Eindevaluatie Participatiewet is meedogenloos: ‘Wet maakt amper verschil’

De invoering van de Participatiewet in 2015 heeft nauwelijks geleid tot meer kans op een baan voor mensen die afhankelijk zijn van een uitkering. Dat is de conclusie van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) die de wet heeft geëvalueerd. Gemeenten zetten instrumenten niet goed in en slechts 19 procent van de werkgevers plaatst daadwerkelijk mensen die uit een uitkering komen. Drie op de vijf mensen geeft zelf aan dat ze zich niet in staat voelen om te werken.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Participatiewet maakt nauwelijks verschil
Foto: ANP

De Participatiewet heeft per januari 2015 de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) vervangen. Het idee was dat één wet, namelijk de Participatiewet, voor de hele groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zou zorgen voor meer overzicht voor werkgevers, het zou met één wet makkelijker voor werkgevers moeten zijn om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen én één integrale wet zou tot een betere uitvoering moeten leiden.

Werkt het?

Tot zover de theorie. Want doet deze wet in de praktijk wel wat hij zou moeten doen? Vinden mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt makkelijker een baan en kunnen ze deze ook behouden? Is deze groep nu minder afhankelijk van een uitkering? Om antwoord op deze, en meer, vragen te krijgen, heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het SCP gevraagd de Participatiewet te evalueren. Het evaluatierapport is vandaag uitgekomen en is alles behalve positief. ‘Voor de doelgroep is er amper een verschil te merken.’

Klassieke bijstandsgerechtigden

De ‘klassieke bijstandsgerechtigden’, die voorheen voornamelijk onder de Wwb vielen, zijn er zelfs op achteruit gegaan. De kans op een baan is voor hen weliswaar 1 procent gegroeid, toen ze nog onder de Wwb vielen had deze groep 7 procent kans op een baan, na invoering van de Participatiewet groeide deze kans naar 8 procent, maar de banen die deze bijstandsgerechtigden vinden zijn minder interessant dan voorheen omdat de kwaliteit van de banen is verminderd. Zo zijn er voor hen minder vaste contracten, minder banen voor de duur van in elk geval een jaar en minder voltijdbanen.

Wajong

Voor jonggehandicapten is het verhaal al niet veel beter. Met de Participatiewet is de Wajong regeling afgeschaft voor nieuwe instroom.  Voor de invoering van de Participatiewet werkte 29 procent van de achttienjarige Wajongers in het derde jaar na instroom. Sinds de invoering van de wet voor achttienjarige vergelijkbare jonggehandicapten is de instroom zo’n 10 procent verhoogd naar 38 procent. Maar de inkomenspositie van jonggehandicapten is verslechterd omdat ze vaak in deeltijd werken en via een tijdelijk contract. Komen jonggehandicapten binnen via een Banenafspraak dan zijn ze wel langer dan een jaar aan het werk.

Wsw

Voor mensen die met een arbeidsbeperking onder de vroegere Wet sociale werkvoorziening (Wsw) vielen, heeft de Participatiewet ietsje meer opgeleverd. Hoewel slechts 39 procent van de wachtenden aan het werk kwamen – tegen 60 procent in de jaren onder de Wsw – is het aantal mensen met een uitkering iets gedaald: van 55 procent in 2013 naar 42 procent vanaf de invoering van de Participatiewet.

Gemeente

De oorzaken voor de mislukking van de Participatiewet vindt het SCP in de opstartproblemen bij de gemeenten nadat de taken zijn overgeheveld in 2015. Ook heeft de overgang van de verschillende wetten naar één Participatiewet niet geleid tot minder complexiteit. Volgens het SCP heeft de gemeente een deel van de doelgroep niet in beeld en blijkt lang niet iedereen van de uitkeringsgerechtigden in staat om te werken. Ruim 60 procent van de brede doelgroep van de Participatiewet geeft zelf aan niet in staat te zijn om te werken. De helft van hen verwacht dat in de toekomst wel te kunnen, de andere helft denkt nooit meer te kunnen werken, vooral vanwege gezondheidsklachten.

Werkgevers

Een ander probleem is het aantal banen dat beschikbaar is voor mensen met een uitkering. Niet iedere baan is namelijk geschikt voor deze doelgroep. Daarnaast kost het tijd en inzet om de juiste match tussen werknemer en werkgever te maken en hebben werknemers begeleiding nodig. Volgens het SCP geeft 61 procent van de werkgevers aan bereid te zijn iemand uit de doelgroep te plaatsen, 59 procent verricht ook inspanningen daartoe, maar slechts 19 procent komt tot een plan. De meerderheid van de werkgevers is niet op de hoogte van het bestaan van instrumenten om mensen naar werk te begeleiden, zoals proefplaatsing, jobcoaching, loonkostensubsidie of een no-riskpolis. Een derde van alle werkgevers heeft daadwerkelijk mensen uit de doelgroep in dienst, deze groep is sinds de invoering van de Participatiewet niet gegroeid.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.