Langdurige ondersteuning nodig voor gedetineerden met lvb

Van alle mensen in detentie heeft volgens schatting veertig procent een licht verstandelijke beperking (lvb). Zet een levensloopondersteuner naast een (ex-) gedetineerde met lvb en er is minder recidive, meer maatschappelijke participatie en er zijn minder schulden. Goede en passende begeleiding tijdens en na detentie zorgt voor meer levensgeluk bij de (ex-) gedetineerden en levert tegelijkertijd de gemeente veel geld op, berekende de VGN.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: AdobeStock

De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) heeft met een zogenoemde ‘maatschappelijke businesscase’ een pleidooi neergezet voor een ‘Integrale aanpak voor mensen in detentie met een licht verstandelijke beperking’. De business case draait om een onderzoek onder 572 gedetineerden met lvb in Rotterdam. Daar hebben twee zorgorganisaties al positieve ervaringen met deze aanpak, waarbij een professional – de zogenoemde levensloopondersteuner – ex-gedetineerden met lvb voor langere tijd ondersteunt op verschillende domeinen en de hulplijnen bij elkaar houdt.

Businesscase

‘Als je tijdens detentie in beeld brengt wat nodig is om een gedetineerde met lvb in de maatschappij terug te brengen, dan voorkom je dat deze mensen terugvallen in hun oude gedrag. Je voorkomt dus ook dat ze weer vervallen in criminele activiteiten’, aldus Han Huizinga, beleidsmedewerker van VGN en betrokken bij de businesscase. ‘Het gaat erom mensen met lvb te begeleiden met huisvesting, zinvolle dagbesteding, werk en ook bij het opzetten van een goed sociaal netwerk.’ Elke euro die een gemeente investeert in de begeleiding van mensen met een lvb tijdens hun detentie, levert ruim drie euro op, volgens het onderzoek.

Lvb screeningsinstrument

Vaak wordt een licht verstandelijke beperking niet onderkend. Mensen zijn veelal maar kort in detentie en worden niet altijd in de gevangenis begeleid. Huizinga: ‘Het justitieapparaat is vooral gericht op justitiële zaken, de focus ligt op wat je hebt gedaan en op de straf.’ Er is wel aandacht in de justitieketen voor lvb, de sector kan gebruik maken van een screeningsinstrument: SCIL. ‘Maar je legt niet iedereen meteen een vragenlijst voor de neus om te achterhalen is of er sprake is van lvb’, zegt Huizinga. Wanneer leg je die vragenlijst wel voor? ‘Dat is een echte zoektocht’, aldus Huizinga. ‘ In Rotterdam worstelen ze ook met dat probleem. Tegelijk is het wel belangrijk dat je de diagnose lvb vroegtijdig kunt stellen als je iemand wil helpen.’

Wijkteam

De gemeente organiseert en financiert de nazorg voor (ex-) gedetineerden, dus ook de intensievere begeleiding van gedetineerden met lvb. Ook wijkteams kunnen een rol spelen. Huizinga: ‘Het wijkteam heeft zicht op de mensen die in de buurt wonen en de wijkteamleden kennen de problematiek van de bewoners. LVB is moeilijk te herkennen en deze groep meldt zichzelf ook niet met een beperking bij de hulpverlening. Zij hebben geen probleem, denken ze, de wereld heeft een probleem. Samenwerking met het wijkteam om mensen te kunnen diagnosticeren en ondersteuning te bieden ligt wel voor de hand.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.