Help, mijn cliënt gaat online

Jongeren met een licht verstandelijke beperking (lvb) zijn vaak mediawijzer dan hun begeleiders. Daardoor worden kansen die (social) media en internet bieden gemist, en ook gevaren over het hoofd gezien. ‘Zorg dat je weet wat ze op dat schermpje doen’, zegt Peter Nikken, specialist Jeugd en Media bij het Nederlands Jeugdinstituut en hoogleraar mediaopvoeding.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
foto iStock

Het klinkt zo logisch: zorg dat je weet wat ze online doen – en begeleid ze daar zo nodig bij. Maar in de praktijk is er grote handelingsverlegenheid en gebrek aan kennis onder begeleiders en opvoeders als het over online mogelijkheden en gedrag gaat, zegt Peter Nikken. Bovendien overheerst vaak een negatieve kijk: ‘Het beeld is al snel dat van loze tijd vullen, verveling of (game)verslaving. Terwijl mediagebruik inmiddels een normaal en belangrijk onderdeel is in de ontwikkeling van jongeren. Ze kennen geen wereld zonder internet en mobiele telefoons.’

Ontspanning

En dat geldt dus net zo goed voor jongeren met een licht verstandelijke beperking (lvb). Hun mediaconsumptie wijkt nauwelijks af van die van jongeren zonder beperking, zo blijkt uit recent onderzoek van Netwerk Mediawijsheid, gemaakt door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) met steun van de Vereniging  Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Meer dan de helft van de jongeren met een beperking die in zorg is, gebruikt media overmatig, blijkt uit dit onderzoek, vooral om te gamen en voor het onderhouden van contacten.

Ook de seksuele ontwikkeling van jongeren speelt zich steeds meer online af, zegt Marianne Cense, senior onderzoeker bij Rutgers in dit artikel >>

Te weinig kennis

Uit dit dit onderzoek komt ook naar voren dat driekwart van de beroepskrachten in de gehandicaptenzorg meent dat de jongeren die zij begeleiden vaardiger zijn in de omgang met media dan zijzelf. In een eerder onderzoek in opdracht van Mediawijzer.net werd ook al geconstateerd dat de meeste zorgprofessionals niet weten hoe ze mensen in de digitale wereld moeten begeleiden omdat ze er zelf te weinig affiniteit mee en kennis van hebben. Dit beeld is volgens Peter Nikken, betrokken bij beide onderzoeken, goed door te trekken naar sociaal werkers. Ook zij hebben niet altijd goed zicht op wat jongeren online doen, voelen schroom erover te praten, want het wordt gezien als privé, of ze missen kennis.

In het handelingsrepertoire

Nikken wijt dit ook aan een lacune in de opleidingen. Mediawijsheid zit nog niet in het curriculum en dat zou volgens hem wel moeten. ‘Voor jongeren zijn hun online activiteiten een verlengstuk van hun bestaan. Voor professionals die met jongeren werken, zou dat dus ook in hun handelingsrepertoire moeten zitten. Net als dat ze jongeren helpen met hun financiën, of gezondheid, zouden ze ook met hen moeten praten en hen moeten begeleiden bij het gebruik van internet en (social) media.’

Restricties

De handelingsverlegenheid en negatieve kijk zorgen er nu voor dat ‘beleid’ zich nu vaak beperkt tot restricties en beperkende regels, zoals beperkte schermtijd of mobieltjes en kabels inleveren als straf of beperkende maatregel. En hierbij varen collega’s vaak ook nog een eigen koers. Een gemiste kans, vinden de onderzoekers en vindt ook Nikken. Zeker bij jongeren met een lvb, want door de lage digitale geletterdheid van begeleiders blijven nu ontwikkelingsmogelijkheden die media bieden onbenut en de risico’s en gevaren van mediagebruik onderbelicht.

Gemiste kansen

De inzet van de juiste media met goede leerdoelen kan de ontwikkeling stimuleren, vindt tachtig procent van de ondervraagde beroepskrachten. Media bieden bijvoorbeeld ontspanning, zijn informatief, geven de mogelijkheid met anderen contact te hebben en kunnen de sociaal-emotionele en praktische ontwikkeling stimuleren. Begeleiders kennen en/of gebruiken hiervoor echter nauwelijks geschikte hulpprogramma’s of apps, zoals Steffie.nl, een website die cliënten met een lvb helpt om lastige dingen gemakkelijker uit te leggen. ‘Gebruik van bepaalde apps kunnen juist heel nuttig en ondersteunend zijn’, zegt ook Nikken. ‘Denk bijvoorbeeld aan navigatie waardoor jongeren wellicht zelfstandig kunnen reizen. Of programma’s met geheugensteuntjes. Of apps met eenvoudige emoticons of pictogrammen voor jongeren voor wie taal een drempel is. Zo vergroot je hun zelfstandigheid.’

Gevaren

Enerzijds biedt het gebruik van media juist voor jongeren met lvb dus kansen, anderzijds zijn voor hen de gevaren en risico’s ook groter.  Risicvol gedrag komt volgens dit onderzoek zeer regelmatig voor en beduidend vaker dan bij jeugdigen in het speciaal onderwijs.  Vijftien procent staat bloot aan andere gevaren als seksfilmpjes versturen, pesten of gepest worden en het delen van privégegevens. ‘Deze jongeren zijn niet altijd even communicatief vaardig en vaak ook goedgeloviger’, zegt Nikken. ‘Daarom is het zo belangrijk dat begeleiders er oog voor hebben wat ze online doen en er bovenop zitten. En dat betekent niet: de stekker eruit trekken, maar zorgen dat ze er veilig gebruik van kunnen maken.’

Tools en instrumenten

Bijscholing is volgens Nikken hard nodig. Begeleiders en opvoeders delen die mening. Zij willen heel graag mediawijzer worden, blijkt uit dit onderzoek. Het overgrote deel heeft behoefte aan meer inzicht: welke digitale hulpmiddelen zijn nuttig voor jongeren met een beperking? Hoe stimuleer je positief mediagebruik en hoe voorkom je gevaren op internet? Voor – de begeleiding van – veilig mediagebruik bestaan al de nodige tools, instrumenten en lespakketten, te vinden op onder andere de site van het NJi en van het Netwerk Mediawijsheid. Maar mediawijsheid voor professionals gaat verder dan dit, vindt Nikken. Hij adviseert sociaal werkers die met jongeren werken ook om het onderwerp bespreekbaar te maken met collega’s, opdat er een duidelijke visie, beleid en regels komen, waarbij alle neuzen dezelfde kant op staan.

Manifest
‘Ook mensen met een licht verstandelijke beperking hebben recht op een leuk online leven.’ Dat is de boodschap die Netwerk Mediawijsheid samen met meer dan 500 zorgorganisaties, beroepsprofessionals en betrokkenen meegeeft in een manifest. Door het manifest te tekenen helpen zorginstellingen om dit onderwerp op de politieke agenda te krijgen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.