Een eigen leven, maar met hulp

In Apeldoorn vormt de opstapwoning de laatste stap naar een ‘normaal’ leven. ‘Ik ken bijna alle honderd opstappers en met de meesten gaat het goed. Voor de buitenwereld zijn ze niet anders dan andere mensen’, dat zegt stadsdeelregisseur Astrid Willemsen in het meinummer van Zorg+Welzijn.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
1-whitney.JPG
Whitney (links): 'Ik ben eraan toe om mijn eigen leven te leiden

Een normaal leven. In een eigen huis, waar je je veilig en geborgen voelt. Ook de mensen die in een opstapwoning in Apeldoorn wonen, de zogenaamde ‘opstappers’, wensten dat voor zichzelf. De 26-jarige Whitney is één van hen. Toen ze bij Riwis Zorg & Welzijn aanklopte, was ze zwanger en radeloos. Ze was niet tegen het leven opgewassen, laat staan met een kind erbij. Zelf zegt ze dat het komt omdat ze niet ‘de jeugd heeft gehad waarop ze had gehoopt’.

Vaardigheden

Voor Whitney stond er veel op het spel. Begeleider Marlies: ‘Whitney wilde graag voor haar dochtertje zorgen, maar ze bezat daarvoor niet de vaardigheden. Wij leren haar hoe ze dat moet doen. En we helpen haar met financiën. Dat was een enorme knoeiboel. Ze maakte enveloppen met rekeningen niet eens open.’

Opstapwoning

Whitney en alle andere opstappers, hadden voor ze in een opstapwoning terecht kwamen een intramurale (crisis)plek bij een zorgorganisatie. ‘Het zijn mensen die eraan toe zijn om zelfstandig te gaan wonen. Tussen andere mensen’, vertelt stadsdeelregisseur Astrid Willemsen.  De achtergrond van kandidaten voor een opstapwoning is heel divers: bij de één is een scheiding de bron van de problemen, de ander heeft psychische aandoeningen. Ze krijgen allemaal begeleiding bij zaken die voor hen belangrijk zijn zoals algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en financiën.

Decentralisatie

De allereerste opstapwoningen dateren al van negen jaar geleden. Toen was er één zorgorganisatie die woningen huurde van de Apeldoornse woningcorporaties. Cliënten van deze en andere zorgorganisaties konden in voorlopers van de huidige opstapwoningen met de nodige begeleiding wonen. Sinds de decentralisaties heeft de gemeente Apeldoorn de regierol van de opstapwoningen overgenomen en het aantal flink vergoot. Er komen nu per jaar honderd woningen beschikbaar als opstapwoning. Je vindt ze in alle wijken van Apeldoorn en alle woningcorporaties doen mee.

Juiste spoor

Willemsen: ‘Ik ken bijna alle honderd opstappers en met de meesten gaat het goed. Voor de buitenwereld zijn zij niet anders dan andere mensen. Meestal weten mensen niet eens dat hun buurman of buurvrouw in een opstapwoning zit.’ Soms gaat het echter fout. Dan dreigt een opstapper terug te vallen. Volgen Willemsen is dat niet erg. ‘Als gemeente en zorg er op tijd bij zijn, kunnen we bijvoorbeeld tijdelijk meer begeleiding inzetten om iemand op het juiste spoor te houden.’

Terugval

Er zijn weinig situaties geweest waarin iemand niet in een opstapwoning kon blijven wonen. Willemsen schat één tot twee keer per jaar. ‘Soms heeft iemand een terugval omdat hij er nog niet aan toe is om vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om zelfstandig te kunnen wonen. Denk aan het houden van structuur in het huishouden en het netjes houden van de leefomgeving. Zo iemand gaat dan tijdelijk terug naar een intramurale plek.’

Beschermde woonvorm

Voordat Whitney in de opstapwoning terechtkwam, heeft ze binnen de beschermde woonvorm drie fasen doorlopen. In elke fase werd de stevige arm om moeder en kind losser. Bij elke fase hoorde ook een andere woonplek. In de eerste fase woonden Whitney en haar dochtertje in een woning met 24-uurs begeleiding. Daarna kwamen ze in een groepswoning te wonen met een aantal keer per dag begeleiding. In de derde een laatste fase woonden moeder en dochter in een zelfstandig appartement. Ook hier kregen ze begeleiding met een beschermd-wonen-indicatie, maar minder frequent.

Eigen leven

Na deze fasen te hebben doorlopen, was Whitney er klaar voor om door te stromen naar een opstapwoning. Ze betaalt de huur uit haar uitkering en krijgt ambulante woonbegeleiding, gemiddeld zo’n vier uur per week. Na vier jaar onder de vleugels van Riwis is ze gegroeid in haar rol als moeder. Whitney: ‘Ik ben eraan toe om mijn eigen leven te leiden, maar ik heb nog wel hulp nodig. Mijn begeleiders Pauline en Marlies ondersteunen mij bij de opvoeding, financiën, regelzaken en (rechts)zaken rondom mijn ex. Als er iets is, hoef ik maar een appje te sturen. Ook helpt een coach van Riwis mij bij het vinden van vrijwilligerswerk en een opleiding.’

Lees het hele artikel in het meinummer van Zorg +Welzijn >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.