THEMA ‘Maakt hulpverlener 18 nog het verschil?’

Als je te maken hebt met een gezin met meervoudige en complexe problemen, heb je te maken met ouders en kinderen die flink in de problemen zitten, oplossingen die nog lang niet in zicht zijn en hulpverlening die niet altijd de juiste snaar te pakken heeft. Aldus dr. Jana Knot-Dickscheit.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41185-019-0290-4/MediaObjects/41185_2019_290_Fig4_HTML.jpgWanneer wordt een gezin met problemen een multiprobleemgezin? Dat omslagpunt volgt volgens Jana Knot-Dickscheit meestal op een situatie waarin het écht niet meer gaat. Als de elektriciteit vanwege wanbetaling wordt afgesloten bijvoorbeeld. Of als Veilig Thuis aanklopt vanwege een melding. ‘Er is geen eenduidige definitie van wat een gezin met meervoudige en complexe problemen precies is en mede daarom zijn er ook geen duidelijke cijfers en alleen schattingen over om hoeveel gezinnen het gaat’, zegt Jana Knot-Dickscheit. ‘Op basis van onderzoek in 2011 gaan wij uit van 75.000 tot 116.000 gezinnen in Nederland die te maken hebben met meervoudige en complexe problemen.’

Knot-Dickscheit is universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd in gezinnen met mcp: meervoudige en complexe problemen. De term multiprobleemgezin vindt ze stigmatiserend: ‘In deze term worden de problemen voornamelijk bij de ouders neergelegd. Maar weet wel dat een deel van de multiproblemen ook door hulpverleners en door het systeem van hulpverlening wordt veroorzaakt.’

Gevoelige snaar

En daar raakt Knot-Dickscheit gelijk een gevoelige snaar: ‘Het probleem in de hulpverlening aan gezinnen is vaak dat het lastig is om op verschillende domeinen samen te werken. Omdat elke organisatie haar eigen visie heeft, haar eigen methodes en een eigen aanpak. Als een hulpverlener een ouder begeleidt voor zijn verslaving, ziet hij of zij niet de problemen in de opvoeding of de problemen die de kinderen op school hebben. Daar is weer een andere hulpverlener voor. Elkaar informeren over de behandeling, over eventuele risico’s in het gezin of over de beëindiging van de begeleiding, blijkt erg ingewikkeld te zijn. Steeds weer. Niet duidelijk is wie er voor wat verantwoordelijk is en de kennis ontbreekt om overstijgend naar een gezin te kijken. Als je naar de inspectierapporten kijkt over wat er fout is gegaan bij de hulp aan gezinnen met mcp, dan blijkt elke keer dat de hulp te vrijblijvend was en dat chronische problemen in het gezin zijn onderschat.’

Afhaken

Het gevolg is dat gezinnen op enig moment afhaken. Jana Knot-Dickscheit: ‘Als je hulpverlener nummer achttien bent die binnenkomt, waarom zou jij dan nog het verschil kunnen maken voor het gezin? Bovendien slagen we er maar niet in om aan te sluiten bij de langdurige en vaak chronische problemen van gezinnen. Verslaving bijvoorbeeld verdwijnt niet na een jaar, een psychische stoornis ook niet. De kinderen die in een gezin leven met ouders met complexe problemen hebben vaak ook langdurig begeleiding nodig. Om een kind te zijn van een ouder met psychiatrische problematiek is heel ingrijpend. Kinderen in zo’n gezin kunnen zelf ook een psychische kwetsbaarheid ontwikkelen. Vaak spelen er meerdere problemen, die moet je vóór zijn.’

Jana Knot-Dickscheit is spreker op het Zorg+Welzijn congres Multiprobleemgezinnen op dinsdag 11 februari 2020. Meer info of aanmelden >>

En belangrijk: hulpverleners moeten die problemen ook zien. Knot-Dickscheit: ‘Door vragen te stellen, door een goede werkrelatie op te bouwen met je cliënt en door ouders en kinderen te betrekken bij besluiten die over henzelf gaan. Als hulpverleners met het gezin stappen willen maken, dan moeten ze duidelijk zijn in wat ze gezamenlijk willen bereiken en hoe ze dat kunnen doen. Daarvoor heeft een hulpverlener veel kennis en vaardigheden nodig. Ik denk dat je op de meest complexe gezinnen ook de meest ervaren en best opgeleide hulpverleners moet zetten.’

Die ervaring heeft de professional ook nodig om zelf het hoofd boven water te houden. ‘Als je in een gezin werkt bij wie het leven een puinhoop is en de ouders hoog in de stress zitten, hoe houd je dan nog zicht op de ontwikkeling van de kinderen?’, is een veelbesproken vraag bij teaminterventies volgens Knot-Dickscheit. ‘Het is voor hulpverleners een kunst om niet te verdrinken in de problemen van hun cliënten.’

Meer grip

Het woud aan interventies die in een gezin losgelaten kunnen worden, helpt ook niet mee om overzicht te krijgen. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van interventies. Dus hulpverleners doen maar wat? ‘In de jeugdzorg is nog onvoldoende bekend wat effectief is’, erkent Knot-Dickscheit. ‘Dat neemt niet weg dat hulpverleners zien dat ouders en kinderen zeker baat hebben bij specifieke interventies. Bovendien is niet elke interventie geschikt voor elk gezin met mcp.’ Knot-Dickscheit geeft enkele suggesties van interventies die goed aanslaan: Families First, het Gezin Centraal, Tien voor Toekomst en Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling. ‘We proberen ook meer grip te krijgen op werkzame elementen in het werk met deze gezinnen. Dan is het logisch dat je kijkt naar de werkzame elementen van een interventie voor jouw specifieke gezin. Zo ontstaat een toolkit van mogelijkheden die je als hulpverlener kunt gebruiken.’

Voor hulpverleners die werken met gezinnen met meervoudige en complexe problematiek is het volgens Jana Knot-Dickscheit essentieel te onderkennen dat er gezinnen zijn die met hun chronische problematiek langdurig hulp en ondersteuning nodig hebben. ‘Dat betekent dat we voor deze gezinnen niet steeds interventies op elkaar stapelen en pas reageren als de problemen het gezin weer boven het hoofd zijn gegroeid, maar dat we gezinnen en kinderen langdurig en flexibel ondersteunen. Zodat ze niet later weer terugkomen in de hulpverlening en opnieuw in het circus belanden van nieuwe indicatie, wachtlijsten en nieuwe hulpverleners.’

Jana Knot-Dickscheit

is universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen en ze werkt als gz-psycholoog bij ggz-instelling Molendrift. Zij is gespecialiseerd in onderzoek naar gezinsgerichte interventies en naar de kwaliteit van zorg voor jeugd en gezin met meervoudige en complexe problemen (mcp). Recent is onder de redactie van haar en prof. dr. Erik Knorth een boek verschenen: Gezinnen met meervoudige en complexe problemen. Theorie en Praktijk. Jana Knot-Dickscheit is betrokken geweest bij de ontwikkeling en herziening van de Richtlijn Multiprobleemgezinnen (MPG). Ze maakt deel uit van het door ZonMw gefinancierde onderzoeksconsortium naar werkzame factoren bij zware opvoedproblemen en MPG.

1 REACTIE

  1. Raak! zonder het te willen en geen enkele hulpverlening als individuele professional maar wel als hulpverleningscollectief brengen we veel mensen erg in de problemen. Iedere hulpverlener met de best bedoelingen maar allemaal op ons eigen stukje en ons “eigen gelijk”.
    Je zal maar een echt probleem hebben zeg…..

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.