Lex Staal: ‘Vreemd dat er geen extra jongerenwerkers bij zijn gekomen’

Het landelijke voornemen om meer preventief te gaan werken heeft er niet voor gezorgd dat er meer jongerenwerkers zijn aangenomen. Terwijl hun werk wel bijdraagt aan de transformatiedoelen. Dat blijkt op het landelijk congres jongerenwerk.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Nieuw sinds 2009: meidenwerk. Stockfoto van Pickscout

Ten opzichte van 2009 zijn er niet meer en niet minder jongerenwerkers aan het werk in Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut, dat hoofdonderzoeker Freek de Meere presenteerde op de landelijke dag van het jongerenwerk. Ongeveer de helft van alle aanbieders van jongerenwerk vulde de enquête in, in 2009 werden alle aanbieders ondervraagd. De Meere schat, op basis van zijn onderzoek, dat er op dit moment tussen de 1300 en 2000 fte (fulltime-formatie eenheid) beschikbaar is voor jongerenwerk. Dit is vergelijkbaar met de omvang van het jongerenwerk in 2009. Gemeenten met minder dan 100.000 inwoners hebben meestal vier jongerenwerkers. Gemeenten met meer dan 100.000 inwoners hebben gemiddeld 16 jongerenwerkers.

Meer doelstellingen

De doelstellingen van het jongerenwerk zijn in die negen jaar toegenomen. 78 procent van de jongerenwerkers geeft nu individuele begeleiding, wat in 2009 per definitie niet binnen het jongerenwerk viel. Ook het meidenwerk, dat in 2009 nog geen aparte doelstelling was, is een opvallende nieuwkomer. 51 procent van de gemeenten heeft apart meidenwerk. De doelen informeren en ontspannen zijn afgenomen.

Meer samenwerkingspartners

Ook het aantal samenwerkingspartners is significant toegenomen. Vooral scholen en sportverenigingen zijn vaker een samenwerkingspartner van het jongerenwerk. En natuurlijk zijn de sociale wijkteams een nieuwe partner, aangezien die er in 2009 nog bijna nergens waren. Politie en gemeentediensten blijven belangrijke partners.

Ook in Den Haag werkt het jongerenwerk intensief samen met de politie. Juist die samenwerking zorgde er in Den Haag voor dat ze een groep van negentig hangjongeren die overlast veroorzaakten onder controle kregen. Lees hier over deze aanpak.

Aparte opleiding

Een andere opvallende verschuiving is te zien in het opleidingsniveau. In 2009 had 46 procent van de jongerenwerkers een mbo achtergrond en 55 procent een hbo achtergrond. In 2018 was dat verschoven naar 35 procent mbo’ers en 65 procent hbo’ers. De meeste jongerenwerkers hebben SPH gestudeerd, of social work, cultureel maatschappelijk werk of sociaal cultureel werk. Tijdens het congres zei een jongerenwerker uit de zaal dat er een aparte opleiding voor het jongerenwerk moet komen, waarna de zaal reageerde met luid applaus.

Bijdrage aan transformatie

Ook Jolanda Sonneveld, onderzoeker bij het lectoraat Youth Spot van de Hogeschool van Amsterdam, presenteerde de eerste resultaten van haar onderzoek naar de vraag: in hoeverre draagt jongerenwerk bij aan de transformatiedoelen? Jongeren die in aanraking komen met het jongerenwerk, doen volgens haar vaker vrijwilligerswerk en vinden vaker hulp en ondersteuning.

Vertrouwensband

Deze resultaten bereiken de jongerenwerkers door hun specifieke methoden. Vooral de kracht van jongerenwerkers om een ‘betekenisband’ – ook wel ‘vertrouwensband’ – op te bouwen met de jongeren levert een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de jongeren. Ook ‘de methode’ van het aansluiten bij de leefwereld en behoefte van de jongeren heeft een positieve invloed.

Bezorgd

Lex Staal, directeur van Sociaal Werk Nederland, overhandigde het rapport van het Verwey-Jonker Instituut aan Marion Smit, directeur Jeugd op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hij stelde vast dat de kwaliteit en de inhoud van het jongerenwerk stabiel is, maar gaf ook aan bezorgd te zijn: ‘We wilden met de transformatie specialistische zorg voorkomen door meer in te zetten op preventie. Dat er in tien jaar geen extra jongerenwerkers bij zijn gekomen, is dan vreemd. De bevolking is namelijk wel gegroeid en de problemen rondom jeugd ook.’

Geld naar voorkant

Staal greep de kans aan om gelijk een voorstel te doen: ‘Laten we proberen een deel van het extra geld dat er nu voor jeugdzorg is bijgekomen, ook naar de voorkant te krijgen om daadwerkelijk die transformatiedoelen handen en voeten te geven.’ In haar reactie liet Smit weten dat ze inderdaad met gemeenten en Sociaal Werk Nederland om tafel wil om te kijken of er meer aan preventie gedaan kan worden.

1 REACTIE

  1. Ja, aan ons als werksoort de uitdaging om te laten zien dat investeren ‘aan de voorkant’ preventief werkt. Ik merk dat er in de praktijk verschillende invullingen van ‘preventief’ worden gebruikt. Vanuit beleidsperspectief is dat: het voorkómen van een beroep op duurdere zorg. Vrij vertaald: zorgen dat een ‘zieke jongere’ (goedkoper) beter wordt. Het welzijnsperspectief is: zorgen dat een jongere ‘gezond’ blijft. Dat betekent dat jongerenwerkers de veerkracht/draagkracht van jongeren versterken. Ik denk dat het op dit moment nog ontbreekt aan verhalen die inzicht geven: 1. hoe jongerenwerk veerkracht precies versterkt; 2. wat werkzame bestanddelen zijn in het versterken van veerkracht (de in het artikel genoemde vertrouwensband is volgens mij slechts één van de werkzame bestanddelen van jongerenwerk) 3. welke tools, materialen en methodieken jongerenwerkers uit hun ‘gereedschapskist’ halen om resultaten te behalen. Zulke verhalen kunnen helpen om het jongerenwerk te profileren en te positioneren (dit is onze bijdrage aan transformatie). Als Master Social Work en specialist storytelling deel ik graag mijn kennis en ervaring met (branche)organisaties die hiermee aan de slag willen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.