Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Begroting SZW 2007: investeren in mensen Minister De Geus en staatssecretaris Van Hoof zien 2007 als het jaar waarin ‘investeren in mensen’ centraal staat. Nu de economie in de lift zit, willen de bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat zoveel mogelijk mensen daarvan profiteren. Dat schrijven ze in de begroting voor 2007. Naast maatregelen om de koopkracht te verbeteren, moeten zoveel mogelijk mensen aan het werk worden geholpen.
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Volgend jaar stijgt bij vrijwel iedereen de koopkracht. Extra aandacht gaat

uit naar gezinnen met kinderen. Tweeverdieners met kinderen zien hun koopkracht

met gemiddeld 1 1/4 procent toenemen net zoals alleenstaande ouders met een

modaal inkomen of een inkomen op het sociaal minimum. AOW-ers zonder aanvullend

pensioen gaan er ook 1 1/4 procent op vooruit.

Buiten de extraatjes in de portemonnee, willen De Geus en Van Hoof burgers

op andere manieren laten meedelen in de economische groei. Ze hebben

verschillende wetten en maatregelen voorgesteld die stimuleren dat mensen aan

het werk gaan en blijven. Met de voorgestelde Wet terugkeerbanen kunnen

bijstandsgerechtigden steeds een stapje dichter bij werk komen. Als werkgevers

een deel van de kosten voor kinderopvang moeten betalen, krijgen werknemers meer

mogelijkheden om de zorg voor kinderen met een baan te combineren. Ook willen de

bewindslieden stimuleren dat werknemers en werkzoekenden scholing of cursussen

volgen.

De Geus en Van Hoof hebben de afgelopen jaren veel hervormingen

doorgevoerd. De WAO is omgevormd tot de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

(WIA). Deze gaat uit van wat gedeeltelijk arbeidsgeschikten nog wèl kunnen, in

plaats van wat ze niet meer kunnen. De Wet werk en bijstand (WWB) legt de nadruk

op werk in plaats van op een uitkering. De WW is nu korter en daardoor meer een

brug naar een nieuwe baan. Zowel in de bijstand als de WW en de WAO/WIA is het

aantal uitkeringen gedaald. VUT en prepensioen worden niet langer via de

belastingen gesubsidieerd. Door de introductie van de levensloopregeling kunnen

mensen makkelijker een periode met verlof gaan en daardoor werk en privé beter

combineren. De Wet kinderopvang (2005) verbetert de toegankelijkheid van de

kinderopvang.

Lastenverlichting voor burgers en bedrijven

De Nederlandse economie staat er structureel goed voor. De economische

groei bedraagt in 2007 naar verwachting 3 procent en de werkloosheid daalt van

gemiddeld 399.000 mensen in 2003 tot naar verwachting 345.000 in 2007. De

arbeidsdeelname zal stijgen van 63,8 procent in 2003 naar 65 procent in 2007.

Volgend jaar hebben 207.000 mensen meer dan in 2003 een baan van twaalf uur per

week of meer. In 2007 zullen naar verwachting 310.000 mensen een beroep doen op

de bijstand. Dat zijn er ongeveer 20.000 minder dan in 2003. Het aantal

uitkeringen voor arbeidsongeschikten (inclusief jonggehandicapten) neemt snel af

van 980.000 eind 2003 tot naar verwachting 825.000 volgend jaar. De kosten die

gemoeid zijn met de uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid zullen daarom in 2007

1,1 miljard lager zijn dan in 2003.

Het kabinet stelt ruim een miljard euro beschikbaar voor lastenverlichting,

gelijk verdeeld tussen burgers en bedrijven. Vrijwel iedereen krijgt extra

koopkracht. De kinderopvang wordt goedkoper door een extra investering van 125

miljoen euro en door de verplichte werkgeversbijdrage. De kinderbijslag gaat

omhoog met gemiddeld 35 euro per kind per jaar. Voor werknemers daalt de premie

voor de WW-uitkering met 1,35 procent tot 3,85 procent. Ook gaat de

arbeidskorting omhoog met 20 euro en de aanvullende combinatiekorting stijgt met

80 euro. Een grote groep mensen gaat minder belasting betalen doordat de

tarieven van de onderste belastingschijven dalen. De eerste schijf met 0,5

procent en de tweede met 0,05 procent. De AOW-tegemoetkoming voor

gepensioneerden gaat omhoog met 48 euro per jaar. Dit bedrag komt bovenop de

aanpassing aan de stijging van het minimumloon. De ANW-tegemoetkoming gaat ook

omhoog met 48 euro per jaar. De algemene heffingskorting wordt verhoogd met 21

euro. Voor werkgevers gaat de WW-premie ook omlaag, van 3,45 naar 3,30

procent.

