Geldzorgen? Kop in ’t zand!

Je zou zeggen: wie krap bij kas zit, doet het zuinig aan. Maar werkt dat ook zo? Niet altijd, blijkt uit onderzoek. Juist wanneer ze ernstige geldzorgen hebben, zijn mensen geneigd  onverstandige keuzes te maken. ‘Hoe hoger de schulden oplopen, hoe groter de kans dat er gedragspatronen ontstaan die de zaak alleen maar erger maken.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Geldzorgen? Kop in ’t zand!
Foto: Fotolia

Gea Schonewille, wetenschappelijk medewerker bij het Nibud, raakte al op jonge leeftijd gefascineerd door de relatie tussen geld en gedrag. Haar ouders runden aan huis een opvang voor dak- en thuislozen. De mensen die tijdelijk bij het gezin inwoonden, hadden vaak financiële problemen. ‘Sommigen kregen van mijn ouders op een vaste dag hun weekgeld,’ vertelt Schonewille. ‘Dat maakten ze dan diezelfde dag al op in de kroeg. Als kind had ik dus al in de gaten dat niet iedereen even goed met geld omgaat.’ Gea besloot psychologie te gaan studeren en deed daarna een master economische psychologie. Inmiddels werkt ze alweer vijf jaar bij het Nibud, waar ze vooral onderzoek doet naar het financiële gedrag van consumenten en schuldenproblematiek.

Wat doen geldzorgen met het gedrag van mensen?

‘Met een zogenaamde ‘schaarsteschaal’ kunnen we nauwkeurig in kaart brengen wat geldgebrek en financiële stress doen met mensen. Daaruit blijkt dat mensen met geldzorgen minder goed kunnen focussen, problemen hebben met plannen en het lastiger vinden om hun impulsen bedwingen. Ze vertonen struisvogelgedrag, hebben de neiging om belangrijke beslissingen voor zich uit te schuiven en nemen grotere risico’s. Ook zien we nogal eens tegenstrijdig gedrag.’

Wat is de doorwerking van geldstress op gedrag? Experts als Nadja Jungmann en Judith Wolf geven je op het Zorg+Welzijn congres Armoede en Schulden doorgrond inzicht in wat geldzorgen doen met het functioneren van mensen. Stress-sensitief werken is een hulpmiddel om mensen die leven in armoede echt verder te helpen. Hoe? Dat leer je tijdens dit congres. Meer info of aanmelden >>

Kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Mensen die veel zorgkosten hebben, kiezen bijvoorbeeld voor een zorgverzekering met het hoogste eigen risico. Dat lijkt verstandig: zo verlagen ze de maandelijkse lasten. Maar op de lange termijn is het geen goede beslissing. Uiteindelijk betalen ze meer als ze hoge zorgkosten hebben, terwijl ze geen geld achter de hand hebben om dat hoge eigen risico te betalen.’

Komt dat gedrag voort uit een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel?

‘Nee, al denken veel mensen dat wel. We vinden dat mensen met schulden “hun verantwoordelijkheid moeten nemen”. Maar één van de gevolgen van schaarste is juist dat mensen dat minder goed kunnen. Je ziet bijvoorbeeld dat werknemers door geldzorgen minder goed gaan functioneren. Daardoor is de kans groter dat ze hun baan verliezen en nog dieper in de problemen komen.’

‘Ik was totaal het overzicht kwijt. Ik dacht dat ik minstens 20.000 euro schuld had, terwijl het “maar” 12.000 bleek te zijn.’ (man, 47 jaar)

Hoe komt het dat het mensen met geldzorgen zich anders gaan gedragen?

‘Volgens de theorie van de schaarste van onderzoekers Sendhil Mullainathan en Eldar Shafirwordt een deel van ons brein in beslag genomen door datgene waar een tekort aan is. Normaal hebben we een prima werkgeheugen om onze taken te doen, maar stress neemt dan zo’n groot deel in beslag dat we niet meer goed kunnen nadenken. Daardoor denken we ook niet meer vooruit en overzien we dingen niet meer. Overigens hoeft die schaarste niet over geld te gaan, het kan ook een tekort aan tijd of sociale contacten zijn. Het effect van de stress die dit tekort veroorzaakt, is in alle gevallen hetzelfde: je kunt geen afstand meer nemen en verstandig handelen.’

Maakt het uit of je arm bent geworden of altijd bent geweest?

‘Voor het ervaren van schaarste weet ik dat niet. Voor het maken van schulden maakt het wel uit. Mensen die gewend zijn om in armoede te leven, kunnen vaak beter de eindjes aan elkaar knopen. Voor mensen die een life-event hebben meegemaakt, zoals een scheiding, werkeloosheid of ziekte, is het veel moeilijker om een stapje terug te doen.’

Conclusie?

‘Financieel gedrag is bepalender voor betalingsproblemen dan inkomen. Heb je van huis uit geleerd om met geld om te gaan? Heb je de gewoonte om te sparen? Deze factoren hebben uiteindelijk de grootste invloed op het ontwikkelen van schulden. Als mensen bij een terugval van inkomen die financiële vaardigheden niet hebben, is de kans groot dat het misgaat.’

‘Ik schaamde me vreselijk omdat ik steeds de boel in de soep liet lopen. Pas na drie jaar durfde ik naar de schuldhulpverlening te stappen. Maar daar wilden ze zoveel van me weten. Ik kon het gewoon niet opbrengen om al die papieren bij elkaar te zoeken. Dus dan bleef ik maar weer weg.’ (vrouw, 38 jaar)

Is het mogelijk om het gedrag van mensen met geldzorgen te beïnvloeden?

