Denk eens aan een lvb als je gedragsproblemen ziet

‘Lvb wordt zeker bij kinderen met gedragsproblemen vaak niet gezien’, zegt Mariëlle Dekker, onderzoekscoördinator bij Academische Werkplaats Kajak/Landelijk Kenniscentrum LVB. ‘Daar valt veel leed mee te voorkomen.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Picscout

Het is ruim twintig jaar geleden dat Mariëlle Dekker onderzoek deed naar emotionele gedragsproblemen bij kinderen met een licht verstandelijke beperking (lvb). Een onderzoeksgebied dat toen nog in de kinderschoenen stond – en eigenlijk nog steeds. Destijds bleek al dat kinderen met lvb twee tot drie keer meer risico lopen op gedragsproblemen. ‘Dat was een vernieuwend inzicht en er wordt nog steeds vaak naar dat onderzoek verwezen,’ vertelt Dekker. ‘Studies die bekijken of en waarom kinderen met een lvb vaker emotie- en gedragsproblemen hebben dan kinderen zonder een lvb, zijn nog op één hand te tellen.’ Dekker is dan ook blij dat onderzoekers van de Radboud Universiteit, het Radboudumc en de Academische Werkplaats Kajak van ZonMw subsidie hebben gekregen voor onderzoek naar het voorkomen van psychische problematiek bij jeugdigen met een lvb, het verloop, risicofactoren en behandeleffecten.

Kennishonger

De behoefte aan meer kennis is groot. Niet alleen binnen de wetenschap, ook bij professionals in de praktijk. ‘We hebben het over kwetsbare kinderen, vaak uit kwetsbare gezinnen, in kwetsbare wijken. Vaak is er sprake van problematiek op allerlei terreinen. De wijkteams zien de gedragsproblemen van deze kinderen wel, maar de lvb niet, terwijl deze combinatie dus erg vaak voorkomt. Het is belangrijk dat professionals daar alert op zijn.’ Vanuit het Landelijke Kenniscentrum LVB wordt daarom hard gewerkt aan een betere verbinding tussen de kennis vanuit onderzoek uit de lvb-zorg en ggz. ‘Die kennis moet doorsijpelen naar wijkteams, onderwijs en welzijnsorganisaties.’

Risicofactoren

Het is volgens de onderzoekerscoördinator belangrijk dat hulpverleners met name de risicofactoren die relatief vaak voorkomen bij kinderen met een lvb goed herkennen. ‘Is er sprake van negatieve levensgebeurtenissen, problemen met emoties en gedrag, achterstand op school, sociale problemen, ouders die moeite hebben met de opvoeding of die zelf kampen met psychische problemen? Wanneer je dit allemaal bij elkaar ziet, dan moet je als professional alert zijn.’

Lvb herkennen

Het herkennen van een lvb, bijvoorbeeld op school, blijft erg lastig, weet Dekker. Het ene kind met lvb is immers het andere niet. Kinderen met een lvb zijn vaak – net als volwassenen – erg goed geworden in het verbergen, het vermijden, of het juist overschreeuwen van hun beperkingen. ‘Wanneer je als leerkracht of hulpverlener weet dat er mogelijk sprake is van lvb, dan ontspant dat ook de relatie. Het is dan geen kwestie van niet willen, maar van niet kunnen.’ De inzet van een screeninginstrument kan wijkteamprofessionals en leerkrachten helpen. ‘Het is geen diagnose, maar deze instrumenten geven wel een goede indicatie of er mogelijk sprake kan zijn van een lvb.’ Verder onderzoek moet uitwijzen waar met name de beperkingen en de mogelijkheden liggen bij elk kind en zijn of haar gezin.

Speciale hulpverlening

Wanneer er mogelijk sprake is van een lvb, moet de hulpverlening daarop worden aangepast. Een standaard hulpaanbod past niet zomaar, dit vraagt om een eigen expertise, zegt Dekker. ‘Het moet gaan om brede hulp, dus niet alleen gericht op het kind maar ook op de omgeving. Het moet hulp zijn die over een langere periode geboden kan worden en aangepast is aan de (on)mogelijkheden. De problemen zijn complex, hebben vaak verschillende oorzaken en de draagkracht in gezinnen is vaak beperkter.’ Het is volgens Dekker daarom belangrijk dat in elk wijkteam een professional zit met expertise op het gebied van lvb en dat die kennis gebruikt wordt.

Samenwerken

Een ander belangrijk punt is de integrale behandeling en ondersteuning van jeugdigen met een lvb. Juist omdat er vaak zoveel problemen samenkomen. ‘Je hebt elkaars kennis echt nodig. Hoe dat geregeld kan worden, is in elke regio anders. Maar samen moet je tot een gedeelde visie komen. Hoe ga je dat samen zo optimaal inrichten? Wie doet wat, wanneer en wie is waar goed in?’ Ze verwijst naar het Platform integrale specialistische jeugdzorg, ontwikkeld door het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie, het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en het landelijk Kenniscentrum LVB, waar informatie verzameld wordt over werkzame factoren en goede praktijkvoorbeelden te vinden zijn.

Faalervaring

Door een betere samenwerking kan de hulp aan kinderen met een lvb en psychische problemen worden verbeterd. ‘Deze kinderen en jongeren ervaren vaak al zoveel stress in hun leven. Wanneer de lvb niet wordt herkend, dan kan de plank met de behandeling flink worden misgeslagen. Dat kan zeker schadelijk zijn. Weer een nieuwe faalervaring, ook voor de omgeving. Hierdoor kunnen ze het vertrouwen in de hulpverlening verliezen, waardoor andere hulp ook niet meer geaccepteerd wordt. Het is leven is al zwaar wanneer je problemen hebt met praktische levensvaardigheden en daarnaast ook nog last hebt van psychische problematiek. Dan is er echt de juist zorg nodig.’

Mariëlle Dekker is, naast onder meer bijzonder hoogleraar Xavier Moonen en trainer Jolanda Bersma van MEE, één van de sprekers op het Zorg+Welzijn Jaarcongres LVB op dinsdag 22 september. Meer info of aanmelden >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.