Sommige richtlijnen en handleidingen zijn niet voor sociaal werkers geschreven, maar kunnen toch handig zijn. Een voorbeeld is de praktische handreiking over communicatie bij dementie van V&VN, de beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden. De tips met bijbehorende casuïstiek helpen ook sociaal werkers betere gesprekken te voeren.
De handreiking Communicatie met mensen met dementie, hun mantelzorgers en betrokken zorgprofessionals staat op venvn.nl. De tips over hoe te handelen zijn geschreven voor verpleegkundigen en verzorgenden. De praktische adviezen worden uitgelegd aan de hand van casussen. Zo zijn er tips als ‘Neem mensen met dementie serieus’ en ‘Toon betrokkenheid’. In een casus wordt uitgelegd hoe je dit praktijk kan maken. Zo zegt een verzorgende in een casus tegen iemand die het eng vindt op haar kamer in een verpleeghuis:
‘Dat kan ik mij voorstellen, het is ook fijn als er iemand in de buurt is. Zal ik een poosje bij uw blijven zitten? Is dat een idee?’
Achter deze opmerking staat vervolgens dat dit citaat hoort bij eerder gegeven tips als mensen met dementie serieus nemen en betrokkenheid tonen.
Casus zorgmijding
Behalve de tips zijn natuurlijk ook de casussen zo geschreven dat vooral verpleegkundigen en verzorgenden ze zullen herkennen en kunnen toepassen. Het gaat om casussen intramuraal en casussen extramuraal. En er zijn ook casussen te vinden in de handreiking waar sociaal werkers van kunnen leren. Zoals in het onderstaande voorbeeld over zorgmijding.
Meneer en mevrouw Van Dongen – beiden 63 jaar – zijn thuiswonend. Mevrouw heeft diabetes en is erg vergeetachtig, maar heeft weinig ziekte inzicht. Zij heeft geen tot weinig besef van haar problematiek. Meneer durft niet tegen haar in te gaan, want dan wordt mevrouw snel boos.
Via de diabetes-controle, waar mevrouw overigens ook toe verleid moet worden, weet de huisarts wat er speelt. De huisarts vermoedt dat er sprake is van dementie op jonge leeftijd. Daarom is Ineke ingeschakeld, een casemanager dementie. Ineke heeft een afspraak met meneer Van Dongen alleen om uitleg te geven over het doel van deze ondersteuning. Om in beeld te komen bij mevrouw, sluit de casemanager dementie aan bij de diabetes-controle. Er wordt afgesproken dat de casemanager dementie een keer thuis langskomt, maar de dag ervoor zeggen meneer en mevrouw de afspraak af.
Meer weten over stress bij mensen met dementie? Kom dan naar dit congres
Mensen met dementie raken sneller angstig en verward doordat zij grip en overzicht verliezen. Dit kan zich uiten in onrust, achterdocht of terugtrekgedrag, wat voor naasten en zorgverleners soms lastig te begrijpen is. Barbara Oppelaar geeft daar een sessie over op het congres Stress sensitief werken in de zorg. In deze sessie ontdek je hoe je spanning vermindert door veiligheid, rust en duidelijke communicatie te bieden. Het congres vindt plaats op dinsdag 2 juni in Veenendaal, kijk hier voor het volledige programma.
Cliënt met dementie beter leren kennen
Een casemanager dementie kan ook een sociaal werker zijn, maar zal vaak een wijkverpleegkundige zijn. Desondanks komen sociaal werkers natuurlijk ook regelmatig met zorgmijding in aanraking. Zoals in de casus ook staat, is iemand toch proberen te leren kennen dan heel belangrijk. Dat kan bijvoorbeeld op de manier die vervolgens beschreven wordt, als het Ineke gelukt is af te spreken dat ze in ieder geval een paar keer langskomt voor een gesprek:
Ineke: ‘Goeiemorgen, hoe gaat het met uw kat, Minous?’
Mevr. v. Dongen: ‘Ja heel goed hoor. Kijk maar, zij is lekker aan het eten.’
Ineke: ‘Ik zie dat u de kat goed verzorgt. Ik zie dat u glimlacht als u naar uw kat kijkt.’ (Hier zie je ook een voorbeeld van oprechte complimentjes uitdelen en goed letten op iemands reactie)
Mevr. v. Dongen: ‘Ja, natuurlijk, ik ben dol op haar.’
Ineke: ‘Heeft u altijd katten gehad?’
Mevr. v. Dongen: ‘Ja, vanaf het moment dat mijn man en ik trouwden hebben we altijd 1 of meer katten gehad.’
Vervolgens zegt de handreiking: ‘In volgende bezoeken, als er een vertrouwensband ontstaan is, probeert Ineke steeds verder uit te breiden met vragen die betrekking hebben op de katten. Op die manier probeert ze een inschatting te maken en inzicht te krijgen en geven in de problemen die spelen. Ze stelt dan vragen als:
Ineke: ‘Koopt u zelf het kattenvoer?’ of ‘Verschoont u zelf de kattenbak?’
Mevr. v. Dongen: ‘Nou, daar helpt mijn man me bij, want daar kom ik zelf niet helemaal meer altijd uit.’
Ineke: ‘Kunt u zich voorstellen dat u op een gegeven moment niet zelf meer voor de kat kunt zorgen?’
Mevr. v. Dongen: ‘Die gedachte maakt me erg verdrietig. Ik heb altijd voor mijn man, de kinderen, de huishouding en de katten gezorgd, dat gaf mij veel voldoening.’
Ineke: ‘Ik kan me voorstellen dat het voor u erg naar zou zijn als u niet meer voor uw kat kunt zorgen. U bent het altijd al gewend geweest om te zorgen voor anderen.’