Koopkrachtontwikkeling 2007 (in procenten)

Actieven Alleenverdiener met

kinderen


Modaal 1 Tweemaal modaal 3/4

Tweeverdiener Modaal en 1/2 modaal met

kinderen 1 1/4 Tweemaal modaal en 1/2 modaal met kinderen

1 Modaal en modaal zonder kinderen 1 Tweemaal

modaal en modaal zonder kinderen 1

Alleenstaande Minimumloon

1 Modaal 1 Tweemaal modaal 1

Alleenstaande ouder

Minimumloon 3/4 Modaal 1 1/4

Inactieven Sociale

minima
Paar met kinderen 1

Alleenstaande 1 Alleenstaande ouder 1

1/4 AOW

(alleenstaand)
Sociaal minimum 1 1/4

AOW + 5.000 euro 1 AOW (paar

zonder kinderen)
Sociaal minimum 1 AOW

+ 10.000 euro 1

Een bruto modaal inkomen is ongeveer 30.000 euro. De cijfers laten de

verwachte inkomensontwikkeling in 2007 zien voor een aantal

standaardhuishoudens. Individuele omstandigheden kunnen verschillen en effecten

van specifieke maatregelen gelden niet voor iedereen in een categorie. Daardoor

kan de individuele inkomensontwikkeling afwijken van de cijfers in bovenstaande

tabel.

Meer mensen aan het werk

De bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid willen de gunstige

economische situatie benutten om mensen die nu nog aan de kant staan, aan het

werk te helpen. Ondanks het stijgende aantal vacatures en de dalende

werkloosheid zijn er nog mensen die het niet is gelukt om uit de bijstand te

komen. Ze hebben vaak al langere tijd een uitkering en de kans is klein dat ze

zelfstandig een baan vinden. Als de Tweede en Eerste Kamer akkoord gaan met de

Wet terugkeerbanen, mogen mensen met een bijstandsuitkering maximaal twee jaar

werken met behoud van uitkering. Daardoor kunnen ze steeds een stapje verder

zetten op weg naar de arbeidsmarkt.

De Geus en Van Hoof nemen maatregelen die de scholing van zowel mensen met

een baan als werkzoekenden moeten bevorderen. Vooral mensen met een opleiding

lager dan mbo-2 niveau hebben problemen met het vinden van werk. Het kabinet wil

daarom bevorderen dat er meer banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt

bijkomen door het voor particulieren aantrekkelijker te maken een hulp in of

rondom hun huis te nemen. Wie dat voor maximaal drie dagen per week doet, hoeft

geen premies en loonbelasting af te dragen. Jongeren die onvoldoende opleiding

hebben, moeten strenger worden aangepakt. Gemeenten moeten hen bijvoorbeeld

kunnen verplichten om een intensief scholings- of heropvoedingstraject te

volgen. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat deze jongeren afglijden en

bijvoorbeeld in het criminele circuit terecht komen. Het kabinet onderzoekt wat

op dit gebied mogelijk is.

Een leven lang leren

Het kabinet stelt de komende twee jaar 229 miljoen euro beschikbaar voor

projecten die leren en werken combineren. De plannen worden uitgewerkt door de

ministeries van SZW, OCW en EZ en staan in de Leren en werkenbrief ‘Leren: dat

wérkt’ die op Prinsjesdag aan de Tweede Kamer wordt gestuurd. Ruim de helft van

het bedrag kan worden uitgegeven in 2007. Met dat geld kan onder andere de

samenwerking tussen scholen, gemeenten, kenniscentra, werkgevers en werknemers

op regionaal niveau worden verbeterd. Zo komen er minimaal 20.000 extra

leer-werktrajecten voor volwassenen met te weinig opleiding en minimaal 10.000

trajecten voor zogenoemde ‘erkenning van verworven competenties’ voor

volwassenen. In deze trajecten worden ervaringen die mensen hebben opgedaan op

de werkvloer of buiten het reguliere onderwijs erkend met certificaten en

diploma’s. Hierdoor verbeteren hun kansen op de arbeidsmarkt. Daarnaast worden

ook leer-werktrajecten voor jongeren opgezet en komt er een fonds dat de

samenwerking tussen het beroepsonderwijs en bedrijfsleven gaat stimuleren.

Door scholing van werknemers financieel te ondersteunen, wil het kabinet

bevorderen dat ook mensen die al een baan hebben betere kansen krijgen op de

arbeidsmarkt. Als ze hun kennis en vaardigheden vergroten is de kans groter dat

ze doorstromen, waardoor er aan de onderkant weer banen vrijkomen. Bovendien

wordt de kans groter dat ze snel nieuw werk vinden als ze hun baan verliezen na

bijvoorbeeld een reorganisatie. Het kabinet stelt veertig miljoen euro extra ter

beschikking voor fiscale stimuleringsregelingen voor scholing. Ook komt er 35

miljoen euro beschikbaar voor stageplaatsen in het mbo.

