Internet wint aan populariteit in de gezondheidszorg: De efficiëntie van virtueel behandelen

Twee jaar geleden concludeerde de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg dat internet de positie van patiënten aanzienlijk kan versterken, mits de informatie betrouwbaar is. Intussen heeft het consult-op-afstand sterk aan populariteit gewonnen. Virtuele therapiebehandelingen en e-maildokters rukken op. Nu wordt onderzocht hoe internet de zorg kan verbeteren. 'Face-to-face contact met behandelaars is soms nadeliger.'

De laatste jaren is de informatie over gezondheid op

internet fors toegenomen. Elke ziekte of aandoening die je als trefwoord invoert

in een zoekmachine geeft tientallen relevante sites waar je terechtkunt voor

informatie. Ook zijn er veel sites waar lotgenoten met elkaar kunnen

discussiëren, zoals het discussieforum van Korrelatie voor depressieve jongeren.

Internet geeft niet alleen informatie, maar er is ook hulp te vinden. Een

chatspreekuur voor vragen op het gebied van seksualiteit. Een netdokter waar

jongeren hun vragen kunnen stellen over voeding, alcohol, drugs, roken en sport.

Een consult bij de e-maildokter. Zelfs een complete therapie is op internet te

volgen. Dit is slechts een kleine greep uit het aanbod.

Onbekwaam

Interapy is in Nederland de eerste volledige therapie via internet. Het

is een gestructureerde internet-therapie voor posttraumatische stress,

psychische klachten die optreden na onverwerkte schokkende ervaringen. Een paar

jaar geleden vroegen sceptici zich nog af of hulpverlening via internet wel

ethisch verantwoord was, maar inmiddels is vrijwel alle kritiek verdwenen. Zo

weer het Nederlands Instituut van Psychologen alle individuele hulpverlening via

internet af, maar heeft die mening inmiddels bijgesteld door het succes van

Interapy. Voor sommige mensen blijkt het zelfs beter te werken dan face-to-face

contact.

Alfred Lange is bijzonder hoogleraar klinische psychologie aan de

Universiteit van Amsterdam en bedenker van Interapy. Hij behandelt

posttraumatische stressklachten al jaren met gestructureerde schrijfopdrachten

en maakte deze geschikt voor gebruik via internet. De behandeling bestaat uit

tien schrijfopdrachten. Vijf weken lang krijgen de deelnemers twee keer per week

de opdracht om een essay te schrijven over de traumatische gebeurtenis die ze

hebben meegemaakt. De verhalen worden via internet verzonden naar de vaste

behandelaars en door hen van commentaar en nieuwe instructies voorzien. Lange

ontwikkelde een gestandaardiseerd protocol voor de schrijfopdrachten. ‘Het

blijkt dat schrijven voor iedereen kan werken. Mensen leren hun gedachten

ordenen, confronteren zichzelf met de traumatische ervaringen. Het is ook

belangrijk dat ze een product hebben gecreëerd. Er staat iets op papier dat ze

anderen kunnen laten lezen. Vaak helpt dat om een streep te kunnen zetten onder

het verleden.’ Vijfenzeventig procent van de deelnemers is na behandeling van

het probleem af. Degenen die nauwelijks over hun trauma’s hadden gesproken,

bleken extra baat te hebben bij Interapy.

De digitale therapie startte vier jaar geleden. Ondanks veel steun, werden

er ook vraagtekens gezet. Lange: ‘De vraag was vooral wat je moet doen als er

iets mis gaat met de cliënt. Daar waren we zelf in het begin ook wel bang voor.

Maar we kwamen erachter dat je al gauw ontdekt wanneer er andere moeilijkheden

zijn.’

Dat contact per e-mail erg onpersoonlijk zou zijn, is volgens Lange

onterecht. ‘Interapy is absoluut niet onpersoonlijk. Het is ontroerend als je

ziet wat voor band er met de cliënt wordt opgebouwd. De behandelaars zijn erg

betrokken en veel cliënten geven aan dat ze zich gesteund voelen door de

therapeuten.’

De hoogleraar ziet veel voordelen in behandelen via internet, in plaats

van face-to-face gesprekken. Vooral het feit dat behandelaars meer tijd hebben

om na te denken of eventueel te overleggen met collega’s voor ze hun reactie

geven en daarnaast kunnen er veel meer mensen behandeld worden. Volgens hem ligt

ook een deel van het succes aan de goede methode. ‘Het is belangrijk dat het

protocol goed en gedegen in elkaar steekt. In face-to-face contacten ontstaan

vaak grotere problemen dan bij Interapy. Dat heeft te maken met de individuele

behandelaar. Nederland heeft een heel arsenaal aan behandelaars dat niet echt

vakbekwaam is. Ze heeft de papieren wel, maar heeft tijdens de opleiding te

weinig gereedschap meegekregen. Bij Interapy is de methode zo goed, dat het niet

veel uit maakt welke behandelaar het uitvoert. Cliënten lopen dan minder risico

en zijn minder afhankelijk van de behandelaar.’

Wildgroei tegengaan

Hoewel een behandelmethode als Interapy veel vertrouwen geniet, is er

ook sprake van wildgroei in de virtuele verpleging. Vooral in het alternatieve

circuit wordt geprobeerd om via internet flink te verdienen. Dat was een paar

jaar geleden voor het ministerie van VWS één van de redenen om een onderzoek te

starten. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) voerde dit uit en

presenteerde zijn advies bijna twee jaar geleden. Conclusies waren dat internet

de positie van patiënten in de gezondheidszorg aanzienlijk kan versterken, mits

de informatie betrouwbaar is. De RVZ adviseerde VWS een gezondheidsportaal in te

richten, waar men terecht kan voor betrouwbare en begrijpelijke

informatie.

