Marijke Vos: ‘Er is te scherp bezuinigd’

In 2015 hielden gemeenten 1,2 miljard euro op de plank die bestemd was voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Daarnaast is het aantal jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp in de eerste helft van 2016 gelijk aan dezelfde periode een jaar eerder en toch lopen de wachtlijsten op. ‘Deze signalen bevestigen het beeld dat wij al hadden van de decentralisaties.’ Aldus Marijke Vos, voorzitter van Sociaal Werk Nederland.
1-jeugdhulp-iStock.jpg
'Er zijn veel mensen gekort en kinderen hebben langer op hulp moeten wachten. Achteraf kunnen we zeggen dat er te scherp bezuinigd is.’ - Foto: iStock

Het CBS bracht eerder deze week twee onderzoeken naar buiten. Uit één van deze onderzoeken blijkt dat gemeenten in totaal 1,2 miljard overhielden van het geld dat bestemd was voor jeugdhulp en ondersteuning. Niet verbazend, wel zorgelijk, vindt Vos. ‘Samen met de overdracht van taken van rijk naar gemeenten werd een bezuinigingsslag doorgevoerd. Veel gemeenten waren daarom bang dat de financiering niet dekkend zou zijn. Bovendien hadden ze geen goed zicht op welke burgers zorg nodig hadden en om welk type zorg dat ging. Bestaande cliënten hielden zorg, maar er is nauwelijks beleid ontwikkeld en ingezet op preventie. Ik heb daar wel enig begrip voor, maar voor de burger én de sociaal werker is het zuur. Er zijn veel mensen gekort en kinderen hebben langer op hulp moeten wachten. Achteraf kunnen we zeggen dat er te scherp bezuinigd is.’

Gemeenten hebben in 2015 gezamenlijk bijna 1,2 miljard euro over gehouden voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. In totaal werd 12,7 miljard euro uitgegeven. Hiervan ging 5,6 miljard naar maatschappelijke ondersteuning en 3,1 miljard naar jeugdzorg. Lees meer >>

Bezuinigingen

Volgens haar had de decentralisatie dan ook anders ingezet moeten worden. ‘De decentralisatie op zich is een goede beweging. Maar dat deze gepaard ging met grote bezuinigingen was niet verstandig. Het rijk mag hiervoor overigens de hand in eigen boezem steken. Gemeenten moeten nu de transformatieslag gaan slaan en het initiatief nemen om te vernieuwen in plaats van te bezuinigen.’

Lokale samenwerking

Vos heeft er vertrouwen in dat de 1,2 miljard, die bestemd was voor zorg, door de gemeenten alsnog gebruikt gaat worden voor ondersteuning en zorg. Een deel van het geld is gebruikt om het tekort van 400 miljoen op participatie te dekken, waar de rest in geïnvesteerd wordt, weet ze niet. Vos: ‘Ik zou gemeenten in elk geval op willen roepen om dit bedrag te investeren in preventie, lichte hulp en vroegsignaleren. Ook is het van belang dat er geïnvesteerd wordt in lokale samenwerking. Elke bestuurder weet dat je eigenlijk fors moet investeren in preventie, schakels en samenwerking. Maar hoe doe je dat? Betrek bijvoorbeeld onderwijs, bewoners, sociaal werk, politie, woningcorporaties en bedrijven. We zien op veel plekken dat er echt nieuwe werkwijzen ontstaan. Ook rond jeugdhulp en gezinnen.’’

Wachtlijsten

En dan is er nog het verhaal rond de jeugdhulp. Aan de ene kant komen er uit het hele land signalen van oplopende wachtlijsten en te krappe budgetten. Aan de andere kant is nu duidelijk dat in 2015 ruim een miljard overbleef dat bestemd was voor onder meer jeugdhulp. Tot slot weten we dankzij onderzoek van het CBS dat er in de eerste helft van 2016 evenveel jongeren jeugdhulp kregen als in dezelfde periode een jaar eerder. Hoe zijn de wachtlijsten en financieringstekorten dan te verklaren?

Ondanks dat het aantal jongeren dat jeugdhulp ontving gelijk bleef, lopen de wachtlijsten steeds verder op en is er in sommige gemeenten een behandelstop ingesteld. Bijvoorbeeld in de gemeente Almere. Lees meer >>

Preventie

Vos: ‘Wat hier volgens mij aan de hand is, is dat er in de eerste helft van 2016 zwaardere jeugdhulp is verleend dan in de eerste helft van 2015. Dat betekent dus dat ondanks dat evenveel jongeren jeugdhulp kregen, de kosten zijn toegenomen. Hier wordt de urgentie van preventie dus extra duidelijk.’

Breed kijken

Om die preventie mogelijk te maken, is het van belang dat er meer wordt samengewerkt tussen wijkteams, onderwijs en huisarts en dat er bij de aanpak van problemen breed gekeken wordt.  ‘Zoek als professional vaker de verbinding en benader gezinnen als een geheel in plaats van als individu met een specifiek probleem. Dat was precies de bedoeling van de decentralisaties.’

Signaal

Hoe moeten we de onderzoeken van het CBS nu interpreteren en wat moeten we met deze informatie doen? Vos: ‘Zie de onderzoeken als een signaal. Gemeenten hebben de hand te veel op de knip gehouden. Het is mooi dat er geld over is, maar dat moet nu dan ook gebruikt worden. We weten allemaal dat de wachtlijsten oplopen en dat de werkdruk op wijkteamwerkers te groot is. Dat er ouderen zijn die meer ondersteuning nodig hebben en dat er nog te weinig nadruk ligt op preventief en integraal werken. Zet hierop in. En voorkom dat wachtlijsten te lang worden omdat de budgetten opraken. Voor ouders en kinderen is dit verschrikkelijk en bovendien krijgen we het driedubbel terug als de problemen alleen maar toenemen. Kijk dus breder en investeer waar nodig vooruit.’

3 REACTIES

  1. De politiek heeft gewoon misbruik gemaakt van een op zich goede beweging om bot te kunnen bezuinigen. Het is ook maar de vraag of er zo daadwerkelijk wordt bezuinigd. Meer maatschappelijke kosten, verlies van algemeen welzijn en geluksgevoel tekenen zich nu al af. Daarnaast is er sprake van kapitaalvernietiging: al dan niet specialistische netwerken, moeizaam opgebouwde expertise brokkelen in rap tempo af. Het is de vraag wie er nu écht verdient aan deze 'penny wise pound foolish' decentralisatie.

  2. Lees alle reacties
  3. Mw. Vos zet sterk in op preventieve, ambulante hulp als oplossing voor het terugdringen van de kosten en de wachtlijsten. Echter blijkt uit o.a. publicaties van het scp (jeugdzorg in groei, 2011) dat meer ambulante hulp niet leidt tot minder (dure) residentiële hulp. Gezinskenmerken vormen de belangrijkste oorzaak voor de noodzaak tot gebruik van jeugdhulp. "Het
    gaat hierbij om factoren als het ontvangen van een uitkering, de gezinsvorm of mate waarin de ouders in aanraking zijn gekomen met de politie". Uiteraard moet het gezin als geheel worden geholpen en niet de jeugdige als individu. Het is sterk de vraag of meer preventie en integrale aanpak het gebruik van de dure voorzieningen door deze zwaarste categorie probleemjeugdigen / gezinnen doet afnemen. Misschien moet de conclusie wel zijn dat een bepaald deel van de jeugdigen altijd aangewezen zal zijn op residentiële jeugdhulp, zolang de omvang van deze gezinnen niet afneemt.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.