejarig

experiment, dus die resultaten moeten we nog afwachten. Maar als Den Haag niet

tot mogelijke drugsverstrekking besluit, d
aan politie en hulpverlening om veel strenger op te treden. Met die keuze

accepteren we dat we mensen niet via de gezondheidslijn kunnen helpen en dat

deze groepen in een deplorabele toestand terecht komen. Bij ernstige overlast of

gevaar voor de eigen gezondheid is dan het enige alternatief om iemand gedwongen

op te nemen.’

Op dit moment hebt u dus alleen de mogelijkheid om verslaafden

te begeleiden op basis van vrijwilligheid. Het project met mentoren is nog geen

succes. Wat gaat u hieraan doen?
‘Het gaat bij dat

supportproject niet alleen om drugsverslaafden, maar ook om daklozen,

alcoholverslaafden, psychiatrische patiënten en mensen met gecombineerde

problematiek. Het goede van dit project is dat we niet meer in hokjes denken en

gezamenlijk, dus in overleg met politie, justitie, maatschappelijke opvang en

ggz, in ieder geval vijf zaken voor deze mensen gaan regelen: een slaapplaats,

een uitkering, het aanbieden van dagactiviteiten, medische zorg en voor

verslaafden een plek waar ze inpandig kunnen gebruiken. Als je deze zaken kunt

regelen, ben je een groot deel van de overlast kwijt. De enige zwakte van het

verhaal is, zoals gezegd, de vrijwilligheid. De vraag die ik nu ga bespreken met

de burgemeester, politie en justitie is: wat doen we met iemand die

geregistreerd staat als extreem problematisch, bij herhaling overlast

veroorzaakt en alle hulp afwijst? Ik wil in dergelijke gevallen een verplichting

kunnen opleggen en daarmee beroof je iemand wel van zijn vrijheid. Maar ik zie

niet in hoe we het probleem anders kunnen oplossen. We moeten er in ieder geval

van af dat de politie met zijn vinger wijst naar de hulpverlening en andersom.

We hebben een gezamenlijk probleem dat we gezamenlijk moeten oplossen.’

Maar hoever staat het nu met dit project? Bewoners worden

ongeduldig.
‘We zijn een half jaar geleden gestart met het

supportproject en we hebben nog onvoldoende mensen die geschikt zijn om als

mentor op te treden. Sommige hulpverleners, zoals sociaal-psychiatrisch

verpleegkundigen, doen dit van nature. Zij gaan de straat op, kijken om zich

heen en slepen als het ware mensen naar binnen. Die actieve manier van werken

moet onder een veel grotere groep hulpverleners worden verbreid en daarvoor is

een mentaliteitsverandering en eventueel bijscholing nodig. Kortom: zij moeten

weer achter hun bureau vandaan. De mentoren moeten verder niet alleen vanuit de

riagg komen, maar ook vanuit het streetcornerwerk, de ggd en de Jellinek. Alle

instanties hebben hun handtekening gezet onder dit project en we hebben één

persoon gevraagd, namenlijk de directeur van de Jellinek-kliniek, om het project

te coördineren.’

Volgens de ggz in Amsterdam neemt de behoefte aan intramurale

capaciteit toe. Er dreigen te veel psychiatrische patiënten tussen wal en schip

te vallen. Bent u het daarmee eens?
‘De integratie van

psychiatrische patiënten in de maatschappij vind ik een groot goed. We moeten

niet terug naar gesloten opnames, want de mogelijkheden voor de zogeheten

vermaatschappelijking van de zorg zijn mijns inziens nog niet uitgeput. Met alle

partijen moeten we dat in Amsterdam kunnen realiseren. Maar als blijkt dat de

intramurale capaciteit echt tekort schiet, dan moeten we naar de minister. Ik

pleit overigens eerder voor de mogelijkheid om mensen, die het op een of ander

moment niet zelfstandig of met begeleid wonen redden, een time out te bieden.

Maar de hulpverleners in de ggz kunnen dat beter beoordelen dan ik.’/Mariëtte

Seysener

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.