Experimenteren met de bijstand: hoe doen ze dat in Nijmegen?

Een aantal gemeenten in Nederland heeft toestemming gekregen om te experimenteren met de Participatiewet. Zo ook Nijmegen. Voorjaar 2015 bleek de gemeenteraad welwillend te staan tegenover een proef met een ‘basisinkomen voor bijstandsgerechtigden’. Hoe gaat het nu met het experiment?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Experimenteren met de bijstand: hoe doen ze dat in Nijmegen?
Foto: AdobeStock

János Betkó is beleidsadviseur Inkomen bij de gemeente Nijmegen. Hij is projectleider van het experiment met de bijstand. In Sociaal Bestek beschrijft hij hoe het experiment in Nijmegen tot stand kwam en welke resultaten tot nu toe werden behaald. ‘Het experiment werd mogelijk doordat twee ontwikkelingen samenkwamen: een hernieuwde aandacht voor het basisinkomen, waar in Nederland al decennia, zo niet eeuwen, over wordt gediscussieerd, en de invoering van de Participatiewet van waaruit de bijstand voortaan geregeld zou worden. Het samenkomen van aandacht voor het basisinkomen en kritiek op de Participatiewet, die onder andere te veel zou uitgaan van wantrouwen, die eigen initiatief zou straffen en te bureaucratisch werd gevonden, zorgden voor de roep om een lokaal experiment. Zo ook in Nijmegen.’

Plannen

De Participatiewet kent een experimenteerartikel, dat gemeenten toestaat een verzoek in te dienen om op punten af te wijken van de wet, met als doel ‘onderzoeken van mogelijkheden om deze wet met betrekking tot de arbeidsinschakeling en de financiering doeltreffender uit te voeren.’ De Nijmeegse gemeenteraad nam twee moties aan met experimenteerwensen. Ze riep op tot een experiment waarbij bijstandsgerechtigden veel meer ruimte kregen om bij te verdienen én deelnemers vrijstelling zouden krijgen van zo veel mogelijk verplichtingen, controles, boetes en maatregelen. Eén motie riep op tot een verder gaand experiment, waarbij (lokale) minimaregelingen kwamen te vervallen en ter compensatie het maandelijkse bijstandsbedrag flink werd verhoogd.


Een vast inkomen per maand om van te leven voor iedereen boven de 21 jaar. Zonder controle en voorwaarden vooraf en achteraf. Het basisinkomen. Is het een goed middel om de levens van kwetsbare mensen te verbeteren? Vier deskundigen geven antwoord. Lees dit PREMIUM artikel hier >>


Effecten monitoren

Betkó: ‘De insteek van het experiment in Nijmegen is altijd geweest om de impact van de veranderingen in de bijstand (wetenschappelijk verantwoord) te meten in brede zin. Dus niet alleen verkokerd kijken naar “werk en inkomen”, maar ook de effecten monitoren op onderdelen als gezondheid, welzijn, schulden en maatschappelijke participatie. Om dit goed en zuiver te onderzoeken heeft de gemeente een samenwerking gezocht met de Radboud Universiteit.’

Verplichtingen

Helaas kregen gemeenten lang niet zo veel experimenteerruimte als ze hadden gewild. Betkó: ‘Het rijk gaf gemeenten alleen toestemming gaf om te experimenteren met het (beperkt) verruimen van bijverdiensten naast de uitkering en het laten vervallen van de arbeids- en re-integratieplicht. Het maximale bijverdienbedrag bleef 200 euro per maand in het experiment. Wel voor een langere periode, en van wat werd bijverdiend mochten bijverdieners 50 procent in plaats van 25 procent houden. Verrassend was het besluit van het ministerie dat als er een groep zou komen met minder verplichtingen, er óók een groep moest zijn met meer (zelfs dubbele) verplichtingen. Ook mochten deelnemers niet kiezen in welke groep ze zouden komen.’

Niet voor mensen denken, maar het ze vragen

Voor sommige gemeenten waren de beperkingen die het rijk gaf,  een reden om de experimenten af te blazen. In Nijmegen werd dat ook overwogen. Betkó: ‘Om twee redenen zijn we doorgegaan. Ten eerste gaven de betrokken onderzoekers van de Radboud Universiteit aan dat, ook in deze vrij beperkte vorm, de experimenten wel degelijk een nuttige toevoeging zouden zijn aan de beschikbare wetenschappelijke kennis over motivaties en gedrag van mensen in de bijstand en daarmee de impact van bijstandsregels. Ten tweede hebben we besloten dat het niet aan ons is, om te beoordelen of de experimenten ver genoeg gaan en of de uitbreiding van de bijverdiensten wel of niet de moeite waard waren. Dat is aan de mensen waar het om gaat: de bijstandsgerechtigden. In het kader van “niet voor de mensen denken, maar het ze vragen” hebben we alle bijstandsgerechtigden een enquête gestuurd. We vroegen ze of ze een proef, zoals op dat moment haalbaar leek, zagen zitten. Een kleine vierhonderd mensen reageerden. Een meerderheid was sowieso voor een experiment met meer bijverdienen. Wat betreft experimenteren met andere begeleiding (zowel meer als minder verplichtingen) was het beeld minder eenduidig. Ongeveer evenveel mensen waren positief als negatief, en een groot deel koos “weet niet” of “niet van toepassing”. Wanneer we de optie voorlegden dat de “extra verplichtingen” vooral coachend en begeleidend van aard zou zijn werd de teneur weer iets positiever.’

