De verbeterde meldcode: melden is geen doel op zich

Sinds de invoering van de meldcode is het aantal belletjes naar Veilig Thuis Gelderland Midden met vijftig procent gestegen. Het aantal meldingen met twintig procent. 'Het is haast onmogelijk om te organiseren. We hadden gerekend op een groei van vijf procent', zegt teamleider Rianne van Rooijen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Stockfoto: PicScout

De verbeterde meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling is vanaf januari 2019 van kracht. Zeven beroepsgroepen hebben hun eigen afwegingskader ontwikkeld. Het is niet verplicht om vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling te melden, maar er is wel een duidelijker protocol ontwikkeld dat professionals helpt om een afweging te maken of ze moeten melden bij Veilig Thuis. ‘Een van de belangrijkste veranderingen is dat een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld niet meer bij ons wordt gemeld en dan losgelaten. Vroeger was het hulp organiseren óf melden, nu is het altijd én melden én hulpverlenen waar kan. Zo blijft de gemelde situatie in beeld,’ vertelt Annemarie van de Ruit, frontoffice medewerker bij Veilig Thuis Gelderland Midden.

Radarfunctie

Ook de radarfunctie van Veilig Thuis organisaties is verstevigd. Een melding blijft vijftien jaar in het register staan. Na vaststelling van de veiligheidsvoorwaarden en het veiligheidsplan en de overdracht naar de hulpverlening monitort Veilig Thuis de gemelde gezinnen nog anderhalf jaar. Na onderzoek krijgen de onderzoekers van Veilig Thuis ongeveer vijftien uur voor monitoring. In die vijftien uur controleert Veilig Thuis of er voldaan wordt aan de veiligheidsvoorwaarden en of de hulp die is opgestart nog steeds helpt bij het verbeteren van de veiligheid van het gezin.

Geweld op tafel houden

‘Geweld op tafel krijgen is lastig. Het onderwerp op tafel houden is nog veel lastiger’, vertelt Rianne van Rooijen, teamleider bij Veilig Thuis Gelderland Midden. ‘We zien dat tijdens het hulpverleningstraject de aandacht vaak verschuift naar andere aspecten, zoals schulden of opvoedondersteuning. Veiligheid verdwijnt weer langzaam van tafel. Juist omdat het een lastig onderwerp is. Hulpverleners zijn vaak bang dat ze hun vertrouwensrelatie ermee riskeren. Tijdens monitoring leggen wij dat onderwerp weer terug op tafel.’

Politiemeldingen

Sinds de invoering van de nieuwe meldcode staat is onderwerp bij veel professionals weer on top of mind. Het aantal telefoontjes is hard gestegen: met zo’n vijftig procent. Ook de meldingen zijn gestegen met twintig procent, naar driehonderd meldingen per maand. ‘De politie is de hofleverancier’, zegt Van Rooijen. ‘Zij leveren zo’n zestig tot zeventig meldingen per week in (dus tussen de 250 en 290 per maand, red.). Die meldingen komen geschreven binnen. De overige meldingen komen voornamelijk telefonisch.’

Melden is niet het doel

Niet alle telefoontjes van professionals of burgers worden een melding. ‘Melden is geen doel op zich’, vertelt Annemarie van de Ruit. ‘Ik krijg veel professionals aan de telefoon die bellen om een melding te doen. Als ik zeg dat melden geen doel op zich is, hoor ik al veel opluchting. Ik vraag eerst door wat er precies aan de hand is. Soms blijkt dat er nog geen melding nodig is en de professional met wat advies al genoeg handvatten heeft om een moeilijk gesprek aan te gaan met de cliënt.’ Meestal maakt Van de Ruit met de professional dan de afspraak om na het gesprek met de cliënt, of na een paar maanden, nog eens te bellen om te controleren hoe het gaat met de cliënt.

Weten hoe het werkt

De meldcode levert natuurlijk ook verwarring op: professionals moeten leren hoe de verbeterde meldcode werkt. ‘Veilig Thuis is zo sterk als de keten, omdat goede samenwerking en korte lijnen met de gemeenteteams en specialistische hulpverlening een voorwaarde is voor om goed vervolg te kunnen geven aan de gesignaleerde zorgen’, weet teamleider Van Rooijen. Er wordt sinds januari ook vaak gebeld omdat professionals elkaar verwijzen naar Veilig Thuis. Zo wordt Van de Ruit bijvoorbeeld gebeld door een huisarts. Ze zag een moeder die met enige regelmaat flauwvalt. Meestal is haar vijfjarige dochter daar niet bij, maar als ze wel in haar eentje is met die dochter is het een gevaarlijke situatie: wie let er op de dochter als moeder bewusteloos is? De dokter had contact opgenomen met de gezinsvoogd, die zei dat de dokter een melding moest maken met Veilig Thuis. ‘Maar als er een gezinsvoogd is, betekent dat dat er voor dit gezin al is vastgesteld dat er een structureel onveilige situatie is’, legt Van de Ruit de arts uit. ‘Ik kan een aantekening in het dossier maken, en als er nieuwe, heftige incidenten zijn moeten we inderdaad opnieuw kijken of de ondersteuning van de gezinsvoogd nog voldoende is, maar in principe heeft dit gezin deze route al eens doorlopen.’ Het leren wanneer er precies gemeld moet worden bij Veilig Thuis is nog een opdracht voor bijna alle betrokken partijen en organisaties.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.