Arbeidsongeschiktheid

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) stimuleert mensen om weer

aan het werk te gaan. In deze wet is vastgelegd dat werkgevers ook zelf

verantwoordelijk mogen zijn voor het inkomen van werknemers die in de Regeling

werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) terecht komen. Vanaf 2007

kunnen werkgevers dit risico verzekeren bij een particuliere verzekeraar of het

UWV. Ze mogen de kosten ook tien jaar lang voor eigen rekening nemen.

Gedeeltelijk arbeidsgeschikten die een eigen bedrijf willen beginnen,

krijgen een extra fiscale stimulans. Zij krijgen een aftrekpost van 12.000 euro

in het eerste jaar, 8.000 euro in het tweede jaar en 4.000 euro in het derde

jaar. Voorwaarde is dat zij ten minste 800 uur per jaar werken; dat is minder

dan de standaardeis van 1225 uur.

Arbeid en zorg

Meer ouders moeten ervoor kunnen kiezen om de zorg voor hun kinderen te

combineren met een baan. De bewindslieden willen daarom in 2007 fors investeren

in regelingen die de combinatie arbeid en zorg makkelijker maken.

In 2007 komt er 125 miljoen euro extra voor kinderopvang. Hiermee komt de

totale bijdrage van het kabinet op meer dan 1 miljard euro. Dit extra bedrag

leidt tot een flinke kostenbesparing bij tachtig procent van de gezinnen die

gebruikmaken van de kinderopvang. Vooral de midden- en hogere inkomens gaan erop

vooruit. De inkomensgrens waarop de overheid bijdraagt in de kosten voor het

eerste kind, wordt verhoogd van 96.000 naar 130.000 euro.

De Geus wil werkgevers vanaf 2007 verplichten bij te dragen in de kosten

van kinderopvang. Zowel de werkgeversbijdrage als de bijdrage van de overheid

worden voortaan uitbetaald door de Belastingdienst. Dit betekent voor werkgevers

en ouders minder papieren rompslomp. Dit voorstel is opgenomen in het

Belastingplan 2007.

Door deze maatregelen kan het netto voordeel voor huishoudens die 90.000

euro verdienen en één of twee kinderen twee dagen op de opvang hebben, oplopen

tot bijna 900 euro per jaar (bij een belastbaar gezinsinkomen van 90.000 euro).

Als twee kinderen drie dagen naar de opvang gaan, is het verschil (bij een

belastbaar inkomen van 90.000 euro) 1300 euro per jaar. Ouders met een laag

inkomen (130 procent van het minimumloon) betalen in 2007 voor het eerste kind

in de opvang 33 eurocent per uur, bij een gemiddelde uurprijs van 5,45

euro.

Verder krijgen de basisscholen aan het begin van het schooljaar 2007-2008

de wettelijke taak om de aansluiting met de kinderopvang te regelen.

Samen met de begroting wordt ook de ‘Beleidsdoorlichting arbeid en zorg’

naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin wordt het verlofbeleid en het

kinderopvangbeleid geëvalueerd. Doel van het beleid is: bevorderen dat

werknemers arbeid en zorg kunnen combineren. Er zijn nog te weinig cijfers

beschikbaar om de harde conclusie te trekken dat het doel wordt bereikt. Wel

valt uit de beleidsdoorlichting op te maken dat het geheel van verlofregelingen

en kinderopvang tegemoet komt aan de behoefte van veel combinerende ouders. Toch

bleek dat meer dan de helft van de werknemers die in 2005 ouderschapsverlof of

langdurend verlof wilde opnemen, dat in de praktijk niet deed. De financiële

onhaalbaarheid was voor werknemers de belangrijkste reden om geen

ouderschapsverlof op te nemen. De verwachting is dat de levensloopregeling het

opnemen van ouderschapsverlof en langdurend verlof zal vergemakkelijken.

Minder regels, meer ruimte

In 2007 wordt de doelstelling van De Geus en Van Hoof behaald om op het

terrein van SZW een kwart van de administratieve lasten te schrappen. Hierdoor

zullen de kosten voor bedrijven met miljoenen euro’s dalen en dat is weer

gunstig voor de internationale concurrentiepositie van Nederland.

Met de nieuwe Arbowet verdwijnen veel overbodige regels. De overheid legt

in veel gevallen niet meer centraal op hoe werkgevers het

arbeidsomstandighedenbeleid moeten invullen. Ze krijgen meer ruimte om samen met

werknemers afspraken te maken over veilig en gezond werken. Ze kunnen het beleid

daardoor beter afstemmen op de situatie van hun bedrijf. Door maatwerk besparen

werkgevers jaarlijks 99 miljoen euro. De Arbowet ligt voor behandeling in de

Tweede Kamer.

