Amygdala.
Mantelzorger Terri van Ommen bracht dit kleine, maar o zo belangrijke deeltje van onze hersenen ter sprake in het openingsgesprek van het congres ‘Samenwerken met de mantelzorger’ op 3 maart.
Mantelzorger, professional en degene die zorg nodig heeft, ze ervaren allemaal stress, druk, angst, onzekerheid. De bron daarvan in ons brein is die amygdala. En vervolgens gaat het erom dat ondanks die emoties je elkaar toch probeert te verstaan, ruimte voor elkaar maakt en houdt. Dat is niet makkelijk.
Even wandelen met de casemanager
Terri van Ommen vertelde over haar casemanager die toen haar moeder nog thuis woonde juist met haar, Terri, ging wandelen zodat zij ook haar verhaal kon doen. In het verpleeghuis leek het eerst alsof ze haar moeder had weggegeven en haar bijdrage niet meer nodig was, dat was erg wennen, later zag ze de druk en de stress in het verpleeghuis en kon ze toch bijspringen. ‘Ik vond het helemaal geen probleem dat professionals zich kwetsbaar opstelden, hulp vroegen.’
‘Welzijn’ mantelzorger staat onder druk
Richard Koekoek verdiepte in zijn bijdrage de ervaringen van Terri. Hij liet zien hoe het ‘welzijn’ van mantelzorgers voortdurend onder druk staat, niet alleen door stress, maar ook door emoties zoals schuldgevoel en schaamte. Juist daarvoor oog hebben is essentieel. Hij benoemde het belang van ‘relationele verbondenheid’, je fijn voelen bij anderen, merken dat mensen om je geven.
Hij stond ook stil bij het in zijn ogen belangrijke onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie, tussen wat je moet en wat je wil. Impliciet liet hij daarmee ook zien hoe mantelzorg en professional op elkaar lijken. Ze hebben beiden de behoefte aan relationele verbondenheid, kunnen beiden worstelen met de spanning tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. ‘Er zijn’ kan dan al genoeg wezen, te vaak denken professionals nog dat ze iets moeten oplossen, moeten interveniëren, terwijl dat soms juist al te veel is.
De uitleg van Richard Koekoek kreeg verdere schwung met de zeer op de praktijk toegespitste aanpak van Barbara Oppelaar en Anneke van Snippenburg. Aan de hand van herkenbare en soms hilarische praktijksituaties die door hen gespeeld werden, lieten ze de dik 130 deelnemers ervaren, meedenken en lachen over hoe ze zich gedragen in het alledaagse contact met mantelzorgers. Je zag ter plekke vele amygdala’s zich ontspannen.
Je kwetsbaar opstellen
De oproep van Terri van Ommen aan professionals om zich meer kwetsbaar op te stellen, keerde terug in de afrondende bijdrage van Froukje Weidema. Wanneer een relatie ‘spanningsvol’ is, en dat kan tussen professional en mantelzorger nou eenmaal zo zijn, dan helpt goed luisteren, dan helpt het uitstellen van je oordeel, ook als je die mantelzorger ‘een beetje stom vindt’ zoals Weidema dat noemde. Ze vroeg de deelnemers stil te staan bij een gesprek met een mantelzorger wat ze recent lastig vonden. Wat deed jij in dat gesprek, hoe was het jouw zeer menselijke neiging om gelijk te willen krijgen? Weerstand is vooral een vorm van betrokkenheid, zo besloot Weidema een dag die ook aan de hand van verschillende werksessies veel ideeën bood om het dagelijkse samenspel met mantelzorgers verder te verbeteren.
Ook naar dit congres? Wees welkom op 29 september 2026
Niet door problemen te benadrukken, maar door te focussen op wat wél werkt — in communicatie, rolverdeling en organisatie.
Een congres voor zorgprofessionals die met vertrouwen willen samenwerken, duidelijke grenzen willen bewaken en tegelijkertijd ruimte willen geven aan de betrokkenheid van mantelzorgers.

