Jeannie Zuiderwijk (44) was jarenlang slachtoffer van intieme terreur. Ze verweefde haar ervaringen in de solovoorstelling ‘Another Day in Paradise’, waarmee ze het proces van intieme terreur invoelbaar maakt. Daarover kon je eerder dit artikel lezen. Charlotte van Besouw (71) is medeoprichter van het Blijf van mijn lijf huis in Utrecht en opleider specialist huiselijk Geweld. We weten dat intieme terreur moeilijk zichtbaar is. Toch zou je als sociaal werker willen kunnen letten op het kleinst mogelijke woordje, gebaartje, of een minimale verandering in gezichtsuitdrukking. Jeannie en Charlotte geven tips.
1. Durf de onveiligheid onder ogen te zien
‘Stop met zeggen dat intieme terreur moeilijk zichtbaar is’, benadrukt Charlotte. ‘Men doet alsof het een onmenselijk verschijnsel is, maar veel mensen leven in een onveilige wereld. Durf dit onder ogen te zien en verdraag het. Een goede professional verzamelt eerst zelf kennis om deze daarna toe te passen. Wees bereid onder ogen te zien dat intieme terreur bestaat, dat je zelf slachtoffer kan worden en onderzoek hoe je zelf omgaat met patronen van macht, onmacht en angst.’
2. Kijk naar patronen, niet alleen naar signalen
‘Blijf als hulpverlener langdurig en intensief betrokken. Kijk systemisch en naar patronen: de geschiedenis van de relatie, wie neemt altijd de besluiten, wie bepaalt wat er met het geld gebeurt, wiens mening is het belangrijkst, welke kenmerken heeft de potentiële pleger (zoals controle, gaslighting, emotionele uitbarstingen) en let op rode vlaggen’, zegt Charlotte.
3. Besef dat het eerst veilig moet zijn om weg te gaan
Volgens Charlotte ondermijnen alle vormen van huiselijk geweld het instrumentarium om op eigen benen te staan. ‘Een pleger laat het slachtoffer niet zomaar gaan. Bied hulp, ook als mensen nog in de situatie zitten. Wat voor hulp hangt af van de fase waar iemand in zit: is het slachtoffer zich überhaupt bewust van het intieme terreur? Of is iemand klaar om weg te gaan? Breng het plaatje in kaart’, zegt Charlotte.
Ook Jeannie noemt dat het slachtoffer er zelf aan toe moet zijn om weg te gaan bij de pleger. ‘De angst is te groot en het idee over jezelf, dat je het er zelf naar hebt gemaakt en verantwoordelijk bent, is te sterk. Als iemand wel die stap zet, handelen. Laat iemand logeren, maak een stappenplan, ga naar de politie, ben er’, zegt ze.

4. Het slachtoffer praat niet over de onveiligheid zelf
Soms zie je de onveiligheid als hulpverlener, maar het slachtoffer ziet het zelf niet. Charlotte: ‘Het slachtoffer heeft geleerd door de ogen van de pleger naar de relatie te kijken. Zij/hij denkt dat het aan zichzelf ligt, dat die het er zelf naar heeft gemaakt. Het slachtoffer vertelt vaak een heel uitgebreid verhaal over het geweld. Je moet als hulpverlener de tijd hebben dit samen te ontmaskeren. Maak een goede analyse van de aard en de ernst van het huiselijk geweld.’
5. Blijf aanwezig
Jeannie is tijdens de periode van intieme terreur veel mensen verloren. Ze waren het niet eens met de relatie eens of gaven haar de schuld. Ze zegt: ‘Blijf om het slachtoffer heen cirkelen, benaderbaar en zonder oordeel. Ik had het nummer van de wijkagent en een vriendin die zei: “Ik sta voor, achter, naast, onder je. Ik ben er voor je, wat je ook kiest.” Dat was zo fijn, want bij hem blijven, betekende dus ook dat zij mijn vriendin zou blijven.’
6. Neem niets zomaar over en deel kennis
‘Je zit als slachtoffer in een enorme angstbubbel. Je bent doodsbang de controle te verliezen en je richt het leven zo in dat er een gevoel is van: als ik dit op deze manier doe, ben ik veilig. Als hulpverleners iets overnamen zonder dat ik wist wat er ging gebeuren, vond ik dat heel naar’, zegt Jeannie. ‘Houd het gesprek open en transparant. Vertel wat er gaat gebeuren en stel vragen als: “Hoe wil jij dit, wat denk je wat handig is, hoe zie jij dit?”
Volgens Jeannie kun je als slachtoffer niet alles overzien. Bied daarom vooral kennis over intieme terreur. ‘De factsheet intieme terreur heeft me doen inzien dat het niet bij mij lag, dat het te verklaren is, dat er kennis over is en dat meer mensen ermee te maken hebben. Bij de politie kreeg ik informatie over wat er wel en niet mogelijk is. Dat gaf overzicht.’
En intieme terreur bij mannen?
Zijn er dingen die bij mannen zo gecontroleerd worden, die anders zijn dan bij vrouwen die dit meemaken? Volgens Charlotte zijn alle plegers anders, maar de basistactieken zijn hetzelfde. Toch zijn er volgens haar meer plegers van intieme terreur man, dan vrouw. ‘Ik denk dat vrouwen makkelijker slachtoffer worden. Je moet de relatie belangrijk vinden en heel empathisch zijn. Hoe meer je je inleeft in de ander, hoe meer je mee kan gaan in de manipulatie van de pleger.’