Het voorstel om de Arbeidstijdenwet te vereenvoudigen is in behandeling bij

de Tweede Kamer. De wet zal naar verwachting op 1 januari 2007 in werking

treden. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet werkgevers en werknemers meer

ruimte geven om samen afspraken te maken over werktijden. Er gaan minder regels

gelden voor het maximale aantal uren dat iemand mag werken en voor nachtarbeid.

Ook verdwijnen de aparte regels voor overwerk en worden de afspraken over pauzes

een zaak van werkgevers en werknemers.

Nieuwe Pensioenwet

Momenteel ligt de nieuwe Pensioenwet voor behandeling in de Tweede Kamer.

Het toetsingskader stelt eisen aan de financiële positie van pensioenfondsen,

waardoor werknemers en gepensioneerden meer zekerheid krijgen over de

(toekomstige) uitbetaling van hun pensioen. Pensioenfondsen moeten bovendien

deelnemers beter informeren over hun opgebouwde pensioenrechten en over de

aanpassing van pensioenen aan de lonen en prijzen. Daarnaast wordt de

medezeggenschap van gepensioneerden wettelijk vastgelegd. Ook deze wet zal naar

verwachting op 1 januari 2007 in werking kunnen treden.

Hervormingsagenda

Met de Arbowet, Arbeidstijdenwet en Pensioenwet wordt de hervormingsagenda

van de kabinetten Balkenende op het terrein van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

afgerond. Deze hervormingsagenda betrof in totaal tien ingrijpende nieuwe wetten

en wetswijzigingen. Zeven wetten zijn al eerder ingegaan. De Wet verlenging

loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (2004) verplicht werkgevers bij ziekte

van hun werknemer het loon twee in plaats van één jaar door te betalen. De Wet

werk en bijstand (2004) maakt de gemeente verantwoordelijk voor het aan het werk

helpen van bijstandsgerechtigden. De Wet kinderopvang (2005) verbetert de

toegankelijkheid van de kinderopvang. De Wet administratieve lastenverlichting

en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten (2006) vereenvoudigt de wet- en

regelgeving op het gebied van de premieheffing voor werknemersverzekeringen.

Door de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen/ levensloopregeling

(VPL, 2006) worden de VUT en prepensioen niet langer via de belastingen

gesubsidieerd en wordt een start gemaakt met fiscale steun voor

levensloopsparen. De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA, 2006) gaat

uit van wat gedeeltelijk arbeidsgeschikten nog wèl kunnen, in plaats van wat ze

niet meer kunnen. Door de aanpassingen in de WW in 2006 is de uitkering nu

korter en daardoor meer een brug naar een nieuwe baan.

Arbeidsmigratie

De bewindslieden streven naar vrij verkeer van werknemers uit Polen en

zeven andere nieuwe lidstaten van de Europese Unie in 2007. Werkgevers hoeven

dan geen tewerkstellingsvergunningen voor hen aan te vragen. Dat scheelt

administratieve rompslomp. Vooruitlopend op het volledig vrije verkeer van

werknemers geeft het kabinet stapsgewijs de vergunningen in meerdere sectoren

soepeler af. Het kabinet wil voorkomen dat het vrij verkeer van werknemers uit

de Midden- en Oost-Europese landen leidt tot oneerlijke loonconcurrentie. Daarom

stelt het kabinet voor dat werkgevers die werknemers minder uitbetalen dan het

wettelijk minimumloon, direct een boete krijgen van de Arbeidsinspectie. Ook

krijgt deze dienst de bevoegdheid deze werkgevers een dwangsom op te leggen om

hen te verplichten alsnog het minimumloon uit te betalen. Werknemers die minder

dan het minimumloon betaald krijgen, kunnen ook zelf naar de rechter

stappen.

Kerncijfers

De uitgaven op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en

Werkgelegenheid beslaan in 2007 26,9 miljard euro. (2006: 25,8 miljard euro). De

stijging ten opzichte van 2006 wordt onder meer veroorzaakt door verhoging van

de kinderbijslag, extra geld voor de kinderopvang, introductie van de verplichte

werkgeversbijdrage kinderopvang en hogere rijksbijdragen aan de sociale fondsen

in verband met verhoging van de AOW-tegemoetkoming.

Van de begrotingsuitgaven is onder meer 4 miljard euro bestemd voor de Wet

werk en bijstand en 1,6 miljard euro voor het flexibele re-integratiebudget,

ruim 3 miljard euro voor de kinderbijslag, 2,2 miljard euro voor de sociale

werkvoorziening, 1,8 miljard euro voor de jonggehandicapten en 1 miljard euro

gaat naar de kinderopvang.

Lees hier

de

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.