Hoe je een groep van negentig hangjongeren aanpakt

‘Als je wat wilt beleven, dan moet je naar Leyenburg.’ Dat was twee jaar geleden het credo van de jeugd in Den Haag. Niet omdat het er zo gezellig was, maar omdat een groep van negentig jongeren de openbare orde verstoorde. Politie, gemeente en jeugdwerk sloegen de handen ineen om de jongeren van het criminele pad te houden en de wijk weer leefbaar te maken.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
'Als je met meer dan tien jongeren buiten rondhangt, is dat intimideren', probeerde jongerenwerker Van der Harst de jongeren uit te leggen. Stockfoto van: Picscout

Leyenburg heeft altijd hangjongeren gehad, maar twee jaar geleden laaide het probleem ineens op. Een jongen verhuisde namelijk van Leyenburg naar Duindorp. De jongen in kwestie maakte snel vrienden en zodoende fuseerden de Leyenburgse en Duindorpse jongeren. Gemeenschappelijke scholen, voetbalverenigingen en romantische relaties over en weer deden de rest. Ze groeide uit tot een een groep van naar schatting ruim negentig jongeren.

Maling

Op zich een knappe sociale prestatie. Echter, in Duindorp houdt de jeugd er nogal discutabele manieren op na. Wijkagent Dennis Gräper: ‘Jongeren uit Duindorp zijn van een ander slag dan wij gewend zijn in Leyenburg. Binnen die groep zijn er jongeren die maling hebben aan autoriteiten, drugs gebruiken en doen waar ze zin in hebben.’ Dat gedrag werkte aanstekelijk op de Leyenburgers en de groep ging zich misdragen. ‘Troep, schreeuwen, eten en drinken halen bij de supermarkt en de verpakkingen op straat gooien, met hun scooters door het winkelcentrum rijden – wat wandelgebied is – vechtpartijtjes.’

Baambruggestraat

Aanvankelijk hing de groep rond op de Baambruggestraat. Naast de korfbal- en judovereniging, de voetbalkorf en twee basisscholen. Een logische plek voor jongeren om bij elkaar te komen, maar toen de overlast te erg werd, besloten politie en jongerenwerk en gemeenten samen te werken om de groep uit elkaar te halen.

Wijkcentrum

Jongerenwerkers van Mooi Welzijn probeerden de jongeren te leren kennen. Twee dagen per week hingen ze samen met de jongeren buiten en twee dagen per week konden de jongeren naar het wijkcentrum Escampade komen. Wijkagent Gräper: ‘Wij zijn maar met twee wijkagenten in Leyenburg. Wij rijden van melding naar melding. Zien we wat, dan kunnen we het aan de jongerenwerkers doorgeven. De jongerenwerkers hebben veel meer tijd voor de wijk en de jongeren.’

Zorgwekkende jongeren en meelopers

‘Eén voor één brachten we hen in kaart: heeft deze jongeren werk of gaat hij of zij naar school, gebruikt hij of zij drugs, zijn er broertjes en zusjes’, vertelt jongerenwerker Joost van der Harst. ‘Op die manier kregen we in kaart wie de zorgwekkende jongeren en wie de meelopers waren.’ Individueel probeerden ze de jongeren een ander perspectief te bieden. Wat wil je met je leven? Wat wil je worden? Wil je wel blowen of doe je het alleen omdat je vrienden het doen?

Ouders

Alle ouders kregen een brief dat hun kinderen in een groep zaten die veel overlast veroorzaakte. In de hoop dat ouders zouden optreden. Politie en jongerenwerkers hielden gesprekken met ouders om uit te leggen wat er speelde. Gevolgd door een waarschuwingsbrief met daarin dat de politie ging handhaven.

Boeteregen

De jongeren die daarna nog steeds overlast gaven en de openbare ruimte bevuilden en vernielden, werden flink beboet. Van der Harst: ‘Als je telkens wordt bekeurd, gaat de lol er wel af. We hoopten ook dat jongeren die met boetes thuiskwamen, ouders hadden die optraden. Drie bekeuringen per week is al snel zo’n vierhonderd euro per maand.’ Bovendien legde de politie een aantal Duindorpers een gebiedsverbod op, zodat ze niet meer in Leyenburg mochten komen.

Vertrouwensband

De samenwerking tussen politie en jongerenwerk is belangrijk en kwetsbaar. De opdracht van het jongerenwerk is een vertrouwensband opbouwen met de jongeren. ‘Die vertrouwensband met de jongeren willen ze niet schaden door hun band met de politie er te dik bovenop te leggen’, begrijpt Gräper. ‘Als zij iets zien dat niet door de beugel gaat, lossen ze het vaak liever eerst zelf op voor ze het melden. Tenzij het echt foute boel is natuurlijk.’

Samenwerking

Andersom hebben de jongerenwerkers ook informatie nodig van de politie, reclassering, gemeente, CJG en scholen. ‘Anders hebben die jongens heel snel door dat ze ons om de tuin kunnen leiden’, vertelt Van der Harst. ‘We hadden bijvoorbeeld een jongen die bepaalde afspraken had met de reclassering. Het is belangrijk dat wij dat weten. Dan kan ik hem eraan herinneren en weet hij ook: met Joost kan ik niet sollen.’

Mooi weer

Inmiddels is het weer wat rustiger in de wijk. Ouders zijn wat strenger geworden, jongeren focussen zich op school en werk. De gebiedsverboden hebben ook hun werk gedaan. ‘En het is mooier weer, dus ze zijn liever in Scheveningen of Duindorp’, weet Van der Harst.

Probleem blijft

Gräper weet dat overlast zich snel kan verplaatsen. Van collega’s hoort hij dat veel van de jongeren nu weer in Duindorp hangen. ‘Ik verwacht dat ze over een tijdje weer bij ons zitten. Die gebiedsverboden zijn ook niet van oneindige duur.’ Maar hij is er gerust op en ziet het realistisch in: ‘Je blijft opvoeden. Voor individuele jongeren kun je echt wel iets betekenen, maar het hele hangjeugdprobleem los je niet op.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.