Van start

Het experiment werd doorgezet. In juli 2017 gaf het ministerie toestemming te beginnen en na een lange periode van werven van deelnemers, is het experiment in december 2017 echt van start gegaan. Niet alle bijstandsgerechtigden konden echter meedoen. Omdat bijverdienen centraal staat in het experiment en bijstandsgerechtigden van 27 of jonger niet mogen bijverdienen van de Participatiewet, zijn zij uitgesloten. Ook mensen die vanwege hun leeftijd de proef niet af konden maken omdat ze voor de einddatum de AOW-gerechtigde leeftijd zouden bereiken, werden uitgesloten. Mensen met ontheffing van de arbeidsplicht waren wél toelaatbaar, om te kijken of een andere aanpak mensen kan helpen die onder het reguliere regime zijn ‘opgegeven’.

Drie groepen

Overigens zijn dit Nijmeegse keuzes. Er zijn ook gemeenten die bijvoorbeeld juist kozen voor het uitsluiten van mensen met een ontheffing, en die groepen die wij uitsluiten wel toelaten. Een andere Nijmeegse keuze is de invulling of ‘treatment’ van de groepen. ‘Wij hebben gekozen voor twee experimenteergroepen. Eén waarbij mensen meer mogen bijverdienen én ontheffing krijgen van de arbeids- en re-integratieplicht, en een andere waarbij deelnemers meer mogen bijverdienen én extra begeleid worden (maar voor wie de verplichtingen blijven gelden). De derde groep deelnemers bestaat uit een controlegroep, voor wie standaardregels blijven gelden. Elke groep bestaat uit ruim honderd deelnemers.’

Vrijwillig maar niet vrijblijvend

‘Vooral voor de meer intensief begeleidde groep hebben we goed moeten nadenken over wat we konden bieden om de proef zo aantrekkelijk mogelijk te maken’, aldus Betkó. ‘De deelname is immers vrijwillig. Samen met uitvoerder Werkbedrijf Rijk van Nijmegen (WBRN) hebben we een hele nieuwe werkwijze ontworpen. Deelname is wel vrijwillig, maar niet vrijblijvend: mensen geven zich vrijwillig op, en kunnen op elk moment stoppen, maar als ze meedoen gelden wel regels.’

Deelnemer maakt eigen keuzes

De deelnemers die in de intensieve groep werden geloot, krijgen gemiddeld één keer per maand een verplichte groepsbijeenkomst. Ook krijgen ze een persoonlijke coach. Daarnaast kunnen ze naar eigen keuze gebruik maken van alle reguliere re-integratie-instrumenten. ‘Het bijzondere van deze aanpak is dat de deelnemer zelf kiest in welke richting de begeleiding gaat – ondernemerschap, vrijwilligerswerk, deeltijdwerk of volledig werk – en welke instrumenten worden ingezet om hem of haar richting werk te begeleiden. Voor de één is dat een zeer intensief traject gericht op het snel vinden van werk, voor de ander een plaatsing op een speciaal vrijwilligerstraject dat op termijn naar werk moet leiden, aangeboden door de lokale Vrijwilligerscentrale.’

Hoe verder?

Het doel van de proef in Nijmegen is tweeledig. ‘Ten eerste willen we meer informatie over wat effectief is. Ten tweede hopen we de deelnemers er mee te helpen. Op basis van bestaande kennis denken we dat de treatments mogelijk effectief zijn, maar zeker is het nog niet. We hopen dus na de proef te weten hoe we onze bijstandsgerechtigden meer kunnen activeren en kunnen bijdragen aan een leven dat gezonder en gelukkiger is, minder stress en schulden kent, en meer werk. Wanneer onze zelf ontwikkelde, intensieve begeleiding succesvol is, kunnen we daar in samenwerking met het WBRN gewoon mee verder. Daarvoor is geen wetswijziging nodig. Dat is wel zo wat betreft de extra bijverdienruimte en de ontheffingen. Ook als zij een positief effect hebben, dan nog mag dit niet meer na de looptijd van het experiment. Daarvoor is een wijziging van de Participatiewet nodig. Als de resultaten positief zijn, hopen we uiteraard dat die volgt.’


Lees het hele artikel in Sociaal Bestek van juni/juli>>

 

 


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.