‘Geldzorgen veroorzaken een tijdelijke vermindering van je werkgeheugen. Als de schaarste voorbij is, herstelt het werkgeheugen vanzelf weer. Je kunt het vergelijken met slapen. Wie een nacht slecht slaapt, functioneert overdag minder. Maar na een paar goede nachten ben je zo weer de oude. Je helpt dus iemand door zijn financiële problemen op te lossen, maar dat is natuurlijk niet altijd direct mogelijk. Wat dan helpt, is zorgen dat de financiële rust terugkeert. Met andere woorden: zorgen dat de stress eraf gaat.’

Hoe doe je dat?

‘In de schuldhulpverlening, en ook daarbuiten, zie je steeds meer stress-sensitieve interventies en initiatieven. Bijvoorbeeld: ervoor zorgen dat de vaste lasten direct betaald worden. Dan hoeven mensen zich daar niet meer druk over te maken en weten ze wat ze overhouden aan leefgeld. Of de schulden tijdelijk bevriezen, waardoor er geen deurwaarders meer langskomen. Als de stress vermindert, zijn mensen beter in staat om zelf weer verantwoordelijkheid te nemen. De focus is dus verschoven van “eigen schuld” naar “eigen verantwoordelijkheid”. Een goede ontwikkeling, vind ik.’

‘Toen ik in de schuldhulpverlening kwam, dacht ik: ze gaan alles voor mij regelen. Maar dat is helemaal niet zo. Je moet heel veel zelf doen. Papieren uitzoeken, schuldeisers bellen, formulieren invullen. Eerst vond ik dat heel vervelend. Later niet meer. Het was goed om te zien dat ik het zelf kon.’ (man, 27 jaar)

Zijn er dingen die toch nog beter kunnen?

‘Op praten over geld rust nog steeds een taboe. Uit schaamte zullen mensen zelf niet snel over hun geldzorgen beginnen. Ook hulpverleners zoals huisartsen en medewerkers van buurtteams en de thuiszorg vinden het lastig om dit onderwerp aan te snijden en negeren signalen die erop wijzen dat iemand mogelijk geldzorgen heeft. Dat is een gemiste kans. Hoe hoger de schulden oplopen, hoe groter de kans dat er gedragspatronen ontstaan die de zaak alleen maar erger maken. Je ziet die handelingsverlegenheid trouwens niet alleen onder hulpverleners; ook werkgevers laten het veel te hoog oplopen. Uit recent onderzoek blijkt dat de helft van de werkgevers er pas achter komt dat een werknemer geldproblemen heeft bij loonbeslag. Je zou zeggen: voor die tijd moeten er toch echt wel signalen geweest zijn.’

Zoals?

‘Mensen met geldzorgen melden zich vaker ziek, worden minder productief, vragen vaker om een voorschot. Als werkgever zou je dan moeten snappen: hier gaat iets niet goed. Maar als ze dat al denken, doen ze er niets mee. Je bemoeien met andermans geldzaken voelt als te privé.’

In veel gemeenten zie je tegenwoordig projecten rondom vroegsignalering. Hulpverleners gaan bijvoorbeeld op bezoek bij mensen met een huurachterstand. Dat is dus iets waar jij blij van wordt?

‘Nou… Kun je nog van vroegsignalering spreken als iemand een flinke huurachterstand heeft? Vaak zijn de problemen dan al tamelijk ernstig. Uit onderzoek blijkt overigens dat mensen dit zelf vaak niet zo ervaren. We hebben mensen met ernstige betaalproblemen gevraagd: zou jij hulp inschakelen als je schulden had? Van deze groep antwoordde 40 procent: “Alleen als ik het nodig heb.” Blijkbaar beseffen ze zelf niet dat ze allang hulp nodig hebben.’

‘Pas toen ik in een project kwam met andere mensen met schulden, kwam ik over mijn schaamte heen. Iedereen zat tot over z’n oren in de schulden. In vergelijking met die anderen, viel het bij zelfs mij nog wel mee. Ik denk dat het goed is, als mensen met schulden weten dat ze niet de enige zijn. Pas als je je niet meer schaamt, ga je er wat aan doen.’ (vrouw, 54 jaar)

Wat gek. Zien die mensen zelf dan niet dat het mis is?

‘Mensen met geldproblemen wachten gemiddeld vijf jaar met aankloppen bij de schuldhulpverlening. Ze vullen gaten met gaten. Pas als er een aanleiding is – het gas wordt afgesloten, ze moeten bijna hun huis uit – zoeken ze hulp. Aan die struisvogelpolitiek liggen allerlei psychologische factoren ten grondslag. Zoals: onrealistisch optimisme. Ik vind binnenkort wel een baan. Het komt vanzelf weer goed. Ze schatten de toekomst optimistischer in dan hij is.’

Ze houden zichzelf dus voor de gek?

‘Ja, maar dat doen wij zelf ook. Onrealistisch optimisme is een natuurlijk mechanisme. Als ik in de schulden kom, reageer ik precies zo.’

Geloof je dat echt?

‘Ja. Ik zou ook de neiging hebben om mijn problemen te bagatelliseren, om ze zelf op te lossen, zodat ik er niet over  hoef te praten.’

Mensen met (aankomende) schulden weten diep vanbinnen vaak best dat ze niet verstandig bezig zijn. Maar om hun gedrag ook echt te veranderen, lukt niet. Om hen te helpen, heeft het Nibud voor gemeenten, kredietbanken, vrijwilligers en schuldeisers het GAST-model ontwikkeld. Dit model geeft op een gemakkelijke en praktische manier inzicht in waar een interventie aan moet voldoen om gedragsverandering te bereiken.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.