Mevr. Van Dongen: ‘Nou daar moet ik inderdaad niet aan denken.’
Ineke: ‘Ik zou graag met u mee willen denken hoe we ervoor kunnen dat u zo lang als mogelijk voor uw kat kunt zorgen.’
Uit de handreiking: ‘Door mevrouw vaak te bezoeken, doorbreekt Ineke langzaam de zorgmijding bij mevrouw en laat zij steeds meer ondersteuning toe.’
Tips voor tijdens het gesprek met mensen met dementie:
1. Leg contact met aandacht:
Hannie gaat hurkend naast het bed zitten en kijkt hem aan. Ze probeert met zachte stem tegen meneer te praten.
2. Maak jezelf bekend:
‘Goedemorgen mevrouw Van der Berg. Ik ben Elsemieke.’
3. Houd het simpel/spreek met korte zinnen:
‘Meneer Boersma, ik zie dat u uit uw eigen bed bent gegaan.’
4. Houd rekening met de fysieke omgeving
Vermijd storende achtergrondgeluiden, zoals radio.
5. Let op iemands reactie en benoem gevoelens
‘Ik zie dat het u boos maakt dat de mannen in uw tuin aan het werk zijn.’
6. Sluit aan bij iemands beleving
‘Bent u weer een artikel aan het schrijven voor de krant?’
7. Neem iemand met dementie serieus
‘U heeft altijd bij de ANWB gewerkt toch? Wilt u daar wat over vertellen?’
8. Toon betrokkenheid
9. Deel oprecht complimentjes uit
‘Ik zie dat u de kat goed verzorgt.’
10. Vraag niet naar feiten van vandaag of gister
‘Hebt u een prettige dag gehad?’
11. Gebruik humor
12. Begrens het gedrag, indien passend
‘Ik vind het niet fijn dat u mij een tik geeft. Wilt u daarmee stoppen?’
Overbelasting bij mantelzorger voorkomen
Sociaal werkers komen natuurlijk ook veel in contact met mantelzorgers, zeker bij dementie. Ook over de communicatie met mantelzorgers geeft deze handreiking praktische tips. In de eerder genoemde casus komt ook aan bod dat mantelzorgers zelf niet overbelast moeten raken. Casemanager dementie Ineke probeert op onderstaande manier in contact te komen met de mantelzorger, meneer Van Dongen in dit geval. Het lukt haar om hierin een belangrijke stap te zetten:
Ineke: ‘Ik maak me niet alleen zorgen om uw vrouw, maar ook om u. Als u de zorg voor uw vrouw nog een lange tijd wilt volhouden moet er wel iets gaan gebeuren. Mijns inziens is meer hulp nodig. Het zou voor u ook fijn zijn als u een dagdeel aan uzelf kunt besteden.’
Dhr. v. Dongen: ‘Dat zou ik wel willen, maar dat is onbespreekbaar voor mijn vrouw. Ze ziet niet wat ik allemaal doe en ik kan het bijna niet meer. Iets voor mijzelf… ja dat zou mij helpen. Ik heb altijd graag gebiljart.’
Ineke: ‘Wat u allemaal doet is geweldig. Maar met hulp is het langer vol te houden. Ik probeer te voorkomen dat u straks niet meer verder kunt. Tijd voor gezellige zaken, vooral om die samen te doen is ook belangrijk. Zou u niet naar buiten willen? Ergens op een terrasje gaan zitten?’
Mevr. v. Dongen: ‘Dat zou wel gezellig zijn, maar dat kan toch niet… Mijn man heeft nooit tijd.’
Dhr. v. Dongen: ‘Ik zou wel willen, maar dat kan nu niet. Ik heb al mijn energie nodig voor de persoonlijke verzorging van mijn vrouw en het huishouden en de boodschappen.’
Mevr. v. Dongen: ‘Ik wil geen vreemde in mijn huis.’
Ineke: ‘Dat hoeft ook niet. Ik kan zoeken naar iemand die u aardig vindt. Die komt dan een keertje langs en u bepaalt zelf of u haar aardig vindt of niet.’
Mevr. v. Dongen: ‘En hoe gaat dat dan?’
Ineke: ‘Als u haar niet aardig vindt, ga ik iemand anders zoeken.’
Mevr. v. Dongen: ‘Ga dan maar zoeken. Is voor mijn man ook fijn.’
Dhr. v. Dongen: ‘Dat lijkt mij wel iets.’
Ineke: ‘Ik denk dat jullie het beiden fijn vinden om lang samen hier in huis te blijven wonen?’
‘Meneer en mevrouw knikken beiden “ja”. En zo is weer een stap gezet. Voor het zetten van deze stap is wel vertrouwen nodig van zowel meneer als mevrouw.’
Tips voor samenwerking met andere zorgprofessionals bij dementie
Tot slot staan er in deze handreiking tips over communicatie met andere zorgverleners bij dementie. Zoals:
- Opbouwende feedback geven
- Deel ook de emotionele kant van je werk
- Wees je bewust van je eigen rol en die van de anderen in een team of netwerk
- Rapporteer objectief. ‘Wie was er in de buurt? Wat gebeurde er in de directe omgeving? Waar gebeurde het? Wanneer gebeurde het? Wat deed je zelf voordat het gebeurde? En hoe reageerde je op het gedrag? In plaats van op te schrijven “de persoon was agressief”, wat je eigen inkleuring is van hetgeen er is gebeurd.’
Ook de tips over communiceren met andere zorgprofessionals worden met casussen voor verpleegkundigen en verzorgenden geïllustreerd.
Meer informatie
Via www.venvn.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/handreiking-communicatie-bij-dementie/ vind je de handreiking. Daar staan ook animaties, een achtergrond document, een gespreksleidraad en een document met 12 praktische tips over communiceren bij dementie.