Onno van Rijen is projectleider van dit onderzoek, Patiënt en Internet

genaamd. ‘Internet kan een doelgroep bereiken die normaal nooit hulp zoekt in de

reguliere hulpverlening. Een behandeling als Interapy is betrouwbaar. Maar dat

is niet altijd het geval. Je kunt niet alle alternatieve geneeswijzen en

therapieën over één kam scheren, maar in die hoek wordt veel geprofiteerd en

misbruik gemaakt van onzekere internetgebruikers.’

De RVZ vindt daarom dat betrouwbare sites gemakkelijk te herkennen

moeten zijn. VWS heeft dat advies opgevolgd en startte eind november met de

digitale gezondheidskiosk. Deze is nog in aanbouw en niet bij het grote publiek

bekend. Op deze site staan alleen links naar betrouwbare gezondheidssites.

Volgens Van Rijen is dit een goede methode om instellingen te motiveren om hun

website te verbeteren. Want daar schort het volgens hem nogal eens aan.

‘Instellingen doen veel te weinig om hun site goed te maken. Ze hebben vaak wel

een website, maar die zijn weinig informatief. Dat komt, denk ik, doordat de

zorgaanbieders het druk genoeg hebben. Ook is er geen reden om je via internet

te profileren via internet of de concurrentie aan te gaan.’

Zelfdiagnose

Door de toename van sites in de gezondheidszorg stappen sommige

patiënten met hun klacht niet meer naar de huisarts. Zij hebben op het internet

al een oplossing gevonden voor hun probleem. Schuilt hierin geen gevaar? Van

Rijen is daar niet echt bang voor. ‘Zelfdiagnose is niet tegen te houden en is

ook helemaal niet slecht. Maar het is belangrijk dat de sites betrouwbaar zijn

en mensen goed met de informatie omgaan. Op goede sites staat dat bij twijfel

een arts moet worden geraadpleegd. Het zou kunnen dat ook patiënten met zware

problemen niet bij de huisarts terecht komen. Maar ik denk dat vooral mensen met

simpele vragen over bijvoorbeeld een keelontsteking niet meer onnodig naar de

huisarts gaan. Dit zou kunnen helpen om de wachtkamer minder vol te krijgen.’

Robert Mol is de eerste en tot nu toe enige e-maildokter van Nederland,

voor de regio Rhoon, Rotterdam, Portugaal en Spijkenisse. Hij startte met zijn

site op 1 juli naar aanleiding van de huisartsenstaking in mei. Toen moest hij

waarnemen voor vijftigduizend mensen. Hij kon veel vragen telefonisch

afhandelen. Mol: ‘Meer dan ik van tevoren dacht. Goede huisartsen kunnen snel

tot de kern van het probleem komen en dat hebben we onderschat. Ik kwam toen op

het idee dat e-mail nog veel sneller werkt. Patiënten hebben dan niet meer te

maken met de constante ingesprektoon tijdens het telefonisch spreekuur. Ook kun

je efficiënter met de tijd omgaan. Patiënten mailen hun vraag en probleem en ik

bel zo snel mogelijk terug voor een antwoord. Terugmailen zou ik ook graag

willen, maar dat is juridisch nog niet mogelijk.’

Mol denkt dat werken via e-mail de problemen rond het tekort aan

huisartsen zal verminderen. Bovendien vindt hij dat het werk leuker wordt, nu

hij niet langer patiënten met allerlei kleine kwaaltjes in zijn wachtkamer

heeft. ‘Normaal gesproken zie ik veertig patiënten per dag, nu is dat door

e-mail met eenderde verminderd. De mensen die ik dan zie, kan ik ook meer tijd

geven. Door onder meer depressietesten op internet komen meer mensen met

psychische klachten bij me. Maar dat is geen probleem, omdat ik er meer tijd

voor heb.’

Toekomst

E-maildokter Mol krijgt op dit moment nog geen vergoeding voor de

consulten via e-mail. Om in sommige gevallen toch een patiënt te kunnen zien,

zal de dokter in de toekomst een webcam aansluiten. Ook Interapy is in de

toekomst nogal wat van plan. Lange: ‘We zijn nu bezig met een nieuwe

Interapysite om burn-out op het werk te voorkomen. Het is bedoeld voor mensen

die veel stress ervaren op hun werk: ze zijn al wat ziek of lopen er tegen aan.

We hebben ontzettend veel aanmeldingen gehad voor de testfase. In maart hopen we

de resultaten te hebben. Ik denk dat Interapy in de toekomst voor veel meer

problemen ingezet kan worden. Ik denk dan aan eetstoornissen. Maar het lijkt me

ook uitermate geschikt voor opvoedingsondersteuning.’ Interapy voor

traumaverwerking is inmiddels voor iedereen beschikbaar en inmiddels hebben een

paar verzekeraars al toegezegd dat ze de therapie willen vergoeden.

De RVZ is bezig met een onderzoek naar de vraag hoe internet de zorg

kan verbeteren. Van Rijen ziet wel een optie in het verplegen op afstand. ‘Ik

denk dan vooral aan controles door verpleegkundigen bij chronisch zieken via

e-mail. Ook ketenzorg kan beter georganiseerd worden. Eén ding is zeker: met

behulp van internet kan er absoluut efficiënter worden gewerkt.’/Ester

Mijnheer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.